Pagina's

Posts tonen met het label Elgar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Elgar. Alle posts tonen

06 maart 2017

Elgar 3 maart 2017 met het KCO o.l.v. Sir John Eliot Gardiner

Weer naar het Concertgebouw. Van afstand zie ik het verlichte bouwwerk en smul nu al van de heerlijke sfeer binnen. Het is een andere wereld, hemelse wereld.

Het Concertgebouw vanaf het Ravensbrückmonument Museumplein

Als ik eenmaal gezeten ben in een nog aardig lege zaal krijg ik een verbazing dat de onbemande basviolen links op het podium staan opgesteld. Ik maak een opmerking tot mijn buurman die mij verklaart over een "Duitse opstelling". Dit blijkt inderdaad waar te zijn.

Vooraan van ltr: Eerste violen, altviolen, celli en tweede violen. Deze laatste zijn nu goed te zien!
Daarachter van ltr: Basviolen, harpen, hout, koper.
Achteraan van ltr: Slagwerk met tamboerijn, triangel, bekkens, grote trom en pauken.
(Orgel.)
De dirigent staat eigenlijk links van het midden en rechts naast hem is plaats voor de zangeres.

We zien het podium volstromen, veel vrouwen. Nog nooit zijn de tweede violen zo goed te zien geweest. Het wachten is op de dirigent Sir John Eliot Gardiner CBE, die toevalligerwijs precies een week ouder is dan ik. Dit is toch mooi geregeld van boven, nietwaar?

Opvallend dat vier Japanse girls op de podiumtrap de orkestplaatsen nauwkeurig bekijken. Ze hebben allen gitzwart halflang kapsel en witte rokken.


Als Eliot Gardener de trap afdaalt blijkt hij een forse man te zijn.



Onverwacht voor een Engelsman. Hij heeft een rechte rug, klimt zonder moeite. Voordeel is dat de muziek van Elgar zware grote lijnen heeft, de bewegingen van de dirigent zijn navenant.

Elgar - Ouverture Cockaigne, op. 40 'In London town' 
Eigenlijk zonder al te veel inleiding komt de muziek in volle kracht opzetten, we zitten midden in de drukke stad. Soms felle passages, dan weer tot rust komen. Alles is melodieus. De harpen kan je soms een tokkel horen geven, het orgel speelt constant mee maar het is op zich niet te horen, de pijpen vermengen zich met het volumineuze geheel. Het verschaft de Elgarmuziek een wondervolle bas-basis. Opvallend ook de soms opstijgende klank waarop deze plots afgebroken wordt. Dan komen ze allen weer opzetten. Het is een spanningstrekker.

Mahler - Rückert-Lieder 
De schitterende Zweedse zangeres Ann Hallenberg (1967), mezzosopraan, komt op, ze wordt hartelijk begroet. Ze heeft een klein partijboekje. Het gehele werk zal uiterst beheerst en soft worden, heus geen Elgar-volumineuziteit. Soms iele klanken, soms bijna stil. De zaal is ook muisstil. Ze begint een hele tijd met beheerst volumen, dan komen er krachtigere zangklanken. Ik geloof toch echt maar vier van de vijf Lieder.
Dan komt de Um Mitter Nacht. De zangeres gaat midden in het orkest op 'n lege plaats staan. Haar zachte zanggeluid mengt zich met de iele klanken van de orkestleden. Wat een vondst! De zaal is volkomen stil. De nacht is stil. Het is 'n levenseinde. Steeds deze drie woordjes, zacht, iets meer en dan weer zacht een kabbeling, het is een betovering. Blazers in solo geven soms zachte klanken, de zangeres zingt onverdroten door. Als het uit is kunnen we even adem bijhappen.
Het laatste lied ben ik vergeten.

Elgar - Tweede symfonie in Es, op. 63  
Slechts wat noten ken ik van deze tweede symfonie, het is een weinig gespeeld werk. De eerste is me goed bekend, de zware thematiek met lange lijnen en die begint met een soort treurmars. De derde is voltooid door meerdere competente muziekkenners. Nu dan de tweede die mij dus een hernieuwde kennismaking betekent o.l.v. een geboren Engelsman.
Wat een merkwaardig begin: de violen maken een kort glissando waarop het gehele orkest volgt met een totale bezetting. Steeds meer zullen deze glijders vertoond worden, als alle musici dit doen geeft alles een bazareffect. Steeds weer de afwisseling van pia en tutti. Er is weinig nazingbare melodie in te ontdekken maar het geheel blijft een fascinatie. Er lijkt geen eind aan te komen, de verbeelding van Elgar is onuitputtelijk. Men zou de symfonie oneindig kunnen herhalen, niemand die het merkt.

