Pagina's

31 mei 2015

Concertgebouw met het Nederlands Philharmonisch Orkest - Vrijdag 29-5-2015



Een avond in het Concertgebouw met het Nederlands Philharmonisch Orkest

Lichtjeslijkietszo nerveus was ik toen ik mij opmaakte voor het Concertgebouw.

Het waren me klanken om van te trillen, zowel die van Alban Berg als van Bruckner. Maar mijn zenuwen zullen ook, waarover meer.

Opeens kon ik mijn zwarte strikje niet meer vastmaken, toen ik nadenkenderwijs ging zitten wist ik het weer. Max, mijn neef, zegt dat hij alle kleuren heeft: rood voor huwelijksaanzoek, groen voor boswandeling en wit voor accordeonspelen. Goed, ik houd het klassiek.


Jos in alle charme
                                             

Op de heenweg, ik stap meestal uit in de Beethovenstraat, rook ik een sigaar maar ik moest oppassen dat de dubbele manchetten geen as raken.

In de hal sprak ik vier Duitse dames uit Lünenburg, d.w.z. uit de omgeving van Berlijn. Toen ik verklaarde dat het Concertgebouw de mooiste muziekzaal heeft in de wereld beaamden zij dat hun zaal in Berlijn de beste is. Goed, ik laat dit zo, patriottisme, ik zal de deftige dames niet weerspreken.

Eenmaal binnen ga ik zoals eerder een rode wijn drinken in de Spiegelzaal en… de vier gingen bij mij zitten! We hadden een geanimeerd gesprek waarna ze mij complimenteerden dat ik goed Duits spreek. In Amsterdam kan je met Duits niet meer terecht…, verzuchtten ze.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest, waarvan ik twittervriend ben, verzorgde de avond. Ik wil geen abonnement want als vrij man wens ik geen verplichtingen maar het orkest twitterde dat er vrije plaatsen waren waarop in onmiddellijk gereageerd heb.
Eenmaal in de zaal ontwaarde ik maar een oudere man die een smoking aanhad, zij het met open jas! Dit is niet geoorloofd volgens de regels. Achter mij zat een meisje van zoiets als vijf jaar met haar jeugdige vader. Mijns insziens veel te jong, mijn eerste bezoeken waren middels de voor scholen in Amsterdam georganiseerde jeugdconcerten vanaf 1956 en toen was ik 13. Vóór mij waren vijf plaatsen leeg zodat de girl met mooie ogen nog goed uitzicht had ook.




De Chef-Dirigent Mark Albrecht kwam binnen, ik ken hem van vroeger.

Het eerste concert was een muziekstuk van Alban Berg, modern voor zijn tijd. Op de radio zou ik dit wel hebben uitgezet maar hier blijf je gespannen, het is heus muziek, ongetwijfeld, er straalt emotionele spanning uit. De zware tuba gaf een door en door grondelijke klank.

Dan 7 minuten pauze om de Steinway naar boven te liften. Wat een instrument, had ik die maar, doch ook graag bezit ik een orgel om amateuristisch X-Ray klanken voort te brengen. Wij krijgen een spektakelstuk als het 2e pianoconcert van Franz Liszt, met alle toetsen die maar mogelijk zijn, van links naar rechts en retour. Denk niet dat dit louter muzikaliteit is, de meester componeerde dit om de vrouwtjes te imponeren.  Ik ken hem. Jonge jonge, wat een show, de zwaaiende armbewegingen van de Franse solist waren toch wel minimaal. We zien wel dat hij volkomen in trance is. Een schitterend artistieke kop.


François-Frédéric Guy, klein van gestalte maar groot in kunde.

Pauze, ik nam een rode wijn en keek hier en daar om mij heen.

Dan het concert waarvoor ik gekomen was: Bruckner!
Ditmaal zijn 6e, bijgenaamd die Sechste (Symphonie) ist seine keckste (gekste).

In het tweede deel begonnen Bruckners softe klanken, ik raakte onder de indruk.
Maar in het vierde en laatste deel werd het helemaal weemoedig zodat ik mijn ogen moest drogen met de vingers.
De volle klanken met 5 hoorns, trompetten en trombones, het is een belevenis dit in het echt volmaakt te horen. In de huiskamer kan dit niet omdat de buren anders hinder ondervinden, dit is wel niet het geval geweest maar toch ben ik voorzichtig.

Voor het eerst bemerk ik dat de cello- en basvioolpartijen nagenoeg identiek zijn. Het is vaak een basritme dat veel gewelddadiger zal worden in de Sacre waarvan de Klara-deskundige stelt dat de strijkinstrumenten als slagwerk gebruikt worden!

De Concertmeester Olga Martinova  kreeg ook een bos.

Dit is nu muziekbelevenis, in het echt en natuurlijk. De radio is maar een afgietsel.
Ik voelde mij gelukkig erbij te zijn.

Eenmaal thuis moest ik nog eten, want ik ga nuchter en zonder drinken uit huis. Allereerst haalde ik mijn bier binnen, vraag niet hoeveel, vervolgens at ik Nassie Goreng en wokte kalkoenfilet en tartaar. Uiteraard moest ik de huiskamer nog een uurtje luchten.

Welke jonge vrouw wil mij begeleiden nächstes Mal?
Voorwaarde is het gekleed zijn in een japon, zwarte kousen, charmant zijn en een arm geven.
Jos weet het wel, hij is streng.

Jos Heitmann





Neutöner: Bruckner en Liszt
Tijdens hun leven werden Anton Bruckner, Franz Liszt en vooral Richard Wagner spottend de 'Neutöner' genoemd. Zij zochten in de opbouw van hun werken en in de harmonische ontwikkeling naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden. Ze doorbraken de klassieke regels. Een fraai voorbeeld is het Tweede pianoconcert dat Franz Liszt in 1857 voltooide. Geen keurig in losse delen geconstrueerd soloconcert, maar één doorlopend geheel van zes delen, waarbij de piano is ingebed in het orkest. Een 'concerto symphonique' noemde hij het.

