Pagina's

23 juni 2011

Zoekmeisjes uit de Dromen

Solide beschutting van het graf - Een koele bries - Rust



Zoekmeisjes:

Ada Herpst
Ada Vermeer-Janse
Akkie Boer
Alice van Leeuwen
Amalia Domina
Andrea Wolwer (+5-10-2012)
Angelica Remmers (*1953)
Anita de Jong (*14 X 1951)
Anita Oudshoorn
Anita Vlaming
Ank de Clercq (*27 VIII 1948)
Ank Ledeboer
Anke Mulder
Anke Versloot-Cornelis
Anna Ietswaart
Anna Minis (*1944)
Annebelle Bousquet
Anneke de Graaff
Anneke van Egmond
Anneke Snijder
Annelies Meijboom
Annemarie Vink-Maasdam
Annemieke Hendriks
Annemieke Snels
Annemieke Snels
Annet Veenstra
Annette Tomboulidis
Ans Boeken
Ans Schram
Ans van Vulpen
Astrid Bloemkolk
Astrid-Luise Horstmanshoff
Astrid Klaasen
Ati van de Kolk
Barbara Oud (*18 IV 1941)
Bauke Rijtsma
Bea Bak (*4 VIII 1941)
Belika Douma
Bernadette de Wit
Betty Goudsmit (*1946)
Bonny Alberts
Brenda Hoffman
Brigitta Horstmanshof
Brigitte van Loggem
Carola van Beuren
Caroline Gottfried
Catherina Hofman
Christa van Gelderen
Christine Baumann
Claudia Geurtz
Conny Boekhout
Conny Rijs
Coosje (Koosje) Stoffels (Overleden?)
Corina Vogel
Corinne Godard
Corinne Visser
Deborah Guedj
Deborah Martijn
Desirée Bouw
Diana Vandenberg (*1 IV 1923, +3 X 1997)
Diet Verhaar (*8 XII 1941)
Djoeke (Diewke) Ottenvanger
Dunya Willeman
Eila Ahanto
Elisabeth Bierens de Haan-Keuls
Elise Friedmann
Ellie van Dam
Elly van Eck
Else Groeneveld (*1946)
Els Spin
Els van Veen
Els(e) van Beek
Elsje van Nieuwenhuizen
Emmy Klugt-(van) Beek/Turk (*1939)
Erica Schruer
Erna de Kleijn
Ernestine Ellis

Esther Tielemans
Eugenie van Roessel
Eva van Diepen
Evelien Dans
Franciene Albach
Francine Hakart
Fransje Borsje (*11 VII 1942)
Froukje Kraaij
Gabriele Sädler
Gerrie Verheijen-Ambrosius
Gerrie Willemsen
Greet (Margherita) Sargentini
Halima Mohammed Joessef
Hanneke van Gent
Hanneke Suidman
Hanneke Zellenrath
Hanny Faber
Hanny van Lierop
Hedy Honigmann (wed. Frans van der Staak)
Hendriekje Bosma
Henny Bresser
Henny Musters
Hetty Lemmens
Hetty Zijlstra-Meijer
Hilda (Eland)
Hilly Veenstra-Schaper
Ieke Spiekman
Ilda Simonian
Ilona Gréf
Inez Köhler
Ingeborg Zondag (*27 IV 1937)
Ingrid Schippers
Irene Hagemans (*5 VIII 1949)
Irene Elisabeth Snijder (*23-4-1959)
Irene van Exel
Irene Wüst
Jacqueline Frankòsc
Janny Plomp (*12 VI 1929)
Janny Vos
Jelica Maltarić
Jennifer Logan (*13 IV 1956)
Jet Alphenaar
Jetty Smeets
Jill van der Aa
Jitske Mulder
Joke den Adel
Joke Mizée 
Jops Jacobs (*20 XII 1947)
Josanne Jansen op de Haar
José(e) Brandenburg
José(e) de Groot (*18 I 1944)
José(e) Pelgrom
Josée Rietel (*1949)
José(e) Sterk "Mjee" (*21 VIII 1942)
Josien van de Berg
Josje Calff
Judith van der Bend
Karin Bos
Karin Daalderop
Karin Dun
Käthe Larsen
Kathinka Dittrich van Wehringh
Kisten Langmuur
Ko Bloemberg (*1931)
Koosje Koster
Lenie Oosthof
Leni (Helene) Dondorp (*1935)
Leny C. Nieuwenbroek
Leonie van der Veer
Letty Hulst (*15 VII 1940)
Lia Korrel
Lia Robbers (*20-8-1944)
Lideke Heering
Liesbeth Loots (*23 I 1945)
Liesbeth Quak (*1 IV 1943)
Liesbeth van den Brandhof (+10-5-2012)
Lilian van der Schoor
Lilian Vieira
Linda Bloch
Loes Schwirtz
Loes Vagevuur
Louise Frech (*1947)
Lucy (van Puffelen)
Lucy Verbart
Maartje de Jong
Margaret Fischer
Margreet van Delden
Margreet de Kloe
Margriet Kuiper
Maria Groenendijk
Maria Schakenraad
Marian van Loenen
Marian van Sermondt
Marian Sinnige
Marie-Louise Jongsma (*1 VI 1944)
Marie Louise (Marlou) Smeets
Mariëtte de Vrieze (*1947)
Marijke Th. M. H. Boes
Marijke de Groot
Marijke Michels
Marijke Vanganett
Marion van Ham
Marina de Vries
Marit van der Meulen
Marita Mathijsen-Verkooijen
Marja Schimmel
Marjan Velthoen
Marjolijn de Rooij
Marlies Baaijen
Marlies Ott

Marlies van Kasteel
Marlou Smeets
Martha Reeser
Martha J. Steenaart
Mary Boom-Sorbach
Menca van Dam (*14 VIII 1932)
Mercedes Herben
Mia van Oorschot
Mieke Beumer
Mieke Zeeuw (*1956)
Mies Campfens
Milly Lisser
Minke (Menke) van Hoek (*1945 +31-5-1985)
Minda C Beetsma (*1940)
Miriam [Mirjam] van Aller
Monica Loo
Monique Camarga
Monique Cornelissen (*15 V 1961/2)
Myra Polak
Nana Jongerden
Natasja Rietdijk
Nathalie van Veenendaal (*14/22 IX 1969)
Nellie de Both
Nellie van den Berg
Nina Broekhuizen
Nini Bindenga
Norma van Manen
Patricia Bolderhey
Paula Haarhuis
Paula Morris
Paula Smit
Petra Dupuits
Petra Herweijer
Pieke Hooghoff
Rachel de Meijer

