Pagina's

11 juli 2013

Bezoek van Willem Marinus Kardinaal van Rossum C.Ss.R. aan ’t St.-Ignatius-College op 12 juli 1913




Bezoek van Willem Marinus Kardinaal van Rossum C.Ss.R. aan ’t St.-Ignatius-College op 12 juli 1913. 

Willem Marinus van Rossum 1854-1932 [Begijnhof Amsterdam]

De aula aan de Nicolaes Maesstraat om half twaalf is met groen en bloemen getooid.  Op het podium een troonhemel opgeslagen. Alom Perzische tapijten. Het schoolorkestje o.l.v. pater Duurkens S.J. speelt de Priestermarsch uit Athalia van Mendelssohn Bartholdy (op. 74) 

Het zijn de paters Jezuïeten geweest die door de eerste wetenschappelijke vorming en priesterlijke opleiding de grondslag legden voor zóó luistervol een  leven van Willem van Rossum.

De kardinaal draagt thans steeds het lint van het Grootkruis van de Nederl. Leeuw.

Toespraak door rector Van Everdingen (de ”bouwrector” van de nieuwbouw Hobbemakade).
 
Eminentie,

In deze zaal ziet Uwe Em. vergaderd de leeraren en leerlingen van het St. Ignatius-college, waarbij zich hebben gevoegd een afdeling van de scholen der Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis, der Broeders van den H. Aloysius en van het College St. Nicolas met hunne leermeesters.
Oprechten dank zij Uwe Eminentie gebracht voor de hooge gunst van dit bezoek.
Wij leerlingen en leeraren, zien in Uwe Em. een roem van Nederland, die gesterkt door Gods genade van Zijne jeugd af met onbezweken ijver zijn plicht heeft betracht in stille werkzaamheid en vroom gebed.
Wij vereeren in Uwe Em. den priesterlijken zoon van Sint Alphonsus de Liguori, predikend door woord en voorbeeld het rijk en de liefde van Jezus, bij wien en in wien is overvloedige verlossing (devies Redemptoristen).
Wij vereeren in Uwe Eminentie den Kardinaal der H. Roomsche Kerk, staande zoo dicht bij onzen H. Vader Paus Pius X, vertrouwden raadsman van Christus’ plaatsbekleeder op aarde.
Reeds hadden wij het voorrecht, dat Uwe Eminentie door onze rangen hier uwe intrede deedt in Amsterdam.
En onze gedachten zijn teruggegaan naar geheel andere toestanden in oude tijden. Toen trokken van Rome uit trotsche imperatores, aan  het hoofd hunner legioenen, zij kwamen hier in de lage landen van den Rijn en rond het Flevo-meer Hun weg was geteekend door bloed en vuur en plundering.
Ook Uwe Em. is gekomen van dezelfde Tiberstad in deze zelfde streken als een veroveraar. Veroverd heeft Uwe Em. stormenderhand aller liefde; de liefde voor den werkman en den patricier, de liefde van den wees en de ouden van dagen, de liefde van den priester en den leek, de liefde ook van deze bloeiende jeugd, die aan Uwe voeten nederzit, de liefde hunner leeraren.
Aanvaard, Eminentie, onze dankbaarheid voor Z.H. den Paus en wel in het bijzonder voor het groote voorrecht ons geschonken, dat wij dagelijks aan deze jongeren mogen uitreiken het Brood des Levens (Pius X, invoering kindercommunie).
Onze jongeren moeten hard werken, willen zij slagen op een Gymnasium en Hoogere Burgerschool. Zij leven te midden eener wereld, die dood en verderf biedt onder het lokaas van waan en ijdelheid en genot.
Ons menschelijk pogen schiet te kort.
Wie zal deze jonge geesten beter verlichten dan de Ongeschapen Wijsheid Gods, wie hun reinheid beter beschermen dan Jezus, Zich Zelven gevend in het Brood der Engelen?
Pater Bernard van Meurs zegt het zoo treffend in het gedichtje, dat wij lazen in “De Tijd”: gedurende 40 jaren heeft hij de beeltenis van den Kuilenburgschen (Culemborg) student (klein-seminarie der paters Jezuïeten) trouw bewaard; wij willen biddend de beeltenis van onzen Nederlandschen Kardinaal heel ons leven trouw bewaren in onze dankbare harten.