Bruckners Zesde symfonie
Even fantastisch is de Zesde symfonie van Anton Bruckner uit 1881. Hij sloot met dit werk wel aan bij de klassieke opzet van een symfonie in vier delen, maar inhoudelijk volgde hij zijn eigen intuïtie. Met botsende klankblokken, over elkaar schuivende harmonieën en grillige stemmingswisselingen. Een 'Neutöner' van toen die nog steeds weet te verbazen.












04 april 2015

J.S. Bach De "Meezing"-Matthäus-Passion in Het Concertgebouw te Amsterdam op 1 april 2015

Als je het Nederlands Kamerorkest (deel van het Nederlands Philharmonisch Orkest) en het Toonkunstkoor (sinds 1829) ziet gaat je hart kloppen iets belangrijks te zien en te mogen meemaken; als in een impuls kocht ik digitaal het toegangskaartje voor de Matthäuspassion in het Concertgebouw voor de eerste april 2015 waarbij het publiek de koralen mocht meezingen. 
Dat is wat voor mij die al sinds de vroegste jeugd vertrouwd is met deze formidabele en beklijvende muziek!

Mijn jeugd
Als jongmens werd ik al vroeg gegrepen door Bach, floot of neuriede alle melodieën inclusief de Barokversieringen mee en welke noot kende je zoal niet? En dan de Lijdenstijd dat de Matthäus op de Nederlandse en de buitenlandse radio overal te horen was op de middengolf van de buizenradio van ERRES uit 1932 die ik nog bezit, kon ik er geen genoeg van krijgen en mijn moeder kloeg gelukkig niet, zelve in de operette zangeres geweest te zijn.

Medio 60er ging ik te samen met mijn moeder naar het Concertgebouw de Matthäus bijwonen met het KCOV Excelsior o.l.v. de Lutherse Meindert Boekel (1915-1989). Hiervóór was dirigent Theo van der Bijl (1886-1971), een katholiek man die woonde op de hoek van de Hobbemakade en de Hobbemastraat. Naar een christelijk koor gaan was eigenlijk not done, dat komt omdat mijn moeder, zelf van Nederlands Hervormden Huize maar niet praktiserend, niet als katholieken toentertijd nog vijandig doch daarentegen best goed kon opschieten met de streng Lutherse buurvrouw De Maret van de Oranjekerk die voor de paastijd de buren afliep om kaartjes te verkopen voor de uitvoering in het Concertgebouw. Dan heb je me wel een stuk oneindige muziek, dat wel maar zie je hier en daar ook andere buren zitten. Dat was ook het geval met collegae van het levensverzekeringsbedrijf De Nederlanden van 1870 waar ik werkzaam was, een uitgesproken Joodse man zag ik zitten als ook een portier die meelas uit de Klavierauszug; kijk nooit neer op een portier, leerde ik.

De uitvoeringen herinner ik me nog als de dag van gisteren, de geweldige Jesuspartij altijd uitwendig gezongen en de zangeressen die elk jaar weer prachtig waren. Een mannelijke zanger met een blond haarlokje, ik was verbaasd dat een man zoiets kon doen. Een vrouw naast ons die hierdoor zeker werd gefascineerd, zij trok de aandacht van de zanger door de ijzeren sluiting van haar handtasje meer dan eens dicht te klikken.

Nu in 2015
Als ik in het overzicht van Het Concertgebouw de aankondiging ontwaar bedacht ik mij geen moment, zoals ik al schreef. Dit vind ik maar raar van mijzelf, allicht dat ik elk jaar wel een groot gedeelte van de passion op de radio beluister maar niet meer met die aandachtige instelling als voorheen. Toch was de muziek er niet minder om geworden, alleen had ik zeker andere prioriteiten.
Nadat ik het digitale kaartje binnen had werd ik nerveus met de vraag of ik er wel goed aan gedaan heb? Ik wachtte de eerste april af, dronk de avond te voor een groot glas wijn en slikte een ongevaarlijk kalmeringsmiddel.

De eerste april
De dag zelve besteed ik in alle rust om mij geestelijk voor te bereiden. Immers niet slechts de passion maakt mij nerveus doch evenzeer de toegang tot het beroemdste gebouw van de muziek, met zijn rechthoekige zaal die alom lof krijgt vanwege haar akoestiek. Ik tracht de innerlijke rust op te bouwen, vooral aandachtig te zijn mij het best te verzorgen zodat ik mij best kan voelen. Soms maak ik een selfie voordat ik vertrek. Nog een check en ik vertrek, 2½ a 2 uur voor begin van de voorstelling. De reden is dat ik nog extra in de omgeving wil wandelen etalages bekijken en zoals eens op een donderdagavond nog een half uurtje in het Stedelijk kon rondwandelen, mooi meegenomen dacht ik.

Op de halte van de 5 een Indiase vrouw die ik er op wees de andere halte naar Amstelveen te moeten  hebben. Hoe kan ze zich nu zo vergissen, dacht ik hoogmoedig. Kort daarna werd ik zelf gestraft door in een lichtflits te beseffen mijn digitale toegangskaartje vergeten te hebben, ik bedacht mij geen moment en keerde huiswaarts. Bijna een half uur kostte mij dit  ongewenste voorval maar juist omdat ik zo dicht bijwoon, de wandeling op een mooie dag zou ook ruim een half uur zijn, kon ik ruimschoots bij het Museumplein zijn. Waarom dit ausgerechnet mij moest overkomen begrijp ik nog steeds niet, iemand als ik die zo voorzichtig is. Maar wellicht was ik nog nerveus en wilde dit niet weten. Immers, zo lang niet naar de passion gegaan te zijn, bezorgt je toch een schuld, der Mensch ist Sünder leert Bach toch?