Raquel de Fatima de Albuquerque Correira (*1945)
Regina Bosman
Riet Eleveld
Rina Taekema (*1946)
Rita (de Looijer)
Rita Capricorne
Rita Pouwer
Roos Zwetsloot
Rosa Ghafoerkhan
Rosemarie Still
Roswitha (Hrotsvitha) Steinfatt (Overleden?)
Sanny Sanner
Sarie (Sara) Schrijvers-Luybe (*1945)
Saskia Wijngaarden
Sietske Wilschut
Simone Wiegel
Sophie Boerner
Susanna Heydarian
Susanne Gruys (Alta) (*1922)
Susanne van Wonderen-Boersma
Suzette van Balen-Blanken
Thelma Neleman
Tessa Risch (*2-3-1991)
Thea Schaap
Tinie Köhne
Titia Ex
Tonja Kivits
Trees van Vlijmen
Trudy Kouws
Trudy Rutten
Truus Rigter
Véronique Breijs
Welmoed Wiersma
Wiesje Foppen
Willeke van de Berg
Wil van de Brug
Yvonne van de Hogenhoff
Zwaantje Warmelink



Slechts querulant gepraat verstoort


Tel: +31206443351
Beloning: €10 (even zien en ruiken), €75 (avond-romance) of  €150 (honeymoon)

Reageer hieronder!

03 mei 2011

H.D.M.L. Schruer allang weg van de Vereniging voor Latijnse Liturgie en nu ook voorgoed weg van de Roomskatholieke Kerk

Erica (H.D.L.M.) Schruer, jurist te Rotterdam, werd begin dezer eeuw verwijderd als voorzitter van de Vereniging voor Latijnse liturgie, een lekenvereniging met veel clerici lid zodat de club bestens geaccepteerd is door de RKK. De redenen zijn duister maar ons gevoel zegt dat zij als vrouw te knap is om met gestudeerde geestelijken om te gaan. En die hebben een status die ze niet (willen) prijsgeven aan een wijf.

Na haar moest Nelly Stienstra, gepromoveerd neerlandica, de benen nemen, omdat zij de aartsbisschop gecorrigeerd heeft, werd opgevat als beledigd, wegens een zijner diplomatieke smoesjes, doch dit terzijde.

Het verscheiden van Schruer van de VvLL ging niet zonder slag of stoot, ze verweerde zich fel maar moest het onderspit delven. Zelfs een kort geding zou niet geholpen hebben, de clerici bleven nu eenmaal tegen.

Verbitterd en verbolgen voerde Schruer een kleine tien jaar een weblog Observatrix tegen slapjanussen en weekdieren in de RKK, let wel, niet tegen de Kerk doch alleen tegen uitwassen in en personen van de Kerk die er een potje van maken. Schreurs toon is ongenadig fel, ze trekt van leer en gebruikt alle woorden in de Van Dale. Een vervaarlijk tegenstander van de zich alles kunnende te permitteren baantjesjagers in de Kerk! Praat me even niet van roeping of zoiets, amen.
Speciaal tegen de nieuwe bestuursleden van de VvLL, waar zij voorheen zoveel energie in heeft gestoken. Het kwam tot een crisis met bijzondere ledenvergaderingen waar men wist nadat sommigen zich teruggetrokken hebben de vuile was binnenskamers te houden. Doch Schruer vervolgde hen met bliksemschichtige energie. Totdat in maart of april 2011 het aartsbisdom, waar de hier werkende kerkjurist ongelukkigerwijs ook (twee petten, schreef ze) voorzitter is van de VvLL, Schruer dreigt met een totaalpakket aan juridische maatregelen, civiel, straf en tucht.

Het is Schruer die ijzingwekkenderwijs durft te schrijven dat je van de zalige Johannes-Paulus II nooit ook maar één veroordeling van vermeend sexueel misbruik in de RKK had hoeven verwachten.

Schreur capituleert en kiest voor amoveren van de duizenden compromitterende artikelen in haar weblog. Ze blijft katholiek, dat wel, maar extra ecclesiam zo ze verklaart, doch was de gehele babyboomgeneratie dit ook niet? We leren dus dat de inquisitoriale macht van de Kerk niet kan worden weerstaan door de Lynceus-intelligentie van een enkelvoudige vrouwelijke advocaat! Was dit ook niet bij Jeanne d'Arc?

Zie ook: Een doordachte kritiek in Catholica door E. van Goor, 30 april 2011.

16 februari 2011

Het Woord "Kabouter" in het Frans


Aan een vroeger kennisje van Café De Zwart:

Een van mijn verzamelingen Franse woorden m.b.t. 'geesteswezens' begon ik in
2/1981 na lezing van een aflevering van de voormalige Les Nouvelles
Littéraires met het woord diablotin,m (uit: diable = kwelduiveltje) en noteerde
daarbij lutin,m (= kabouter) wel daarom, omdat ik kort tevoor un gai luron,m
(uit: een refrein) = een vrolijke Frans, alsmede lutrin,m (uit: lectrinum,L van
legere,L =lezen, kerkkoor) was tegengekomen en het woord lutin weliswaar
geenszins etymologische doch wel enigermate fonologische overeenkomst
vertoonde om het goed te kunnen onderscheiden inzake verdere studie in de
Franse vocabulaire. Lutin is het belangrijkste Franse woord voor ons kabouter
en zijn afkomst is uit een lijst van demonen uit de VII (eeuw) waarop vermeld
Neptunus (de Romeinse zeegod, naar Grieks voorbeeld Poséidon), dat in de XIIe
vervormde tot netun onder invloed van nuiton (= nacht), vervolgens tot luiton
o.i.v. lutter (= strijden) tot het XVe lutin.

Het tweede Franse woord voor ons kabouter is gnome,m (= berggeest,
aardmannetje) dat volgens de mij beschikbare bronnen zowel in het Joodse
geloof (ssst: vol de krankzinnigste fantasieën) als in het alchemistische
Latijn een rol speelt; zijn afkomst is gnosis,G (= kennen, vandaar
connaître,F), daar aardmannetjes verondersteld worden de bewakers te zijn van
de schatten der aarde. Chthonien,adj G van aarde, waarin Demeter, Pluto en
Persephone heersten, bij Richard Wagner de Nibelungen. In de Skandinavische
mythologie speelden deze eveneens een grote rol en is in vertellingen verwerkt
geworden dat ogenschijnlijke koperertsaders na delving en smelting tot
algehele verbijstering geen koper opbrachten, doch, wat later genoemd werd
Kobalt,D (van: Kobold,D = kabouter!), Quars of Wolfram, woorden van
aardmannetjes die boosaardiger-wijze het kopererts gestolen zouden hebben en
vervangen door een toentertijd minder kostbaar metaal...
Ik noemde zelve op vrijdagavond 28 X 1994 het woord farfadet,m (uit: fée,f  F),
wat echt wel kabouter is, zodat ik je vraag niettemin goed beantwoord heb! Fée
zelve komt van fatum,L, wel bekend en ik leerde dit Franse woord eerst op 12 V
1980. Zijn afleiding zit in fadette,f, feetje; en dit in de titel van het
sprookje la petite fadette (1849). Carabosse,f is een boze fee.