Met de grootste aandacht had Z. Em. deze toespraak aangehoord.
Dan trad een der leerlingen naar voren.
Door den heer Ant. Geels, prefect van de Congregatie der leerlingen, werd de volgende toespraak gehouden.

Eminentie.

Onze jonge harten jubelen van vreugde, omdat de Heilige Roomsche Kerk van Nederland, herrezen en hersteld na drie eeuwen van vervolging en strijd – door Uwe en onze vaderen gestreden – thans voor ‘t eerst, zoolang de wereld staat, in onze eigen dierbare moedertaal Nederlandschen Kardinaal op Nederlandschen bodem mag begroeten.
Eminentie, de leerlingen van het St. Ignatius-college te Amsterdam zijn bijzonder gelukkig, omdat wij U vandaag persoonlijk onze eerbiedige, nederige hulde mogen aanbieden en onze blijde dankbaarheid mogen uiten.
Wij danken den Heiligen Vader, die U verhief en die U vergunde naar het vaderland te komen, opdat het katholieke Nederland U zou kunnen huldigen; wij danken vooral Uwe Eminentie van ganscher harte, omdat U heden onze jeugd met Uwe hooge tegenwoordigheid wilt gelukkig maken.
Geheel ons leven door hopen wij die dankbaarheid te toonen door nooit te vergeten, dat wij Roomsche Nederlanders zijn en Roomsche Amsterdammers. Als Roomsche Nederlanders zijn wij, gelijk Uwe Eminentie, de landgenooten en nazaten der H.H. Martelaren van Gorcum en zoovele andere bloedgetuigen en strijders en lijders voor ’t Allerheiligste Sacrament en den Stoel van Petrus – de landgenooten ook der heldhaftige Zouaven. Als Amsterdammers zijn wij de stadgenoten van Gerardus Erftemeijer en Petrus Heijkamp, die te Bagnora en Mentana hun bloed vergoten voor de zaak des Pausen – als Amsterdammers gaan wij er trotsch op kinderen te zijn der gezegende Stad aan ’t IJ, wier Eucharistische wonderen Uwe Eminentie op zoo heerlijke wijze in de Keizerstad aan den Donau der Wereld verkondigd hebt.
Neen, Uwe Eminentie behoeft ons niet te herinneren, waarom ook daar ginds op het vaan onzer Congregatie de Keizerskroon het stedelijk wapen dekt en ook van onze vaderstad mogen wij even goed getuigen, wat Uwe Eminentie tot Weenen heeft gesproken: “Uw heil, Uw sterkte, Uw leven, Uw glorie was steeds in het Allerheiligste Sacrament.” Zoo was het – zoo moet het zijn en blijven.
Edelmoedige, sterke zonen willen we zijn van God en de Kerk, gesterkt door Christus’ vleesch en bloed.
O, Eminentie – U heeft immers als Kardinaal altijd gehoor bij den Heiligen Vader – bedankt toch voor ons Zijn Heiligheid, omdat Hij aan de Roomsche jongens van Amsterdam – als hartewensch en den wensch van Christus en Zijn Kerk heeft kenbaar gemaakt en ingeprent: Zoodra en zoo vaak mogelijk tot de H. Tafel!
Geef ons dan, Eminentie, Uwen hoogen priesterlijken zegen opdat wij trouw aan den Paus – en zooveel mogelijk gestaald door het Brood, dat helden maakt – onder de hoede en met den Altijddurenden bijstand onzer Goede Moeder den goeden strijd mogen strijden tot het einde.

Toen deze toespraak in schrift aan Z. Em. was aangeboden, sprak Zijne Eminentie zelf als volgt:

Zeer Eerwaarde Pater Rector.
Zeer Eerw. Professoren.
Dierbare Jongelingen. 