Der Mensch ist Sünder
Dit weten we allang. Het is uitgesproken Lutherse en Gereformeerde theologie, bij de laatsten een levenshouding waartegen Cornélie over wie ik zojuist een biografie geschreven heb, zich in haar jeugd hardnekkig heeft tegen verzet. De gelovige mens moet dan maar zien met zich zelf in het reine te komen terwijl de katholiek de hulp kan inroepen d.m.v. het sacrament van de biecht. Maar ook hier is dit ouderwets geworden behalve bij ultraconservatieve kerkelijke gemeenschappen. En dan een halve eeuw overleg tussen de katholieke en protestantse theologen om tot een overeenstemming te  komen inzake de Justificatio, het zal tevergeefs blijken.
In Bachs tijd was het zondebesef niet zonder vergeving voor de goegemeente dagelijkse prediking en  hoor ik dat Johannes niet explicieterwijs het zondebesef uitbeeldt waardoor Bach door het kerkbestuur van de Thomas werd aangespoord toch maar vooral een  koraal over de zonde op te nemen.

Het is in maart en april 1999 geweest dat ik op Klara een bijna-Vlaming Kees van Houten in een tweedelige uitzending hoor doceren over het zondebegrip in de Matthäus. Om kort te gaan stelt hij dat de verhouding van de relatieve lengtes van het eerste en tweede deel van de passion gelijk is waardoor hij de vraag opwerpt als het langere deel als stipes (staander) en het kortere als patibulum (dwarsbalk) virtueel gelijkgesteld wordt, welk woord nu op het kruispunt zou staan? Het lijkt wat gezocht, je moet de twee rechten schoorvoetend verschuiven maar dan toch blijkt op de goede plek als de crucifix-vorm duidelijk zichtbaar is het kruispuntwoord te zijn: Sünder! Allerverbluffendst, temeer daar je mag veronderstellen dat Bach dit zelf ook gewild heeft, wetend dat het kleinste Bijbeldetail zoals Van der Bijl beschrijft muzikaal is verwoord. Wat een genie niet vermag; het is om je adem te doen stokken! Overigens las ik in maart 2009 dat dezelfde man in Sint-Oedenrode nog een lezing heeft gegeven en dat er 30 noten zijn bij dertig Silberlingen (dit Duitse woord is overigens een neologisme van Luther naar triginta argenteos uit de Hiëronymus Vulgaat, Mattheus 26:15).

Mag je als katholiek wel?
De vraag dient gesplitst worden in vroeger en nu. Het waren strenge tijden, de religieuze gemeenschappen strict gescheiden met ieder een eigen cultuur. Menging werd tegengehouden door een aversie te kweken voor de andersdenkende, laat staan jegens de onkerkelijke.
Ik kan me uit mijn jeugd niet herinneren in de katholieke kerk ooit muziek van Bach te hebben gehoord, immers de muziekcultuur was sedert de Contrareformatie in Latijn met de daaraan verbonden gezangen. Wie kende die niet uitwendig?
Doch de Ordo Novus Missæ sedert het tweede Vaticaans Œcumenisch Concilie vanaf 1970 laat Nederlandstalige liederen toe, waarvan ik nauwelijks iets af weet. Ik schreef in mijn essay over De Goede Herder (23-3-2015) met de dirigent Irene Hagemans veel teksten te hebben gezien. Vaak heb ik wel Oosterhuis zien staan die overigens zich van de traditionele kerk heeft afgekeerd. Dan worden de orgelwerken ook vrijer. In de Krijtberg heb ik vanaf 1997 toen ik daar geregeld kwam L.B. Stuifbergen talloze malen Bach horen spelen naast de werken uit het romantische repertoire voor het Cavailé-Coll orgel, welke meesters allicht Rooms zijn. Olivier Messiaen had een voorkeur voor de genoemde geleerde organist, na de overbekende Latijnse gezangen worden klanken gereproduceerd die je kippenvel bezorgen. Toch heb ik eens een duidelijk conservatieve man horen beweren tegenstander te zijn van het vertolken van de Bruiloftsmars uit Lohengrin, "Zo heidens", verzuchtte hij. Welnu, dit woord hoor je tegenwoordig niet meer.
De Matthäus van Bach is van Lutherse signatuur, welke explicatie van de muziek o.b.v. de Bijbeltekst toch niet direct op een weerstand zou moeten stuiten of men moet scherpzinnig theoloog zijn. Dat hiermee een andersoortig geloof de Roomse kerk insluipt is mij te ver gezocht, laat staan als het noch vocaal doch louter instrumentaal is.
Het is in het Bachjaar 2000 geweest dat ik een Duits protestantse Bischof hoorde beweren dat de tekst "de Hellepoorten zullen niet bezwijken" uit het motet Jesu meine Freude voor het geloof de betekenis heeft van de Roomse kerk! Ik was stom verbaasd zoiets te horen, ver weg van œcumene en eerder een aanzetten tot haat zoals het vroeger was. Je heb ze dus nog daar maar bij de katholieken evenzeer toen ik de toenmalige secretaris van de Vereniging voor Latijnse Liturgie hoorde gekscheren tegen het calvinisme, onder luid gelach van de aanwezigen.

De Spiegelzaal
Ik was daar al eerder op een zondagmorgen toen ik Mendelssohns Lobgesang ging bijwonen, en later een interview vooraf het optreden van de Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein. Nu kon ik daar een koffie drinken en ten volle genieten van de ambiance.
Dan begeef ik me naar de zowat heilige ruimte van de muziekzaal.

De concertzaal
Eenmaal gezeten kijk ik mijn ogen uit, langzaam stroomt zij vol doch het balcon blijft wonderbaarlijk leeg. Het podium en de hoge zitplaatsen stromen allengs vol en voller.

Het podium stroomt vol, eerst de amateurs. Klik op de foto voor groter beeld.