Inderdaad is nain,m (= dwerg) en het woord nabot hiervan afgeleid. Drôle,(m)
(=grappig) is eigenlijk afgeleid van kabouter, maar betekent nu meer dreumes.
Een meer algemeen woord is esprit (follet) voor kabouter. Feu follet voor een
spontaan ontbrandend grondgas boven een moeras of kerkhof, altijd aangezien
als een geestje of dwaallichtje of zoals op de Mookerhei de geesten van de ooit
gesneuvelde soldaten.

Le petit Poucet en le marchand de Sable zijn overbekend.

Alhoewel Elfe,m (uit: Scandinavisch) in het Frans bestaat, lijkt sylphe,m mij
méér voor te komen; dit woord komt weliswaar uit sylphus,L = geest, maar is
toch uit de Germaanse mythologie. Verwerkt in La Sylphide, de gracieuze
luchtgeest en naam van een ballet (1832). Het schijnt dat elfjes geslachtsloos
zijn, alhoewel tekenaars ze voorstellen als meisjes. De elfenkoning is echter
weer een man en net zo boosaardig en jaloers als de diverse soorten nymphen.
(d.a. Erlkönig van Goethe, maar het woord is door Herder foutief uit het Deens
vertaald).
Ik noemde ook met name Puck, welbekend uit de Midzomernachtsdroom (1595) en
bij latere anderen. Hij is echt kabouter! Dus een tweede naam noemde ik óók
goed, waarvan acte! De beroemdste is echter wel Ariel (uit: Bijbeltext),
verwerkt in La Tempête (1611) van Shakespeare.

De laatste woorden, door mij ooit gelezen & gevonden zijn meer voor geesten.
Stryge,f (uit: L,G) is een vamp, zuigend op wijven en honden, Lamie,f (uit: het
G) een bloedzuigende kindergeest, spectre,m en apparition,f algemene benamingen.
Bij De Maupassant las ik La *Hurla (I & II) over een vampier, die
gewoonlijkerwijze in de spiegel onzichtbaar is.

Gecreëerd worden geesten door tovenaars, homuncule,m genaamd, onzichtbaar 
maar voelbaar aanwezig. Golem,m is een creatuur volgens bronnen uit de Joodse
geloofswereld en ik heb daarvan ooit een oude z/w film gezien, hoe dit
schepsel niet meer in bedwang gehouden kan worden. Het verhaal van
Frankenstein is wellicht daarop gebaseerd; Goethe (Zauberlehrling), A.T.A.
Hoffmann en Annette von Droste-Hülshoff (1844) verwerkten dit thema eveneens.

Ooit ontmoette ik ook Patèque,m een phoenicische berggod.

 Ten slotte die "La Chouf(f)e", die ik net als jou op een zwoele avond leerde
kennen van het etiket. Eenmaal thuisgekomen zocht ik dit woord indertijd
tevergeefs en vermoed daarom dat het een fantasienaam voor een merk betreft.
Het werkwoord chouf(f)er (uit: chouffa, Arabisch voor "Kijk!") heeft betekenissen
van spieden, speuren, waken en is geboren in de Franse militaire scène te Algerije
Derhalve kan ik stellen dat het de reclame geenszins te doen is om de op het
etiket afgebeelde kabouter doch eerder om de manier waarop hij de potentiële
koper aankijkt!


Amsterdam, 30 oktober 1994

15 februari 2011

Henk Zonneveldt - Wat een aimabel, lief en gastvrij mens!

De vroegste herinnering was een zin mijner moeder dat "Sonja verloofd is."
Beider huwelijk in de Nieuwe Kerk mocht ik, zo jong als ik was, bijwonen;
beide rijen stoelen langs het in het middenschip knielende bruidspaar waren
vol bezet. Ik groette een mij bekende vrouw aan de overkant, wellicht tante
Door, de komende gelukkige schoonmoeder van Henk. Wellicht na dit evenement
gingen velen naar een etablissement aan het Rembrandtsplein, wellicht De
Kroon en schaarden zich om een lange, gedekte conferentietafel. Een leef-
tijdsgenoot Max met hoge stem smeekte om een gerecht met als naam "gebakken ijs"
en we wisten niet wat we hoorden, want deze antonymische tautologie is immers
een contradictio in terminis, maar al spoedig werd diens wens realiteit en
kreeg hij een coupe ijs voorgezet waarvan de toplaag was voorzien met een ...
gebakken melkvel! Bah! Aangezien anderen brandend nieuwsgierig geworden
eveneens "gebakken ijs" wensten, ging menig vel, na ontdekking ervan prompt
de asbak in, want ijs smaakt eigenlijk toch beter dan vel!

Was oom Gerrit, de broer van tante Door, mijn intellectuele oom, aan wie ik
veel geestelijke vorming te danken heb, Henk was mijn technische "oom".
Alhoewel echter mijn (aangetrouwde) neef in genealogische zin, was hij met
zijn 14 jaar oudere leeftijd toch mij geestelijk "überlegen" en waardeerde ik
zijn beminnelijke autoriteit zonder aarzelen; mocht hem desalniettemin
tutoyeren! Dit nu, heb ik als "recht" wel bedongen. . . Wat hebben wij niet
veel gesproken over rijwieltechniek, auto- en scheepsmotoren, kalefateren,
houtverbindingen en zag ik in zijn werkschuur aan de tuin van de woning te
Duivendrecht menig karwei in statu nascendi. Ik leerde al vroeg over lijmen,
harsen en vloeibaar tin, waarmee men fraaie vlokken kon plonsen, hetgeen ik
eerst later las, door de aloude alchemisten "arbre de Diane" werd genoemd 
(Maar eenzelfde effect verkrijge men ook met kaarsvet en warm lood in
water!). Leergierig als ik schier legendarisch ben geweest (en nog ben!),
stelde ik altijd maar vragen en nog meer en nooit was het hem teveel om bij
zulks beantwoording een anecdotisch of anderszins spannend verhaal te
vertellen, al of niet met ernstig gelaat, waarbij hij misschien wel eens een
pietsje Latijn voegde. Dit merkte ik heus wel aan het veranderen der
gelaatstrekken van de meeluisterende Sonja... Wie het nu nog niet weet,
verklaar ik, ontzettend veel naar Duivendrecht te zijn gefietst om maar de
"technische oom" te kunnen spreken, hem te vragen en zijn plannen te mogen
aanschouwen, want deze had hij beslist in overvloed! En die waren beslist
reëel! Altijd zo'n rit langs de Weespertrekvaart over de vreselijke
kasseitjes was een kleine Elfstedentocht op zich, maar ik had 't er dubbel en
dwars voor over! Zou ik eens, één keer dan maar, ervaren hebben dat ik "wéér
kwam"? Misschien was men enigszins beduusd mij wéér op de voorruit te horen
en zien kloppen en met de deur in huis vallen en als er niet zo snel iets
spannends ging gebeuren, mij prompt de encyclopedie te zien grijpen, waarin
de jongen zich verdiepte en zich van de omgeving afsloot. Men liet mij dan
ook rustig alleen.