Het applaus is overweldigend en dat na Haitink op 16 februari al. Eliot Gardener moet tweemaal terugkomen. Zondag hierop is de uitvoering rechtstreeks die ik heb opgenomen.

Sir John Eliot Gardiner CBE - dirigent




Lees ook: Elgars Enigma-Variaties











10 februari 2016

Elgar's Enigma Variaties in het Concertgebouw



Was op zaterdag 30 januari 2016 een Spiegelzaalinleiding op de Enigma (1899) door Theodore van Houten, op mijn avondbezoek dinsdag 2 februari kwam het muziekwerk schaars ter sprake en werd de tijd wel gevuld met een brassuitvoering van Nimrod. Ik hoorde louter spreken over het thema in deel I en deel IX, terwijl we het toch over variaties hebben. Wat wist de spreekster dan meer?

Spiegelzaal met het sextet brassleden van het orkest

Van Houten ken ik maar al te goed, zelfs herinner ik me nog zijn 7 maart 1976 voor de radio uitgesproken idee inzake de oplossing van het raadsel, een programma i.s.m. Hans Hierck en Huber van Werkhoven. Kranten schreven ook hierover.




We zullen nog 32 jaar verder tot Pasen 23 maart 2008 moeten wachten tot Hans Westgeest met zijn nieuwe theorie verschijnt. Zowel van Houten als Westgeest zijn met name in het Engelse Elgar Society Journal (Westgeest: juli en nov. 2008) bekend.

De theorie Van Houten’s is kort gezegd dat boven de partituur Elgars aantekening but the theme never appears de oplossing inhoudt want ge kunt deze zin ook lezen dat het thema never zij!


Dr. Hans Westgeest graaft dieper in het leven van Elgar. Het zou handelen over de eerste vier noten in de Pathétique van Ludwig van Beethoven, Sonate in c mineur, opus 13, Adagio (2e deel), getransponeerd naar Es en in dubbele notenwaarden. De schrijver geeft een gründliche motivering in zijn boek van november 2007. Tevens bestrijdt hij beargumenteerderwijs de geloofwaardigheid van Van Houtens opvatting.

Leidschendam-Voorburg Corbulo Press 2007. Resumé


Al op de radio vernam ik dat de Australische dirigent Simone Young (1961) werd vervangen door de Schotse Rory Macdonald (1980) die al een goede reputatie bezit met o.a. Wagner’s Ring.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest
De uitvoering is alsof je in een warme oven wordt gestoofd. Deze formidabel harmonische klanken doen je beenderen gonzen en je huid aaien. Hoe kon Elgar dit bereiken! Westgeest schrijft dat de muziekuitgever/vriend August Jaeger de meester heeft aangespoord met de sententie dat Beethoven in zijn diepste depressie de mooiste adagio’s met grandeur heeft geschreven, waarom ook niet Elgar die neerslachtig was? Met succes, het thema was geboren, Elgar speelde dit op de piano en zijn vrouw werd  enthousiast.
Die klanken, als een stroom die niet ophoudt, soms felle momenten, dan weer zoet. Je blijft vastgeketend op je stoel. 

Het Nederlands Philharmonisch Orkest met de blonde Olga Martinova, concertmeester

Het is merkwaardig dat ik op mijn goede zitplaats in de voorzaal toch meermalen de inzet van de strijkers niet synchroon hoor gaan met die van de koperblazers. Het ligt niet aan de afstand tot het podium maar aan de minuscule vertraging door de adem die het instrument moet doen klinken. Ook bij Bruckner’s 8e ontwaarde ik dit.

Een ontdekking voor mij is dat in de finale (XIV) het orgel meespeelt, zij het ad libitum, hetgeen ik nooit heb geweten. Het slotdeel wordt dan majestueus en brengt je in hoogste verrukking.

Dramatis personæ















 Auctor














Eerder artikel uit 2008:
Enigma Variations van Elgar  
26 november 2013 
Jos Heitmann
 AMSTERDAM