De bovenste rijen van het podium worden gevuld door amateurs van het cursuskoor Zing en Beleef. Dit heeft een goede reden, de dirigent Boudewijn Jansen zal ons toespreken en vermelden dat deze meezing-passion met de koralen juist vanwege dit versterkt wordt, immers men vermoedt dat in de Thomas het kerkpubliek ook met deze overbekende koralen meezong die weliswaar door Bach van zijn specifieke barokbassen zijn voorzien. De bassen bij Bach zijn altijd schitterend harmonieus! Maar mijn zegsvrouw naast mij dat een andere reden ook kan gelden, zij weet dat vorig jaar heus niet zo (uit volle borst) wordt meegezongen! Inderdaad zal dit zo blijken maar straks meer.

De koorknapen
Als deze binnen tippelen in hun rode pijen, wellicht ook met capuchon (?), gaat er over mijn wang een golf van ontroering. Zulke jonge kids, recht voor een 2000 man koppig publiek, ook bij hen zal er iets door hen heengaan? Het is het jongenskoor van de Kathedrale (R.K.) St.-Bavo te Haarlem.

De twee orkesten zijn gezeten


Als je goed kijkt schat ik de leeftijd op 6 tot 9 en met meisjes. Ik vroeg mijn buurvrouw of ze dit ook van mening was, zij dacht van wel, er zijn enkele langharigen onder. Dan gelden ze als een versterking, in menig katholieke kerk anders dan in de Krijtberg kunnen (mogen) tegenwoordig meisjes niet slechts een grote kaars dragen doch best een liturgische functie vervullen.
Toch ben ik van mening dat het jongenskoor van De Vredesscholen, met name die van de St.-Franciscusschool begin 50er van oudere leeftijd was, ik denk 9-13 jaar. Hierop zaten mijn schoolvriend Nico Zaal en mijn buurjongen Rob Bloemkolk (+ maart 2013), deze van de St.-Cornelisschool. Het was de dirigent Piet van Egmond die vooraf het koor inspecteerde op zijn ingestudeerdheid. Na het Concertgebouw brachten zij hun kunde in het Zeeuws-Vlaanderse Aardenburg.
Ons koor hier was uiterst zacht van toon, ze moeten dus wel jong geweest zijn. Dat scherpe cantus firmus-stemmen hoog boven de volwassenen uitsprongen is hier dus niet het geval geweest.


De knapen hebben zich opgesteld


De toespraak
door de dirigent was kort maar krachtig, Hij spreekt over schuld als Leidmotiv en ieder zal op wat voor manier dan ook op zichzelf terug geworpen worden, verzekert hij. Louter muzikaal is dit meesterwerk dus niet bedoeld en wordt nu ook nog niet als zodanig opgevat, er zit iets achter en veel meer. Geen dogmatiek maar wat dan wel, daarin is ieder vrij. Zo denk ik er ook over en daarom ben ik hier.

De binnenkomst der gladiatoren
Nu echt niet met een hard applaus, eerder een rustig klappen. Zij die voor ons staan zullen een geweldige prestatie leveren en ons verrijken met de vertolking van hun vakmanschap. We kunnen een beter mens worden dan we zijn geweest.



Het Toonkunstkoor Amsterdam 
is ook compleet en het staat op bij de binnenkomst van solisten gevolgd door de dirigent.






Het Begin
De stilte valt en duurt pijnlijk lang. Er wordt een uiterste aan concentratie opgebouwd als het diep halen van adem. Dan heft de dirigent zijn armen en het volledige orkest met de koren I en II Toonkunst en jongens beginnen aan de openingszang.

De opstelling
Bach heeft eigenlijk de stereophonie uitgevonden.
Orkest I bevat naast strijkers blazers als fluiten, hobo en fagot. Of dit de voorgeschreven oboe d'amore en oboe da caccia zijn weet ik niet. Hier staat het kistorgel als continuo. Koor I staat hierachter. Een bas (een jongevrouw) bijna in het midden die ook voor orkest II speelt.
Midden de solocello en de viola da gamba met haar zes blinkende snaren.
De solisten zitten in het midden van het podium, de evangelist blijft daar staan en de andere solisten lopen rustig vooraf hun partij naar voren. Dit is wat anders dan de overbekende zitplaatsen vooraan.
Rechts orkest II met het klavecimbel als continuo. Hier geen houtblazers. Achter koor II.
Midden tussen de koren de knapen.
En zoals eerder gezegd, links en rechts achterste plaatsen het amateurkoor ingestudeerd door Hans Veldhuizen.

De passion
Ik kan maar aanstippen wat ik gevoel en gedenk. Het openingskoor werd rustig gedirigeerd, het slotkoor van deel I echter vlugger. Het slotkoor van deel II weer iets rustig en vooral niet met stemmen op volle kracht. Ik kan het niet laten bij mijn lievelingsmuziek, het koor waarmee deel I afsluit, een huivering te laten gevoelen, want ik ken geen mooiere muziek. Het eind was kort, i.t.t. de vertolking door Piet van Egmond die eigenzinnig het woord lange ook langdurig liet zingen. Hij was hierin de enige. Maar voor de oorlog wist Mengelberg ook de tonen geweldig lang te rekken, totdat Harnoncourt er een versnelde passion van weet te maken waarvan men mooi teruggekomen is! Wat het volume betreft was dit uitgezonderd in die exclamatoire passages overal beheerst, we hebben dan ook te maken met zangers van klasse. Dit is anders geweest met het KCOV in mijn jeugd waarin overheersend veel vrouwen zaten die in het slotkoor een waarlijk volume produceerden, waarvan Lex van Delden recenseerde dat dit eerder een triomfkoor geleek! Wat een techniek de twee koren tegelijk te bedienen met dirigents armen, het moet een man zijn met argusogen.
Soms hoorde ik de solocello en de viola da gamba niet zuiver in de snelle passages maar dat is een enkel maal. Het kan ook het gevolg van de afstand zijn van mijn zitplaats tot het orkest.