Henk's moeder, woonachtig aan de Burgemeester van Damstraat, heb ik gekend en
weet nog dat zij bekend maakte technisch Engels te studeren. "Waarom nou
zoiets?", vroeg Sonja verrast op luide toon, bedoelende dat een vrouw als zij
een dergelijke kennis toch niet benodigde. Het was de techniek die de aderen
vleide en invloeide! Henk's vader heb ik ook nog gekend, zij het maar enkele
malen gezien te hebben en kreeg eens van de man een zwarte oriëntaalse
olifant, die nog altijd mijn boekenplank siert, alsmede een doos door met
(imitatie?) ivoor belegde dominostenen. In beider woning zag ik ook een uit
houten gewrichten samengestelde slang, wel zoiets curieuzigs, dat ik die
griezel niet vergeten ben. Evenmin dat men aldaar rijstebrei met suiker at,
wat ik niet durfde te eten. Henk heeft zijn ouders altijd geëerbiedigd, zoals
het Bijbelwoord voorschrijft.
Ook is Henk veel bij ons in Zuid geweest, te fiets of te bromfiets, deze
laatste modellen voorzien van een eivormige benzienetank. De rijwielen zette
men in de gang en ik vroeg mij eens af, zo jong als ik was, welke fiets nu
eigenlijk van Sonja en welke wel van Henk zou zijn? "Weet je dat dan niet?",
kreeg ik als vriendelijk antwoord, "Een herenfiets bezit toch een stang in
het midden?" Ik heb het op dat moment dan ook mooi geleerd! En is dit niet
heerlijk leren?

In de jaren om 1964 emigreerden Henk en zijn gezin naar Rinteln aan het
Teutoburgerwoud om aldaar in een knopenfabriek, waar men een "einwandfrei
Produkt" maakte, zijn perfecte vakkennis tot bloei te brengen. Met mijn tante
Door reisde ik in juli 1964 naar het pittoresque Bückeburg en werden we door
Sonja afgehaald. Een heerlijke tijd mocht ik doorbrengen in die voor mij
onbekende heuvelachtige omgeving en hadden wij een onvergetelijk fijne avond
om ons vieren + poes (Huub was al slapen) met de automaat te laten
fotograferen, iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Deze foto zit in mijn
herinneringsalbum en bij het aanschouwen ervan, moet je echt in de lach
schieten, want wij hadden op dat moment vreselijk moeite de lach te moeten
inhouden! En dit is te onderkennen.

Varen moest en zou gebeuren, want Henk had er altijd over gesproken. Sonja
moet er zich in berust hebben, want "Het zit in zijn bloed", vertelde men
nieuwsgierig rond en dat hij noodzakelijkerwijs lang van huis was, had hij
ervoor over. Sonja voer eens een lijn mee en kwam ook behouden thuis. Eens
was een schip geladen met Nobel's uitvinding. Tante Door vroeg zich bezorgd,
als zij altijd was, af of zoiets geen gevaar kon opleveren? Nee, wisten wij
al, als er geen ontsteking is, is er ook geen gevaar.

Wanneer precies, is mij ontschoten, maar ik werd door Henk uitgenodigd een
unieke machine voor de vervaardiging van knopen te aanschouwen in
Aalten/Gelderland, alwaar Henk al geruime tijd werkzaam was. Zeer vroeg van
huis vertrokken, arriveerde ik met de ouderwetse streekbus helaas toch over
tijd, aangezien op het hoofdstation Arnhem een seinhuisje was doorgebrand en
de passagiers van heinde en verre uit de gestrande treinen per bus moesten
worden vervoerd. Toen een in der haast opgeklopte luxueuze reisbus eindelijk
arriveerde, maakten wij een nog in mijn geheugen gegrifte schitterende
rondrit door Oosterbeeks omgeving, om bij aankomst van 'n station een
starende popelende massa mensen als bij donderslag op ons af te zien
afstormen! De lezer begrijpe, dat de bezichtiging van de desbetreffende
machine, ware deze nog niet gedemonteerd geworden voor export naar Zweden,
veel minder onderwerp van gesprek is geweest dan mijn hachelijke avontuur met
het spoor! De desbetreffende lijnen werden weliswaar door mij nog gekend van
vroeger, toen meermaals gereisd hebbende via Winterswijk naar familie in
Borken/Westfalen.

In Waalwijk ben ik slechts een paar maal geweest en aangezien de omgeving en
het stadje niet zoveel voorstelden, als Duivendrecht in mijn jeugd, Rinteln
en Aalten later, bleef ik voornamelijk thuis en onderhield mij met eenieder
die ik maar kon spreken. Daarvoor zorgde Sonja: haar charmante buurvrouw, die
net als Sonja en ik op 'n levensverzekering-maatschappij, i.c. Centraal Beheer
had gewerkt, voor een hele avond gezellig babbelen en plezierige herinnering.

Maar het laatst was ik aldaar saam mijn moeder gekomen om de uitvaart van
tante Door bij te wonen en zag ik Henk oprecht snikken van verdriet. Dit zie
je niet veel bij een man! Daarna heb ik Henk niet meer gesproken of gezien.
Maar ik weet dat Henk altijd vol met ideeën zat, een grenzeloze activiteit
ontplooide en vermoed dat hij nog wel eens aan mijn vele vragen heeft
gedacht.

Amsterdam, 4 januari 1997
J.A. Heitmann

19 oktober 2010

De DOOD en 'rna

 De informatie van 'n tweevoudige bijeenkomst over "De eerste dagen na het sterven"  en "De tijd daarna" ten huize van de antroposofische Christengemeenschap te Amsterdam is hier gecompileerd tot een ooggetuigenverslag gekruyd met mijn kritische interpretatie.

 De overlijdensfase, of terminale fase (in drieën) is te bespeuren door het optreden  van 'n typische sfeer bij ervarenen bekend. De moeilijke fase pijn, zorg & strijd  wordt dan gevolgd door intreden van stilte, kalmte &  rust met mogelijkerwijs coma. De uittreding zelve ten slotte is pijnloos. Gewenst zij zeker in de laatste twee  levensdagen toediening van pijnstillers te minderen om de ziel niet te laten hallucineren en haar de oriëntatie te laten verliezen, wat bij plotselinge dood volstrekt zal geschieden. Zij vertoeft nog 3½ dag in het dode lic-haem (vlees-hemd) en wordt geacht tot het "zilveren koord" verbreekt nog "aanspreekbaar" te zijn. Hoe, daartoe alles volgende.