Het is mij een ware voldoening en een grote vreugde geweest in uw midden te verschijnen. Niet alleen om daarmede blijk te geven van mijn hooge belangstelling in het onderwijs, maar ook om een gansch bijzondere reden, omdat ik nl. mijn opvoeding en onderricht heb te danken aan de paters, wien ook gij uw opvoeding dankt, den paters Jezuïeten.
Zeer Eerw. Pater Rector, zeer Eerw. Professoren, ik wens u van ganscher harte geluk met de schoone resultaten van uw heerlijk werk. Groot is uw opoffering, groot is echter ook de troost die gij put in de overtuiging, dat gij jongelingen kweekt sterk in het geloof en krachtig door het Brood, dat sterkte geeft.
En u, mijne dierbare jongelingen, ik wensch u geluk met de opvoeding, die gij hier van de zeereerw. paters moogt ontvangen. Dat is een kostbaar goed, een schat door God u geschonken.  Hecht u aan uwe onderwijzers, weest volgzaam. En wanneer zij u opwekken dikwijls tot de H. Tafel te naderen, o doet dat dan. Een van de schoonste gedachten waarmede een uwer mij het meest verblijd heeft, is, hoe gij er hoogen prijs op stelt, dat Z. H. de Paus het mogelijk heeft gemaakt u dikwijls te vereenigen met Jezus in het H. Altaarsacrament. Ge hebt mij gevraagd aan den Paus mede te deelen hoe dankbaar gij Hem zijt.
Dat zal ik doen. En de Heilige Grijsaard van het Vaticaan zal daaruit troost ontvangen en gelukkig zijn u den weg te hebben gewezen tot uw geluk.
Thans zal ik u den Pauselijken zegen geven. Z. H. heeft mij opdracht gegeven, in alle bijeenkomsten, die ik bezoeken mocht Zijn bijzonderen Pauselijken zegen te verleenen, waaraan een volle aflaat verbonden is. Moge die zegen u bevestigen in uw geloof, bevestigen in uw heilige voornemens om nut te trekken in Zijne H. leiding. Weest edelmoedige frissche jongelingen met een vrij geweten. Later zult gij dan zijn de steun der maatschappij, de vreugde uwer ouders.

Vervolgens verleende Z. Em. aan de neergeknielde aanwezigen den zegen des Pausen.
Hierop verliet Z. Em. de zaal om zich nog even naar de kapel op de bovenverdieping te begeven en een blik in het grootsche college te werpen.
Dan nam Z. Em. van den rector en de verdere aanwezigen afscheid.










De Tijd – Godsdienstig-Staatkundig Dagblad.
12-7-1913
N°20025
Koninklijke Bibliotheek

03 juli 2013

De Deglobalisering zal Europa doen verbrokkelen

Aan 500 jaar blanke overheersing komt een eind tot verbrokkeling/desintegratie in groepen van religie en ras. In de Zuid-Europese landen is al een stadsvlucht op gang gekomen naar een eigen moestuintje. Het begrip deglobalisering staat op punt in de woordenschat te worden opgenomen.



Een zeker bewijs is dat alle revolutie bij (onoplosbare) schuld begint: Frankrijk 1789, DDR 1989 en de Sovjet Unie 1990. Nu nog Brussel.

Karin Kneissl: Die zersplitterte Welt. Was von der Globalisierung bleibt. (Wenen)
Deutschlandfunk 1-7-2013
Onweder over de EU, alléén de ECB functioneert nog.
Deutschlandfunk 30-5-2013

Lage stem is evolutionair succesvoller

De manager met een stemfrequentie van 22.1 hz (dus sonoor laag) bewerkt de
voordelen van een relatief hogere bedrijfsomzet, een relatief hoger inkomen en een relatief langere diensttijd.

Het zal er nog van komen dat gelijk de vrouw met borstimplantaten de man een strottenhoofdoperatie woude ondergaan.

Die Zeit 3-7-2013

01 juli 2013

De Nabestaanden van voormalige Slaven hebben hier te Lande een goed Leventje

Nu kan minister Lodewijk Asscher wel lieve woorden spreken, echt een spijt betuigen voor wat in vroeger eeuwen geschied is wel een beetje laat. Je kan toch niet alles terugdraaien wat is geschied? Dat kan je met de oorlog- en bezettingstijd evenmin.