De solisten
De avond wordt verrijkt door de geweldige zang van de solisten. Het is dat je verlangt ze weer naar voren te zien komen. De twee zangeressen, in zwarte japon gekleed, waren perfect en dubbel in de gezamenlijke aria. Het zijn Judith van Wanrooij, sopraan en Luciana Mancini, alt. De evangelist was Markus Schäfer die eenmaal een toon misgreep. Ik zeg duidelijk honni soit qui mal y pense! De Christuspartij was door Maarten Koningsberger en ten slotte Marcel Reijmans, beiden prachtige stemmen. Ze werden nog teruggeroepen maar een toegift is er natuurlijk niet.

En de meezingers dan?
Mevrouw kreeg gelijk, uit volle borst werd nergens gezongen. Dat zou ik ook niet gekund hebben aangezien de lettertjes in het tekstboek minuscuul waren en dan was het ook nog schaars verlicht. Ook de Klavierauszug die ik bezit is klein gedrukt. Dus heb ik op heus wel luide toon mee geneuried, want als ik niet alle noten uit mijn hoofd ken, goed, een triooltje vergat ik maar in de herhaling niet, niemand keek naar mij maar ik hoorde om mij heen vrijwel niemand meezingen. De hele zaal was eigenlijk wat op gedempte toon.

Het slot
Als de laatste toon met de vermaarde voorhouding klinkt weten we dat aan de passion een eind gekomen is. Dan volgt er een 15 seconden lange stilte die je waarlijk doods kunt noemen. Zoveel mensen, zo stil, letterlijk muisstil, er geschiedt een wonder.


De uitreiking van bloemen aan de solisten begint


 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------




Fragment uit BACH'S TOONSCHILDERING IN DE MATTHÄUS-PASSION
in 1961 geschreven door Theo van der Bijl, dirigent van KCOV Excelsior in de periode 1948-1965. (Een pdf gemaakt.)

Corr. namen Stuifbergen en Van Houten op 19-6-2015
 














23 maart 2015

Winfried Kretschmann gelooft wat hij wil

Kretschmann
Dat betekent echter niet dat Winfried Kretschmann de autoriteit van de paus aantast, noch dat hij zelf paus is. Hij tast de kerkelijke hiërarchie niet aan, maar hij is fel tegen de angst en zorg (een mooi woord zou zijn inquiétude) die de gelovige moet ondergaan door de dogmatiek van de leer waarbij het geringste verschil van mening zou worden uitgelegd als een aantasting van de kerk in het geheel! Dit is lichtgelovigheid ten voeten uit! Doch duidelijk moet zijn dat de Kerk debat niet uit de weg kan en daarenboven dat de Kerk zou geloven altijd de waarheid in pacht te hebben, eenvoudig niet waar is.


De dogmatiek die als een donkere wolk boven de beminde gelovigen zweeft, angst geeft en onderdrukking. De dogmatiek die het gebruik van preservatief verbiedt wat toch te vergelijken is met dat je brood met mes en vork moet eten dan met je handen.
Het evangelie is al grandioos in praktijk gebracht door de invoering van de sociaalstaat en de opwerping van de mensenrechten.

Kretschmann geb. 13-5-1948.
MP van Baden-Württemberg namens De Groenen.


Die Zeit, 20-3-2015

Met de Parochie van De Goede Herder naar de Stille Omgang 2015

De bus stond al klaar, we zagen hem even niet, terzijde van de parochiekerk De Goede Herder aan de Van Boshuizenstraat, thans geheten kerkrechtelijk onderdeel van de uit vijf kerken bestaande R.K. Parochie Amstelland, we konden instappen. Een grote bus voor de dozijn belangstellenden onder wie een vrouw, vaste bezoekers van deze kerk, het waren er zo ik hoorde voor deelneming aan de Stille Omgang vroeger meer. Ik wist vorig jaar al van het busvervoer en besloot dit jaar de website in het oog te houden. Heen kan best maar terug is omslachtig, de nachtbussen die vertrekken richting Buitenveldert en verder halten vanaf en nabij het Leidseplein. Ook dan moest ik eens terug wandelen vanaf de Amstelveenseweg en de eerste keer in 1997 ben ik zelfs geheel in marstempo naar huis gelopen!

De luxe reisbus van de firma Oostenrijk


Om 22.15 uur was een voorbereidende viering, d.w.z. een heilige mis in de Nederlandse taal. Dit wetende besloot ik geen kerkboek te pakken aangezien ik elke keer weer mij suf zit te bladeren om de juiste tekst voor ogen te krijgen. Ik ben immers de missale Romanum gewend, als ook de missale Gregorianum en daarin weet ik middels de bezoeken aan De Krijtberg goed de weg. Overigens kom ik daar zelden meer en de boeken staan gewoon in de kast. Wie had gedacht dat pastor Phil Kint duidelijk vooraf de elke bladzijde opnoemt zodat ik spijt kreeg geen boek ter hand te hebben. Maar ik kon dan ook des te beter verstaan.

Ik was een der eersten die binnenkwam de kerkruimte was nog schaars verlicht. Ik had me voorgenomen Phil aan te spreken dat ik het ben geweest die begin vorig jaar Huub Mous heb ingelicht dat Phil daar werkzaam is, die "gezocht werd" voor deelneming aan hun reünie van zijn  klas1b Gymnasium 1960 van het voormalige St.-Ignatiuscollege. Zo kon hij ras gelokaliseerd worden voor contact.