 Bronnen van kennis en inzicht in casu zijn er vele. Het Tibetaanse Dodenboek ±800 is een, de referenties uit de Bijbel zijn andere. Aangezien concordantieregisters een functie zijn van de desbetreffende tekst of vertaling kan men een verschillende lijst van de beschrijving als glans en licht van de ziel in de geesteswereld laten uitdraaien, doch de Bijbelteksten verschillen in allegorische kwalificatie onderling heus niet zóveel dat niet voor het zielengewaad an sich termen in de betekenis van reinheid gehanteerd worden als onaards wit, wit-glanzend, oplichtend, wol & puur fijn linnen, blank gewassen in het bloed van het Lam &c. Ik tel er zo 19, maar het kunnen er meer zijn, de meeste uit de Apocalypse van Johannes, welke par excellence handelt over de geesteswereld!
 Wat een omslag t.o.v. de antieke onderwereld: duister, grauw, donker en inktzwart, door zowel Orpheus als Aeneas bezocht. De Nederdaling van de Christus ter helle (Credo) is een proces van "doordringing van lichtkracht voor de gestorven zielen", einde citaat. Ik heb hier nu toch wel altijd moeite mee gehad, als ik bedenk dat het christendom na verloop van tijd gepredikt moest worden ter zaligmaking aller volkeren, maar daarmee de zielen der (vroeger) geleefden toch maar mooi buiten de boot vallen, naar Porphyrius. Ik moet het maar een theologische truc van de eerste christenen vinden. Echter wordt deze plotinist op een avond als hier allerminst snel aangehaald... Als getuigenis wordt nog genoemd de helderziende Anna Katharina Emmerich (1774-1824) en als getuigenverklaring die altijd zo nadrukkelijk plechtig wordt betuigd, dus verklaard, de talloze BDE-verklaringen (Bijna-Dood-Ervaring), waarover ook de Soefi-beweging in Nederland het eerste weekend van mei te Katwijk een congres hield. Ik begrijp dat twee avonden niet zijn voor een uitputtende en kritische behandeling van historisch bronmateriaal, zodat ik derhalve volsta met het verstrekken dezer voorbeelden.

 De opbaring van het stoffelijk overschot, met aanwezige ziel naar ik verneem, dient te geschieden in een volstrekt propere intieme kleine ruimte als een kapel, koel, echter zonder ruisende apparatuur, sfeervol, kaarsen, bloemen en rust. Maar niets overtreft je eigen vertrouwde huis! Ik herinner mij nog dat een buurvrouw over haar gestorven echtgenoot eind vijftiger jaren mijn moeder zei bij het inviteren tot rouwbezoek met de zin "Hij ligt er zo mooi bij" en mijn moeder dit zonder aarzeling opvolgde. Wie zal nu willen beweren dat de sfeer er niet meer toe doet? Er zijn in vroeger jaren genoeg punten besproken van de commerciële massaüitvaartindustrie, waarbij bezoek een minuutje duurt om de volgende dode, die al ligt te popelen van ongeduld, ook aan de beurt te laten komen...

 Het waken wordt geacht te geschieden door familieleden, nabestaanden en bekenden maar op deze twee avonden staat de z.g. "Waakgroep" centraal. Die bestaat uit twaalf personen, vrijwilligers, nu acht. Primair betoogd dat de overledene gastvrouw is, en indien ik even mag slikken, met wie men de tijd deelt. Men is 1 uur aanwezig met obligaat positieve gedachten als proviand voor dier ziel. Men kan louter zitten in goede gedachten, het mysterie van de bloem observeren, lezen of voorlezen, waarbij het Johannesevangelie zich goed blijkt te lenen.
 Van grootste importantie is de overledene niet alleen te laten om de Geisterstunde, als de zon het verst verwijderd is, zodat waken tussen tien uur 's avonds en twee uur 's morgens een must is. De vertrekkende ziel moet de onze kunnen waarnemen en een geestelijke communicatie aangaan. Herinneringen doemen bij de wakers op, totaal vergeten. Men bekijkt de dode afwisselend links of rechts en ziet in de gelaatshelften geleidelijk 'n verschil optreden. Dit lijkt mij buitengewoon griezelig, je moet er maar tegen kunnen. Ik moest onwillekeurig glimlachen toen ik hoorde dat bij een ongelovig of niet-religieus mens, die kennelijk ook een christelijke uitvaart mag krijgen God zij dank, gerust sprookjes mogen worden voorgelezen. Sprookjes! Komt dat niet komisch over? Ik dacht "zijn ze nou helemaal?" Maar toen herinnerde ik mij dat sprookjes de gebroeders Jakob en Wilhelm Grimm niet uit de lucht zijn komen vallen en dezen wel degelijk overgeleverde oeroude Germaanse volkswijsheid in hun productie hebben verwerkt, zodat dit idee lang zo gek nog niet is!

 Het geestelijk proces bij de overledene bestaat uit drie delen.
 1. Beeldvorming waarin de tijd ruimte geworden is. Het geleefde leven spoelt (zich) als een panorama retrogradisch af, in alle rust en innerlijke vrede. BDE's hebben treffende beschrijvingen opgeleverd, zoveel, dat je er niet meer omheen kunt dat hier iets gebeurt. Het gewaad is aards zwart.
 2. Oordelen als een innerlijke decisie, wat voorheen vagevuur werd genoemd, een verdiept doormaken vanuit gene zijde.
 3. Het rechterlijk besluit waarbij mij uiteraard door de beknoptheid der informatie in voornoemd tijdsbestek niet duidelijk wordt of dit passief of actief is, in elk geval werd wel gesteld de psychostasie (het wegen der geesten in het Oude Egypte) tegelijk met het opmerkelijke "dat men tegen-zichzelf kan oordelen." De zintuigen des lichaams zijn weggevallen en het gewaad is wit geworden. De reis is begonnen!