Eind 40er kwamen de Indische mensen en later spijtoptanten naar Nederland, medio zeventiger de Surinamers die een lekkerder leven wilden dan bakken onder de tropenzon. Andere allochtonen waren niet echt slaaf als wel ondergeschikten in het koloniaal systeem.

Eenmaal in dit land is hun de welvaart enorm en genieten velen van de sociale wetten. Maar dit kan alleen doordat de stille bancaire gelden en onroerende vermogens Holland maken tot een rijk land! De schatten aan kunst, de grachtenhuizen in Amsterdam, de paleizen in Den Haag, de 19e eeuwse industrialisatie, alle op basis van de toegestroomde goederen en kapitalen, vooral door de harde en intelligente werkers hier te lande. Ook de nabestaanden van voormalige slaven profiteren mooi hiervan!

30 juni 2013

Dr. E. Rijpma - Beknopte Nederlandse Spraakkunst (J.B. Wolters Groningen Djakarta 1951 26e)

Eigenlijk al een oud boek van Dr. E. Rijpma, de eerste druk is namelijk uit Kampen, 1909. Ik moest het aanschaffen voor de H.B.S. 4b1 en dat is in 1960.

Dr. E. Rijpma - Beknopte Nederlandse Spraakkunst (J.B. Wolters Groningen Djakarta 1951 26e)


Het is de eerste grammatica met een degelijke systematiek, heus niet alle hebben die kwaliteit, die ik onder schoolse ogen kreeg. Ik bedoel dat ik als wiskundeman gevleid wordt met een grondige en degelijke opzet, dit in tegenstelling tot een Engelstalige Griekse grammatica die wijlen prof. Dr. Rogier Eikeboom mij liet zien in 1997, met zijn commentaar "compleet onleesbaar"! Systematiek heeft dus een intrinsiek gevaar er crazy van te worden want als je als een Intelchip constant aan de verkeersregels denkt kan je niet eens autorijden.

Wat ik haar niet heb geraadpleegd zowel op school als na school. De spelling is niet zoveel anders dan nu, ik zie nog wel staan het werkwoord koopen (p122). Prachtig vind ik de lijst van bijwoordelijke bepalingen van plaats, tijd enz. met voorbeelden (p47-48). Waar vind je zoiets? De lijst van onderschikkend zinsverband als de meest gebruikte lijdend voorwerpszin (p132-133) en de lijst van bijwoordelijke zinnen (p133-134). De bepalingen van gesteldheid heb ik altijd wat bezwaarlijk gevonden aangezien zij gedeeltelijk bijvoegelijk en gedeeltelijk bijwoordelijk zijn (p49).

Doch een nomenclatuur is die van het bijwoord, een onderverdeling als bijwoordelijke uitdrukking  in voornaamwoordelijk en voegwoordelijk (p73). Hoe vaak ik dit niet gelezen heb en na enige tijd weer glad vergeten. Ze werden op school ook niet behandeld maar ik als leergierig mens keek er wel naar.
Voornaamwoordelijke bijwoord: Hij wist nog nergens van, wat dus van niets vervangt, een voorafgaand voorzetsel van een voornaamwoord (p72-73). Er zijn nog vijf onderklassen maar dat is niet zo erg belangrijk om uit het hoofd te leren.
Voegwoordelijk bijwoord: De jongen is lui, bovendien is hij dom. Hier is het bijwoord een verbindingsmiddel tussen twee gelijksoortige zinsdelen (p73-74).
Maar dan wordt het eine Gratwanderung bij het bijwoordelijke - en bijvoeglijke voornaamwoord (p79). Onze grammaticus gaat hier zelf(s) twijfelen, ik schrijf ze dan ook niet op en dat is precies wat ik in met name de Duitse grammaticae heb bespeurd: een psychotische krampachtigheid tot rangschikken en overal naampjes aan geven (da stellt sich das Wort hinein, naar Goethe).