Voornoemde Nederlandstalige missalen met mij onbekende liederen heb ik in diverse uitvoeringen gezien in kerken waar in aanwezig was als begeleider van Irene Hagemans, muziekpedagoge en koordirigent en heb mij verbaasd hoe weinig ik daarvan weet. De (enige) canon is me wel bekend maar de rest niet en dat is heel wat. Natuurlijk is een mis in Latijn of in Nederland identiek van religieuze waarde alhoewel de latinisten zich iets superieur voelen meer bij de historische traditie aan te sluiten zij het vanaf 1970 dan toen de Novus Ordo Missæ werd ingevoerd. In de kerkboeken staan naar ik mij herinner ook teksten en liederen van Huub Oosterhuis die zo vrijzinnig is geworden dat zijn geestesproducten ouderwets lijken.

Toen hoorde ik Phil vooraf van elke voor te dragen tekst de juiste bladzijde vermelden. Wat spijt kreeg ik toch geen kerkboek gepakt te hebben!

Phil is gepromoveerd op een proefschrift getiteld Prometheus aangevuurd door Demeter (1989). Dit is echter geen epos zoals U zoudt verwachten maar economische geschiedenis betreffende de landbouw in Oost-Vlaanderen begin 19e eeuw. Werkzaam is hij als pastor in de Roomskatholieke kerk, overigens een HBO-opleiding. De canon en daaraan verbonden consecratie blijven altijd een gewijd priester voorbehouden. Het pastoraat is niet zonder risico, in de Titus Brandsma-parochie te Amstelveen komt een vaste bezoekster die afgestudeerd jurist is die eveneens de pastor-opleiding heeft gevolgd en werkzaam is geweest te Rotterdam. Ze moet een diepvroom meisje zijn die zo een stap heeft weten te zetten! Maar toen zij een echtscheidingsprocedure kreeg werd zij mooi gedesavoueerd.

De busrit ging om half twaalf van start, we reden door donker Zuid langs de St.-Franciscusschool en de Vredeskerk waarover ik vooraf met een aantal heren nog even had gesproken en het St.-Ignatiuscollege maar niemand lette daarop. We konden de Vijzelstraat al inrijden na de jarenlange werkzaamheden. Vanaf het Rokin maakte de bus een scherpe bocht het Spui in, een knap stukje van chaufferen!

Het Spui was om 23.45 uur aardig vol met wachtende mensen. Toen een ploeg van een dertig tal de Gedempte Begijnensloot introk gingen wij daar achteraan. Ik zag een jongeman in priesterkleed en schoudertas, twee meisjes die duidelijk zusjes waren. De lantaarn van de Heilige Stede werd bereikt en ik maakte een foto. Ik heb vroeger wel gezien dat pelgrims knielden en als een dit verricht doen anderen het ook. Een cameravrouw maakte heimelijk opnamen.

De lantaarn als baken van de Heilige Stede


De Warmoesstraat in


In de binnenstad is de koude wind minder voelbaar dan in het open Buitenveldert. Maar het is er ook luidruchtiger. Slechts op de Nes was het echt mooi stil voor de ommegang. Bij het begin van het Damrak heb ik bijna gestruikeld gezien mijn camera waarnaar ik keek. Ik besloot op te passen. De laatste voorgeschreven ronde om de voormalige Heilige Stede en het zat er op.

De lantaarn op de terugweg


Rustig, zowat even uitblazen begaven we ons naar de Lutherse kerk aan het Spui waar een gezellige drukte heerste. We konden een koffie kopen en ik nam ook een broodje al is het maar om de toegewijde voorbereiding te honoreren. Heerlijk ontspannen babbelen met ons gezelschap dat je al aardig goed leert kennen. Toen ik stelde dat de roomskatholieke Kerk was ingestort medio 60er, beter bedoeld het Rijke Roomsche Leven, een formulering die Huub Mous in zijn weblog talloze malen heeft gebruikt, kreeg ik een repliek dat eerder 's lands economie debet is aan de terugloop van het kerkbezoek, de welvaart deed de mensen andere doelen geven. De kerk had daarop geen antwoord. Ik heb prof Raedts zelfs in 1997 horen beweren dat er überhaupt geen secularisatie bestaat! maar dit zoek ik even niet op. Wederom zag ik een jonge priester in kleed als ook een in kostuum. Drie jongmensen nota bene waargenomen die voor deze professie hebben gekozen! Ook overal in de menigte jongeren te zien die van heinde en verre moeten gekomen zijn. Er vertrokken zelfs bussen naar Groningen!

De Lutherse kerk aan het Spui ook dienend als aula van de UvA


De terugweg was een iets andere route maar niet veel langer. Er werd gezellig geconverseerd en ik luisterde met plezier. Opeens hoorde ik de naam De Vluchtheuvel zeggen, een mij bekend object. Wij hadden met de eindexamenklas in 1962 aldaar de driedaagse retraite waarvan ik mij gedetailleerd nog veel kan herinneren. Echter had ik niet paraat dat de locatie in Bergen is, mooi om weer te weten!

Om half een waren we gearriveerd en twintig minuten later was ik thuis. Ik voelde mij vermoeid maar erg blij deelgenomen te hebben aan Amsterdams eeuwenoude traditie!

R.K. Parochie Amstelland 15 juni 2014 formeel

Nieuws zondagmorgen 06 uur: Deelnemers aan De Stille Omgang 2015 waren 6500.




17 maart 2015

De Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein in het Concertgebouw te Amsterdam op 16 maart 2015

Deze tweede avond dat de Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein optrad in Het Concertgebouw werd de opname gemaakt voor de radio4 klassiek. Ook ik maakte in mijn afwezigheid een registratie m.b.v. een mediaplayer.
In spanning heb ik de avond afgewacht en ging vooraf een uurtje wandelen in de omgeving van Het Concertgebouw om mij geestelijk voor te bereiden en mijn gedachten de vrije loop te laten.
Eenmaal binnen het gebouw heb ik altijd een geluksgevoel in deze prachtige tempel te zijn, graag wandel ik even rond om om mij heen te kijken en wat mensen te zien.