 De reis wordt door een ervaren spreekster verhaald symbolisch aanschouwd te zijn geworden toen zij met de automobiel op weg was naar 'n stervende. Drie malen heeft zij keer op keer een witte wolk waargenomen met een gat, zeg een "holle wolk", het geen zij duidde als de geopende poort voor het begin van de reis. Ik kijk haar met verbijstering aan en denk "Wie maakt nu zoiets mee?" Zij was echter bloedserieus.
 Het gezelschap beluistert haar woorden derhalve ook met ingehouden adem, want hier is iets ongelofelijks aan de hand waar 'n stompzinnige in het ondermaanse vol lust & materieel vertier werkelijk geen enkele weet (meer) van heeft...! Het verhaal wordt besloten met de constatering dat na overlijden van onderhavig persoon eveneens een wolk werd gezien maar met dit verschil dat die echter gewoon "vol" was, ditmaal te duiden als een gesloten deur. De reiziger is dus al ver weg.
 Tja, hier zitten we nou met ons mond vol tanden.
 Toch is ook dit persoonlijke geschiedenisje zo dwaas nog niet! De Etruskische haruspices gingen wel degelijk uit van o.a. het duiden der hemeltekenen, wat in geringe mate is overgenomen door de Romeinse Auguren. Wie deze zaken in zijn geestelijk leven kan opnemen en activeren tot een vol-bewustzijn, is een
absoluut bewust levend mens van hoog kaliber, denk & zeg ik. Acte! Waar vind je die nog? De mantiek is een groot kapittel om hier systematiserend te verhandelen, ik ben niet eens expert, echter mogen we best aanvoelen dat er volgens de dichter méér is tussen hemel en aarde. Wat serieus is verdient alle hoogachting tot timoratus (Furcht, Duits) toe, waarbij in defensio onmiddellijk gesteld moet worden dat ook in de oudheid er lui zijn geweest die er een potje van gemaakt hebben, wetend als Cicero zijn confrère Cato citeert zich de situatie in te denken dat twee waarzeggers elkaar op straat tegen komend niet in schaterlachen moeten uitbarsten hoe goed zij de naïeven des geestes, zeg maar de dommen, wel in de tang hebben? Ik heb dit ook eens van Jomanda gedacht die in bed verzuchtte hoe weer een mysterieuze streek uit te broeden om na lange tijd van huwelijk toch te moeten scheiden, want een dubbel-leven fnuikt.
Ook komen een viertal huiveringwekkende voorgevoelens tot de dood ter sprake, die ik niet overschrijf. Het lijkt wel of de mens intuïtief kennis draagt van zijn naderend einde en daar op een of andere wijze mee zinspeelt. Als meest bizar exempel weet ik de dochter van George Simenon die als jong meisje tien jaren heeft geschreven over de dood en niets anders over de dood en er uiteindelijk op de dag van haar volwassenheid een kogel achter zette. Haar vader gaf haar mee "een brief aan de hemel" als ticket op de lange reis, welke innig droeve tekst ik heb gelezen.

De uitvaart geschiedt na drie dagen bij rituale (ad hoc ritueel) met Johannes H17 te midden van alle familie en bekenden. Ook deze teksten dienen als begeleiding naar de toekomst. De kist wordt gesloten.

Wie zich bezighoudt met deze aangelegenheden of beter geestelijke materie verricht zijn werk niet voor niets, want hij zet zich in en krijgt er wat voor terug!

Aldus mijn ervaring op deze dubbel-avond over de dood en erna, een onderwerp dat mij geenszins interesseert maar mij toch onverwachts heeft geboeid.

8 XII 2000

Jos Heitmann
Amsterdam

07 oktober 2010

Jean de France, Duc de Berry - Les Très Riches Heures


Jean de France, Duc de Berry
Capetingse prins (1340-1416) uit het gebied Languedoc (gouvernement,1380)/Aquitanië.
Ook vermeld onder Johann, Herzog von Berry.

Duc De Berry trok vanaf ±1400 getalenteerde Vlaamse/Zuid Nederlandse kunstenaars aan het hof, als vóór de Gebroeders van Eyck, Klaus Schuier, Klaus van de Werve, André Beauneveu, Jean de Cambrai, Jacquemart de Hesdin en de gebroeders De Limbourg, of Limburg.
Afkomstig uit Nijmegen (1385 à 1390), Gelders gebied óf misschien Limbricht, ten noorden van Sittard, ten oosten van Maaseyck, eveneens Gelders.

Paul (=Pol) is de belangrijkste. Zijn naam ooit ontdekt uit een oorkonde en afrekeningen (1411) van Duc De Berry. Paul nam met zich broers Jan (Johannequin of Johan) en Herman (of Hermant). Ouders heb ik niet genoteerd, waarschijnlijk niet rijk. Genealogisch probleem of de drie broers neven waren van Jean Maloud, werkzaam te aan het hof te Bourges, want 1411 eerste aanwijzing dat na het overlijden 1409 van de schilder Jacqemart de Hasdin opvolging werd geregeld, waarbij de namen Polequin Manuet en Jehanequin Manuet geschreven staan; nu had Malouet  (=Maloud, zie boven) twee neven, genaamd Herment en Jacquemin of Gillequin. Men identificeert nu de Polequin = de Pol =Paul, Jehannequin = Jaquemin of Gillequin en Herman = Herment. "Meer kan men niet ervan maken", maar wie zal zeggen dat dit niet een treffer is? Men stelt immers geen twijfel meer te hebben dat deze(n) de vervaardigers zijn.

Paul had iets van de invloed van de kunst te Avignon (wat precies niet nagegaan), moet gereisd hebben naar Italië, Florence (jaar n.b.), alwaar hij opzien baarde de eerste noordeling te zijn en gesteld wordt altijd noords artistiek gevoel behouden te hebben plus Italiaanse invloed.

De schilders geweest aan hof te Bourg/Dijon Philips de Stoute 1402/3, stierf 1404.

Jeugdwerk is Heures d'Ailly (tussen 1403 en 1413), in bezit van baron Edm. De Rotschild. Een Brevias voor Hertog Jan zonder Vrees, nu in Britisch Museum.
Daar een zekere Guill. de Mets namen  noemt, zijn De Limbourgs  te localiseren. Belles Heures (1403 of 1410-1413, maar een zekere kunsthistoricus Meiss stelt 1405-1408), eerder gesteld dat Jacquemart de Hesdin de maker hiervan, als van de Grandes Heures. Maar de Belles Heures = Heures d'Ailly.
Was het dan atelierarbeid voor alle aan het hof verbonden artiesten??? In Musée de Cloîtres te New York.

Très Riches Heures in Musée Condé te Chantilly het belangrijkste werk, (1413-1416) en bleef onvoltooid; wellicht stierf Duc de Berry 1416 te Bourges aan de pest en moesten allen vluchten. Paul gehuwd, geen kinderen. Opeens lees ik dat 1434 hem een huis werd geschonken te Bourges. Men vermoedt dan dat Jan en Herman vóór 1434 zijn gestorven.
Paul bracht het tot groot aanzien en vermogen door schenkingen, kreeg de hoge titel "valet de chambre", gelijk na hem Jan van Eyck aan het hof van Philips de Goede.
In 1485 belandde het manuscript bij de hertog van Savoye, alwaar het inderdaad werd voltooid door Jean de Colombe uit Bourges. In de 16^ eeuw bezit van Margarete van Oostenrijk, te Mechelen.

Hiermee beëindig ik mijn sleuth, aangezien nóg meer bladeren, nóg meer verschillende jaartalletjes oplevert. Vreselijk! We weten aardig goed hoe de zaken chronologisch liggen, ingebed in het kunsthistorisch tijdsgebeuren en dit moge suffisant zijn voor ons begrip.