Ik heb vele boeken over de taalindeling, 'n paar Latijnse, meer dan vijf Franse, zo'n tien Duitse en slechts een Engelse. De allermooiste ter wereld is die van Lucien Sausy - Grammaire Latine complète (Paris 1977), gewoon een multi-matrix! Alle bewondering alhoewel ik aanvullingen heb verricht...

Ik ben dus, U zult het wel gemerkt hebben, een grammaticafiel. Menig scholier baalt er van, ik niet. Mij zijn dan ook twee vlijtprijzen + boek toegekend geworden!

PS: Er is wel eens geprotesteerd tegen heidens rangschikken toen Linnaeus zijn botanische geslachten publiceerde kwam later de Franse De Jussieu met een betere indeling in rangen welke beide Gods natuur niet zouden herscheppen?























21 juni 2013

Die Meistersinger von Nürnberg - Muziektheater donderdag 20-6-2013 - Een Belevenis

Een geweldige uitvoering van Die Meistersinger van Richard Wagner maar eerst wat er aan vooraf ging.

Vooraf
Op de Munt, de metro reed aangekondigd niet verder dan de Spaklerweg, zodat ik de stadstram lijn 5 moest nemen, werd ik aangesproken door een Indiase Engelsman, herkennend  aan zijn typisch Engelse dictie en zijn prachtig Indo-Germaanse kop. Hij vroeg mij de weg naar het Rembrandthuis. Ik antwoordde toch ook die richting naar het Muziektheater te moeten nemen en vroeg hem mij te volgen. Zo werd afgesproken. Op het Rembrandt(s)plein wees ik hem op het standbeeld, aan het eind van de Amstelstraat op de rivier waaraan Rembrandt (zij het zij na Ouder-Amstel) heeft getekend en bij het Muziektheater op de schouwburg waar ik om half zes de opera Die Meistersinger zal gaan bezoeken. Ik sprak even over Richard Wagner, mijn lievelingscomponist en dat ik lid geweest ben van het Wagnergenootschap. De man hoorde mij zwijgend aan en opeens..., we zijn de Amstelbrug al over, spreekt hij over 100-jaar Wagner! Ongelofelijk voor een allochtone Engelsman, ik corrigeer 200-jaar geboorte van de Meester. Maar in elk geval blijkt hij cultureel onderlegd!
Hij liep snel, sneller dan ik, ik volgde hem soms. Waterlooplein, zijstraat en de Jodenbeestraat, we komen aan de voordeur van het Rembrandthuis. Hij bedankt mij met meerdere Engelse zinnen en stelt dit adres alleen nooit gevonden te hebben! We nemen beleefd afscheid.
Doch dit snelwandelen, ik heb een trage tred, de afstand in de regen ook nog heeft mij geen goed gedaan, mijn knieën zijn overbelast geraakt. Ik zal het merken als ik de trap in het Muziektheater bestijg!
Maar ik heb in elk geval de Stad Amsterdam een goede dienst bewezen!

Die Meistersinger von Nürnberg - III. Akte


Vervolg op zondagavond 23-6-2013 - De laatste uitvoering van Die Meistersinger. Ik wil de komende bezoekers zeker niet de schitterende verrassingen verklappen!
Tot dan.

Maandag 24-6-2013

Mijn literaire voorkennis:
Lidmaatschap van het Wagnergennootschap te Amsterdam (nu Nederland geheten) vanaf medio 70er tot eind 90er met een onderbreking weliswaar maar toch genoten van een intensieve tijd, ondergedompeld in de wagneriana. Maandelijke mededelingen met ter zake kundige beschouwingen. Wagners memoires, een fors stuk maar wegens desinteresse lang niet alles gelezen (UBA).

Reizen naar operavoorstellingen doe ik niet, noch kopen van digitale opnamen.