Vooraf om 19:40 werd Alisa geïnterviewd in de Spiegelzaal, zij was vergezeld door een gastvrouw. Enige vragen moest zij beantwoorden maar wat haar ouders deden met zo een muzikaal gezin werd me niet zo duidelijk, ik zal de opname nog moeten beluisteren. Wel vernam ik dat haar broer van beroep dirigent is.


Alisa Weilerstein in De Spiegelzaal



De Tweede Sibeliussymfonie werd in het kort uitgelegd dat de drie eenvoudige tonen in het begin aan het slot majestueus worden herhaald. Het Nederlands Philharmonisch Orkest straks.

Het celloconcert van Edward Elgar was een adembenemende belevenis. Ik kan niet beter kunnen zitten, zo goed kon ik haar gehele trance of zelfs transcendentie bekijken. Ik vergat adem te halen. De snelle tonen zijn een duivelswerk! Ze speelde zonder bladmuziek.

Huiswaarts wandelde ik met een sigaar naar de Beethovenstraat. En voor mij liep... Alisa met de roodglanzende cellokist op haar rug vergezeld door drie vrienden naar restaurant Bark aan de Van Baerlestraat.

In de pauze kocht ik de CD met o.a. Elgar en mocht die door haar laten signeren.


Alisa Weilerstein signeert

Alisa Weilerstein signeert

Alisa Weilerstein signeert


CD Elgar gesigneerd

Lees ook: Alisa Weilerstein en de Cello. Spie-blog 18-4-2014


29 januari 2015

Operakenner Fred Lingen overleden en begraven

Fred Lingen wordt vanmiddag de 29e januari 2015 begraven op Zorgvlied na mogelijkheid tot condoleance in het Uitvaartcentrum Zuid. Maar dit was dan ook vlak bij het orthodoxe Joodse Hospice Immanuel voor palliatief terminale zorg aan de Amstelveenseweg 665 waar Fred op 21 januari is overleden.

Het was gisteravond niet druk, de meeste vrienden zullen heden wel bij de teraardebestelling aanwezig zijn.



Ik ken, wat is meer afstandelijk, Fred van het Wagnergenootschap Amsterdam vanaf medio 70er. De bijeenkomsten vonden plaats in Het Centraal Brouwerij Kantoor aan de Herengracht 282 te Amsterdam en vanaf medio 80er in Huize Tambour aan de Overtoom.

Wanneer ik precies Fred gezien heb weet ik niet, wel dat, zij het van uiterlijk dan, hij mij wel kent. Als ik in het Muziektheater kwam groette ik Fred hartelijk, echter viel mij op dat ik niet echt werd aangekeken tijdens het praten, Fred werkte administratief door met waarmee hij bezig was. Wellicht wilde hij zich niet laten afleiden, of hij was gewoon een verlegen mens.

Fred behoorde tot de groep oprichters van het Wagnergenootschap op vrijdag 2 juni 1961 te Amsterdam, de 153e dag in de 22e week. Het eerste bestuur bestond uit Hans Voeten, Klaas Posthuma en Achmed Muthalib met Fred als penningmeester. Vanaf 1962 zal Dr. Herman Hoelen de scepter zwaaien met als nauwe geestverwant Hans Pot, twee figuren met een legendarische praktische en theoretische kennis van de Wagneriana. En dat is buitenuniversitair! Fred is derhalve 53 jaar, 7 maanden en 19 dagen lid geweest.

Ik zie maar een lezing op 20 oktober 1967 die Fred heeft gehouden over Oude en nieuwe ensceneringen van de Bayreuther Festspiele. Dit was vóór mijn tijd wel te verstaan.

Het meeste werk verzette hij bij de Operavrienden. Dat betekent de hele organisatie van toegangskaartjes tot busreis heen en des nachts terug. Een vermoeiende bezigheid, in je uitgaanstenu nog uren zitten en eenmaal in Amsterdam nog zien thuis te komen. De radius is maximaal tot Vlaanderen en in het Noord-Westen van Duitsland. Wie verder wil moet dit op eigener gelegenheid doen. Toch was er een ervaren mannetje in de reiswereld die in het Wagnerconvo reclame maakte voor een reis naar Amerika die wel Æ’ 5000 gekost heeft en warempel, een deelnemer schreef een kritiek!

Doch blijft Bayreuth het Mekka voor de wagnerliefhebber, het pejoratieve epitheton Wagneriaan is meer voor allerijverigsten en hardnekkigsten met een stug karakter. En wel daarom dat de muziek van Wagner heroverd moest worden na diepgang door de WOII. Zo kregen de liefhebbers een jarenlange startpositie in de verdediging tegen onterechte aanvallen en waren zij gehard in repliek tot aanval als verdediging. Herman de stentor was hierin een fanaat en Martin van Amerongen heeft wel eens verzucht hoe hij als criticus hieronder geleden heeft. Alhoewel Martins opzet van wagnerartikelen ver van mijn belangstelling is moet ik hem eigenlijk gelijk geven. Ge voelt wat een spanningsveld er geweest is, van begin 50er toen Bayreuth heropgericht, de consolidatie van het Festspielhaus door o.a. Hans Maier geschreven in een interview op 27-6-2013 op de Deutschlandfunk, werd het via een algemene waardering voor Patrice Chéreau tot een grote belangstelling in Nederland eind negentiger door Hartmut Haenchen. Dat hier (eindelijk) jonge mensen kwamen is veelbelovend geweest, immers ik heb als jongmens vanaf medio zeventiger slechts tussen ouderen gezeten. Doch geloof ik niet dat Fred ooit een keel heeft durven opzetten want daarvoor was hij een te zachtaardig mens. Daarenboven hield hij van vele opera's (nog) meer.