Ik heb nu gezien de maanden januari, juli en oktober, zal van de zomer alle platen + explicatie bekijken op de afdeling Zeldzame en Kostbare Werken van de UB.

AMSTERDAM, 28 februari 1997

Toevoeging 7 X 2010:
Maar zij vermeld ten slotte dat menig boekwerk over onderhavig kunstwerk ondanks de adembenemende platen allerminst wetenschappelijk hoeft te zijn.

28 september 2010

Rudolf Steiner en De Levendige Wand

Voor een schoolboek:

Rudolf Steiner (wat minder beroemd) was ook architect. Hij was een
Oostenrijker en leefde van 1861 tot en met 1925. Hij bouwde veel met beton.
Hij had een zeer bijzondere bouwstijl in zijn gebouwen verwerkt. Die
bijzondere bouwstijl wordt de antroposofische bouwstijl genoemd. Een paar
architecten kan ik noemen die ook met die bouwstijl aan het werk zijn?
Anton Hupkes, die heeft een kerkje ontworpen op de hoek van de
Buitenveldertselaan en de A.J. Ernststraat. Antonio Alberts die heeft het
bankgebouw in Amsterdam Zuid-Oost ontworpen. Deze man is ook eens op de
televisie geweest, hij was in het programma "Zomergasten" op 31 juli 1994. Hij
heeft nog meer gebouwen ontworpen, Maar goed, Rudolf Steiner was een filosoof.
Steiner was een zeer geleerd man - Hij was een helderziende als het ware en
wist gewoon bijna alles af van literatuur,  muziek, dans, filosofie en dus ook
van de bouwkunst. Van Goethe, een schrijver, wist Rudolf ook erg veel. Door
Goethe wist Rudolf Steiner veel van kleuren af. Goethe schreef namelijk veel
over kleuren. Twee belangrijke punten zijn in de gebouwen van Rudolf Steiner
dat hoe je het gebouw ook bekijkt, de blik moet rollen. De levendige wand kun
je het noemen.


Het tweede punt zijn de kleuren in z'n gebouwen:


02 september 2010

Werkloosheid, Sociale Nood en hun Politieke Gevolgen 1929-1933




Deze dorpen liggen in het Munsterland. Landbouw meest. Zelfstandige bedrijfjes de den landbouw “ernaast”. Kleine handwerkers met 1 à 2 werknemers. Een paar grotere bedrijven met 20 werknemers:  meubel, weverij, bergwerk, abattoir.

New Yorkse beurscrach 24. okt. 1929

De gouden jaren 1924-1929 voorbij: de beurs NY stort in. Buitenlandse geldleningen ingetrokken. 282 Moesten Duitsland na de nederlaag er weer bovenop helpen. Banken sloten, bedrijven failliet, werkloosheid stijgt.
Boeren voelden zich bedreigd door het goedkope buitenland, maar waren toch nog altijd beter af dan elders in Duitsland. Nu slaat de werkloosheid ook daar toe omdat mensen met weinig geld minder vlees en melk kopen!

Rente stijgt, boeren moeilijk aan geld te komen. Ze kunnen hun schulden niet meer betalen. Sommigen gaan failliet.
Foto akkerbouwstadje.
Verzoeken om uitstel afbetaling boeren.
Dat is pacht, belasting.
Een landbouwbank overleefde door eigen geld van werknemers!
Textiellonen worden met 6% verlaagd. Een failliet bedrijf kan ingekrompen doordraaien.
Andere voorgoed gesloten + werkloosheid.
Turfsteken ontslagen. Meubelmakerijen na lang %tijdwerk nu stil. Bergbouw geheel stil.
Werkloosheidsuitkering: elke tweede dag stempelen. Bij wekelijkse uitbetaling lange rijen. In café babbelen 20-40 jarigen dagelijks de situatie. Geen doel, geen uitzicht. Men berust. Men verdeelt een sigaret in drieën!
Slimmen smokkelen over grens Nederland koffie, tabak en Margarine, maar douane wordt versterkt. Velen kunnen hun familie niet meer onderhouden.

De uitkeringen: arbeidslozengeld, krisisgeld of liefdadigheidsgeld restgroep.
Kortarbeiders in aparte groep.
Wie minder premie betaald heeft,(“kleben”) krijgt navenant minder geld.
De rest valt niet onder enige regeling en krijgt geen steun!!!
Dus niet alleen werknemers de dupe, ook de kleine(re) bedrijfjes als handwerkers.
Want die kunnen toch niets meer verkopen.
Maar gelukkig hebben de meeste zelfstandigen een stukje akkergrond en zijn beter af dan hun collega’s in de stad.

Veel werklozen zwerven van stad tot stad; krijgen in gaarkeukens middageten (de Duitsers eten ‘s middags warm).
Maatregelen als “werkverschaffing” grondwerk. (Zo in Nederland de Heidemaatschappij die werklozen het Amsterdamsche Bos liet aanleggen)  Wie niet werkt, die geen geld! Crisisarbeiders heten die. Grond bouwrijp maken en waterafvoer aanleggen. Ook riviertjes kanaliseren. Jongelui vooral (maar in Nederland moest ieder, jong, oud, gestudeerd of niet.

Politieke gevaar dat het communisme terrein wint. Kabinetten vallen de een na de ander, er is met coalitie geen parlementaire meerderheid meer te krijgen. Er ontstaan nu “presidentiële” kabinetten die regeren zonder parlement. (Dit deed Bismarck in de 19e eeuw ook!) De NSDAP (de partij van A. Hitler) vliegt echter omhoog: in 1928 12, op 14/9 1930 107 zetels. (Zie tabel Meyer).
Münsterland bleef nog twee jaar katholiek stemmen, maar in maart 1933 was het voorbij:
Hitler wint en krijgt de macht. Iedereen is blij.
De nationale staat is er.

28 XII 1998


Bron: Unsere Heimat des Kreises Borken (1991) p281-288

17 augustus 2010

Feest Oorlogsstrijderslegioen 1928 te Velen - Een Voorbeeld voor de problematische Verwerking van de Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog in de Weimartijd

Een voorbeeld voor de problematische verwerking van de gevolgen van de Eerste
Wereldoorlog in de Weimartijd:


Feest Oorlogsstrijderslegioen 1928 te Velen


In 1989 twee herdenkingen: begin 1e WO 75 jaar en begin 2e WO 50 jaar.
Na de 2e WO is in Duitsland een tijd van bezinning ontstaan maar na de 1e WO in de Weimar-republiek nooit algemeen.
In de 70er jaren ontwikkelt zich de opvatting dat de 1e WO wel degelijk door het Duitse Rijk uitgelokt is: alle regeringsinstanties, kapitaal en society waren erop uit oorlog te voeren.
Maar in de 20er dacht men dat de oorzaak van de 1e WO voortvloeide uit de geest van de Wilhelminische era (tijdperk Keizer Wilhelm I t/m Wilhelm II tot 1918) dat zo nationalistisch en militaristisch was (zeg: Pruißisch!).
Men kon de nederlaag van 1918 niet begrijpen en zocht naar een verklaring. Nu is de opvatting dat nationalisme en militarisme FOUT zijn, te danken aan Irak nu. De DOLKSTOOTLEGENDE bood een prachtige oplossing en men behoefde de juiste verklaring gewoon niet in aanmerking te nemen. Zeg: een doekje voor het bloeden!
Het is een “samenzweringstheorie” die de bevolking aansprak en de Nationaal Socialisten in de kaart speelde.