  • Symboliek en Werkelijkheid in de Werken van Richard Wagner door Dr. Herman Hoelen (Amsterdam, 1976). Gebundelde lezingen 1962-1975.
  • Orkestpartituren van Rheingold, Siegfried en Parsifal.
  • Bernard Shaw Ein Wagner-Brevier (Suhrkamp Frankfurt aM 1991-6).
  • Bryan Magee Facetten van Wagner (1992).
  • Carl Dahlhaus Wagners Konzeption des muzikalischen Dramas (1990)
  • Vijfentwintig Jaar Wagnergenootschap (1986).
  • Het Proces Richard Wagner NEXUS (1997 Nr 19)
  • Die Musikdramen (dtv 2085, 1983-3) Ook met Documenten.
  • Handbuch der Oper (dtv 1993-7) 

Mijn muzikale voorkennis:
  • Lohengrin in de Stadsschouwburg 70er.
  • Die Meistersinger von Nürnberg (Salzburg 7-4-1974) Bandopname. O.l.v. Herbert von Karajan. Met Karl Ridderbusch als Hans Sachs.

Websites:
Richard Wagner Werkstatt
Wagner Web +links
Bayreuther Festspiele
Klavierauszug Meistersinger 1903
Orkestpartituur 1910/1976
Front
Voorspel en Akte I
Voorspel en Akte II
Voorspel en Akte III   


Het is De Spiedende Blik onvermijdelijk nieuwe opnamen niet te toetsen aan die van Salzburg 1974 welke hij zoveel malen zovele jaren heb gedraaid. Hij weet dat zulks voor anderen evenzeer is geschied m.b.t. een enscenering die men heeft ervaren als eerste en nadien tot basis wordt als de beste. Dat kan belemmerend zo niet frustrerend werken om ontvankelijk te staan tegenover het nieuwe maar ook ondersteunend zijn om muziek nauwgezetter te beluisteren dan in een eerste maal. Hij kan het niet helpen, we zijn immers onvolmaakte mensen.


Mijn muziektechnische details:
De lange toon (een historisch woord m.b.t. Die Meistersinger!) in het Vorspiel/Prälude of gewoon ouverture is langer dan verwacht, het gehele orkest klinkt langzaam. Hoe kan men nog binnen 4½ uur de uitvoering van de gehele opera voltooien? Deze vraag bleef bij bij. De snelle scenes als bij die van Beckmesser werden ook naar mijn gevoel langzaam gezongen, ik herinner mij een briesende en onstuimige Merker. Alhoewel de rol van Hans Sachs meestal gezongen wordt met een waardigheid en voornaamheid zijn er toch momenten van snelle noten. Ik geef als voorbeeld de Wahnmonolog (III-1 evt dtv p462) vol met achtste noten met af en toe 'n zestiende op de laatste lettergreep. Juist bij "ein Schuster in seinem Laden, zieht an des Wahnes Faden;" 



ben ik gewend dat zelfs deze tweede zin in zijn geheel sneller wordt uitgesproken. Nu klinken alle noten even lang. Een reden kan zijn dat de Amerikaanse zanger James Johnson ondanks zijn CV met een zevental rollen in Duitstalige opera's en ondanks zijn voortreffelijke Duitse dictie hiervoor toch een moeilijkheid heeft. Ook kreeg ik het vermoeden dat er coupures zijn aangebracht maar dit te verifiëren zal ik waarschijnlijk niet kunnen.
Eerst nu zie ik wat een doorslaggevende rol de hoorns hier in twee partijen spelen. Zij geven met de alten een warme sfeer. 

Donderdag 27-6-2013

De Prügelszene (II-6), bekend als een hoogstandje voor de dirigent, is ook hier langzaam, wat een veiligheidsopzet kan zijn. Het is gewoon een verschrikkelijk moeilijke scene.
Het Schusterstubenquintett ging prachtig. De zangers stonden uit elkaar zodat de diverse partijen identificeerbaar waren.
Beckmesser is nergens apert sarcastisch, hatelijk of  bits. Hij zingt gewoon. Het lijkt wel dat de rol van de man mooier gemaakt is of dat zij vroeger te dik was aangezet.
In het begin van de hamerslagen (II-6) was Hans Sachs een paar maten te snel.
Het slotakkoord helaas het koper iets uit de maat, dit is ontzettend jammer.