Op vrijdag 29 augustus 1986 vond er in de Stadsschouwburg te Amsterdam een bijzonder operaconcert plaats ter gelegenheid van het afscheid van de Nederlandse Operastichting van het Leidseplein. Fred was lid van het Organiserend Comité. De toegangsprijzen liegen er niet om, de uitgaanskleding is vanzelfsprekend. Maar de wereld waarin Fred heeft verkeerd is groter, zijn omgang met mensen nog groter. Hij werd koninklijk onderscheiden.

Hoeveel malen Fred in Bayreuth geweest is kan ik niet meer vinden, een veertig tal is niet uitgesloten. Dat moet hij bij het bespreekbureau wel een gouden voorrang hebben! Doch het meebrengen van een hele ploeg operavrienden is echt onmogelijk, hier is het individuele actie. Maar dan was er ook een gründlich kenner in de zaal die net als vele anderen de ensceneringen na het absolute hoogtepunt van Chéreau niet meer zal hebben kunnen volgen. Zo een onderneming met reis, verblijf en operazaal om ten slotte in plaats van te klappen een uur te boe-hen is eigenlijk triest. Men wil het zo goed. Het degelijk oude en het walgelijk nieuwe, wat staat ons nog te wachten? De jongeren zullen beslissen.

Ik denk dat tijdens de uitvaartplechtigheid wel operamuziek geklonken zal hebben.



Lees ook: Een waardig Afscheid op 9 oktober 1979

























26 januari 2015

Lobgesang in het Zondagochtendconcert op 25 januari 2015

Al vorig jaar had ik een elektronisch kaartje gekocht voor Mendelssohns Tweede Symfonie op. 52 in het Concertgebouw te Amsterdam, zondag 25 januari 2015.

Ik zat naast een echtpaar dat al 15 jaar op Het Zondagochtend Concert komt, al is het maar om een uitje te hebben. Het stel wist bij 5 concerten een gratis te krijgen.

Lobgesang was bedoeld om te Leipzig op 25 juni 1840 de 400 jaar bestaande Gutenbergbijbel te gedenken. Het werd een symfonie-cantate, 'n hybride werkstuk derhalve. De eerste drie delen zijn instrumentaal, het hierin motiverende thema duikt later weer op. Die trombone-klanken treffen je: er staat iets te gebeuren! Dan volgt een afwisseling van zangsolisten, orkest en koor.

Voor mij is het aangrijpendst het choraal Nun danket alle Gott uit de protestantse eredienst. Al de stilte vooraf doet mijn adem stokken, dan komt het a cappella gedempterwijs gezongen lied. Hier ten huize luider dan ik gewend ben maar het is dan ook geen treurmuziek. Als na het eerste couplet de groepen in het orkest de melody aanzwengelen krijg ik een gloeiend kippenvel. Dan komt het choraal in zijn volwassen vorm, een danklied dat nog nooit zo mooi gemaakt is.

Er zijn vele voorbeelden in YouTube, met een ergeniswekkende schraalheid aan geluidkwaliteit.


 
 Sopraan, in witte japon,
heeft het leeuwendeel aan solistisch werk,
eenmaal duet met de medesopraan en
eenmaal duet met de tenor

Sopraan

 Tenor





Mag je deze Lutherse conceptie als katholiek wel meezingen? Ik vermijd een antwoord hierop te geven want de schoonheid van lied en tekst gaan mij boven alles. Daar naar boven natuurlijk en dus geen aardse moeilijkheden maken.

Toch heeft dit choraal ook een bizarre connotatie: het werd luidkeels gebrald door de Pruißische militairen na de gewonnen veldslag. Zat van bier, zat voorhanden na requiratie. Wat wil je, met wat Bartheliaans rekenen en wat frakturiaans (Sütterlin niet eerst na 1935) schrijven hadden de kinderen niet veel meer geleerd naast de grote canon van psalmen voor verplicht kerkbezoek.

Ik zat rechts achter in de zaal. Het geluid van het koor op volle sterkte had m.i. een weerkaatsing wat kan komen door de grootste groep van vrouwenstemmen. Het is wel degelijk het beste koor van Nederland, daar niet van. Het orkest is groot in aantal, het orgel speelt voelbaar mee, de trillingen kruipen in je stoel.

Mendelssohn heeft er een indrukwekkend werk van gemaakt met een tekst die tijdloos is. En mij een gedenkwaardige zondagmorgen geschonken. Eenmaal buiten scheen de zon en ik haalde diep adem.

Het Concertgebouw Informatie


 
Antoinette Lohmann en Furor Musicus 
spelen muziek van Jacobus Nozeman en J.S. Bach


Antoinette Lohmann en Furor Musicus 
spelen muziek van Jacobus Nozeman en J.S. Bach


Vooraf in de Spiegelzaal Antoinette Lohmann met een luitspeler werken van Jacobus Nozeman en J.S. Bach. De presentator Hans van den Boom vroeg het publiek wie de eerste componist niet kent? Ik zag niemand. Vervolgens het Pianotrio Impression dat voor dag en dauw vanaf ten zuiden van Brussel was vertrokken. "Ben je eigenlijk niet afgestudeerd als je hier speelt?", vroeg Hans. Maar de celliste antwoordde vormelijk dat de school zoiets niet zou accepteren hoor. Ten slotte zes leden van het Groot Omroepkoor met liederen van Brahms, met des meesters eigen volle pianoklanken.

Spiegelzaal









01 januari 2015

Perpetuum Mobile met etcetera

Na de paradoxale afloop van het Perpetuum Mobile zei de in Bombay geboren dirigent Zubin Mehta:
Zubin Mehta, geb, 29-4-1936
"Et cetera, et cetera, et cetera".

Inderdaad dezelfde taal als in de titel.

Dit is toch, dunkt mij, twee maal teveel, origineel is het altijd gehoorde en ongetwijfeld het door Johann Strauß Jr (1861) in de partituur (Op 257) opgenomen: "Und so weiter"!

Dit klinkt ook erg leuk met een Weens accentje.

Nieuwjaarsconcert 2015