Voorbeeld feest oorlogsstrijders 1928 te Velen (Westfalen).
In Velen vond die keer de samenkomst van de oud-strijders uit Kreis Borken (Toen een kleiner grondgebied)  plaats en er wordt een oorlogsmonument onthuld. De voorzitter kent het hoofd van de adellijke archieven en inviteert de voormalige minister van oorlog (nu zeggen wij min. van Defensie!) van Pruißen + vele andere hoogwaardigheidsbekleders.
De oorlogsstrijdersverenigingen zijn meestal opgericht eind 19e eeuw, nationalistisch,ondersteunden de pruissisch-Duitse staatsvorm met de keizerskroon en dachten zonder moeite dat Duitsland mocht veroveren.
De lokale verenigingen waren voornamelijk kameraadsschapsclubs met militaristische structuur. Verjaardag keizer Wilhelm II (27 jan.) parade. Zomers schuttersfeest met prijsschieten. En present bij herdenkingen.
Wel iedere oud-militair deed mee.
Maar de nederlaag van 1918 gaf vele clubs een onzeker gevoel en ontnuchtering. Ergens werd al gesproken over liquidatie van de vereniging... De verenigingsactiviteit kwam tot stilstand. Toch in 1920 na veel publiciteit kreeg men weer vele leden en in 1927 een paar honderd.
In 1928 in voornoemd grensgebied bijna 15 clubs.
Doel organisatie feesten, herdenkingen, “sterftegeld” voor erfgenamen leden en oprichting van monumenten. Politiek conservatief-nationaal en veelal antidemocratisch. Men verheerlijkte de heldendood op het slagveld.
Maar de tekst op het Velense monument was terughoudender: “Zijne zonen gestorven, dat wij niet vergeten, daarom een monument”.
Grootse onthulling. (Ook Hoogmis!) En dus de oud-minister-generaal. Vele aanwezigen, van schoolklassen (jeugd voorbeeld geven!) tot eregasten uit het leger. Rijkspresident Von Hindenburg stuurde een felicitatietelegram.
Pers:  Monument voor de dode kameraden.
Schooljeugd moet het roemrijke verleden voelen. Man zijn, deugden en plichtsvervulling.
Leger niet weinig in opspraak, vooral buitenland. Maar wij koesteren bewondering. De hele wereld was onze vijand. De prestatie was enorm. Herinnering houden. Glans, grootte en sterkte.
Maar nu is het land in ongeluk en armoe.
Positief blijven. Perspectief krijgen.
Het Duitslandlied gezongen uit volle borst.
Nu de analyse van zo een redevoering die de “Dolkstootlegende” met andere woorden bevat. Het is een typische manier van denken.
Oorsprong ultra-conservatieve kringen, die altijd anti-Weimar zijn.

1. Bewust niet over gesproken dat de 1e WO gevoerd werd met de economisch-technische bronnen van een geïndustrialiseerde staat, 8½ mio doden totaal, waarvan 2 mio Duitsers.
Het Duitse leger is helemaal niet overwonnen.
Vandaar dat het leger (nog) zo geprezen kan worden en de militaire opvoeding aangemoedigd.
Maar waarom verloor Duitsland dan de Ie WO?
Men zegt: De inwendige vijand IN Duitsland, dat zijn zij die om vrede schreeuwen, stakers in fabrieken, muitende matrozen.
Maar wij lezen dit “tussen de regels”.

2. Tevens wordt de verantwoordelijkheid van de voormalige generaals Hindenburg en Ludendorff prachtig verdoezeld. De verantwoording is meer te zoeken bij de overspannen oorlogsindustrie voor een leger dat veel te veel wilde tegen een te sterke alliantie (E, VS en F).
Duitsland nu tweederangsstaat geworden, maar dit zegt men niet. Men maakte de Weimarrepubliek verantwoordelijk voor het aanvaarden van het “Versailler-schandaalverdrag” En de harde bepalingen hierin had Duitsland te danken aan zijn harde oorlogspolitiek...
De conservatieven vonden zich “het eigenlijke Duitsland”, konden de naoorlogse situatie niet verteren en scholden altijd op de democratie als een soort revolutie en opgelegdgeworden-zijn door de overwinnaars.

Dus vroeger was het best, de oorlog was groots en nu is er een slappe parlementaire democratie.
Maar het keizerrijk komt niet meer terug, dan maar liever een autoritaire maatschappij!
Ook al zegt men dit niet zo…, het is toch “te voelen te zijn bedoeld”: men spreekt over de betere dagen van voorheen. En dat is niet economisch bedoeld maar politiek.

Men koos Hindenburg als de grote figuur voor het Vaderland, een soort “vervangende keizer”.
Maar in werkelijkheid was Hindenburg alhoewel president in Weimar walgelijk tegen een republiek (en dus royalist).
De meeste tijdgenoten toentertijd hadden nog niet zo een kijk op de politiek. Men richtte zich op de bewoordingen van de voornamen.
Men geloofde dus in de groot(s)heid van het Duitse verleden en men hoopte op een betere toekomst.
Tot zover de redevoering + commentaar van de vroegere minister van oorlog.

Versailles (Verdrag van) schoof Duitsland de schuld uitbreken 1e WO in de schoenen. Men vervloekte dit als de “oorlogsschuldleugen” Zo Duitsland gepest.
Oud-soldaten gaan demonstreren. In feite is hier al de reclame van de rechts-radikalen.
Die 1931/32 sterk bijval zullen krijgen. Iedere Duitser is nu herstelbetalingsslaaf, zegt men 4/1931. Land (=Rijnland) en kolonie (=Zuidwest Afrika) afgepakt.
De NSDAP v.a. 2/1932 openlijk hier werkzaam.

De dolkstootlegende is ontegenzeggelijk een pracht wegbereider voor de NSDAP. Zo in één klap hekel aan parlementarisme (Duitsland) en herstel van het oude. Alle ellende gevolg door het Verdrag van Versailles (“dictaat” genoemd).

1935: Eer aan zelfde monument met vele NSDAP-ers…

AMSTERDAM, december 1998


Bron: Unsere Heimat des Kreises Borken (1989) p257-263