Mijn enscenering details:
Het beginkoraal heeft iets Luthers. De kerk heet echter Katherinenkirche en is dus katholiek. De kerkgangers staan en bewegen lichtelijk. Dit is alleszins acceptabel vergeleken met de ridicule scene in een atelier, bedacht door Friederike Wagner. Met dit stukje muziek ben je meteen opgenomen boven de wagnergolven.
David loopt overal, niet echt een stand-up college.
De kledij van volk en gilden is zwart. Dit geeft op het toneel een zwart blok aan niet identificeerbare mensen.
Het toneel is veelal kaal, stangen en planken. Het intieme in het gesprek van Sachs met Eva (III-4) gaat verloren als zij hier bovenaan gezeten is met bungelende pootjes.


De Meister zijn niet goed duidelijk anders dan door een sjerp. Ik had feestelijker kledij gewenst, een voornaamheid uitstralend. Dat zij openlijk nog een muziekinstrument bespelen vind ik echt te amateuristisch.
De opkomst van de gilden valt tegen. Ze staan allen als een blok bij elkaar en zingen door even op de voorgrond te treden. Echt een feestelijke opkomst met vaandels en tromgeroffel is het niet.
De reden is de opbouw van een binnentoneel (foto onderaan) voor de prijszangers, overigens een schitterende vondst, welk neemt op de gehele toneeloppervlakte een grote ruimte in. Zodoende moet het volk (van de zaal uit gezien) links staan, de gilden statisch rechts en de Meister midden met een Maß bier.
Het is niet meer de weide aan de Pegnitz, dit moeten we accepteren.
De figuranten met papier-maché hoofden zijn een verrassing. Ze geven de hele opera een feestelijke tint. Toch leiden ze je aandacht van de muziek wat af.
De Tabulatur in de vorm van een langwerpige plank met de tekst is een prachtige vondst. Je had haast runetekens verwacht!
Een dubbeltoneel biedt meer mogelijkheden, zien we hier.
De Lehrbuben is een Mensur-uniform zijn prachtig, hun synchrone bewegingen zijn amusant.
Eva in een lange witte japon is majestueus.
Een verrassing de nachtwachter in outfit van magere Hein met zeis.


Mijn indruk van de zangers:
James Johnson (Sachs) zingt melodieus, met onberispelijk Duits. De slotaria had krachtiger gezongen mogen worden.
Agneta Eichenholz (Eva) is loepzuiver in zang, ze kan luid zingen zonder enige stemvervorming.
Sarah Castle (Magdalene) heeft een zachte stem en is niet zo verstaanbaar.
Adrian Eröd heeft zoals gezegd geen venijnigheid.
Thomas Blondelle (David) met een enorme tekst, heel bewegelijk op toneel. Zittend zingen geeft onduidelijkheid.

De dirigent:
Marc Albrecht heb ik voortdurend aanschouwd. De opera is de hoogste kunst, die van Richard Wagner nog meer.


Hans Sachs in rood. Links van hem dirigent Marc Albrecht. Beckmesser. Vervolgens Eva.
Links en rechts Meister.



















 



















20 juni 2013

Elgar met zeurende Kindjes

Dat gezeur met lage stem, hoge stem en nog hoger, ze willen hebben. Maar ze krijgen het toch niet wat ze willen. Ze willen zoveel, altijd maar.

Dit bedacht ik mij bij het horen van Elgars:

Falstaff (Symphonic study in C minor, op.68)

 

Sir Edward Elgar

Het duurde ook nog 18 minuten en 53 seconden.

BBC3 20-6-2013

 

15 juni 2013

Bach Avond vanuit Snape Maltings

Sir John Eliot Gardiner was de dirigent, gaf vooraf uitvoerige toelichting tot met moment dat de orkestleden gaan stemmen.

J.S. Bach:
Motet - Singet dem Herrn ein neues Lied, BWV 225
Viool Concert in A mineur, BWV 1041
Cantate - Ich habe genug, BWV 82

Concert voor twee violen in D mineur, BWV 1043
Cantate - Christ lag in Todesbanden, BWV 4.

Een schitterend Monteverdi Koor en orkest.
Een adembenemende hoboïst.
Een vloeiende bariton Peter Harvey met vlekkeloos Duits.