Pagina's

14 mei 2016

Monsieur de Pourceaugnac en Frank Martin in De Stadsschouwburg te Amsterdam

Het Holland Festival was begonnen. Met mijn studenten ASVA-kaart kreeg ik billijk toegang tot 'n opera. In muziek ben ik altijd geïnteresseerd geweest en heb ik dan ook mijn blik geworpen op het muziekleven te Amsterdam om er bij te zijn. Want niets gaat boven de realiteit dan de vooroorlogse ERRES-buizenradio waaraan ik verknocht was (en die ik als museumobject nog bezit).
In de Stadsschouwburg meldde ik mij een half uur voor het begin en kreeg een plaats op de parterre, ongeveer 3 of 4 rijen midden-vooraan. Ik zat als eenvoudig student tussen de heren in avondkleding (hetgeen nu een zeldzaamheid is) en de dames in luxe toiletten. De critica schrijft dat ook de echtparen Luns, Zijlstra en Scholte aanwezig waren. Eerst nu huiver ik dat ik daar bij was!

Het is de avond van 17 juni 1963. Toen ik de zaal betrad, die hemelse ruimte met warm rood en pluche, kreeg ik een geel kaartje aangereikt dat de vermelde dirigent Paul Sacher verstek moest laten gaan en niemand minder dan Frank Martin zelve komt! Dat was een verrassing maar ik kon nog niet goed de importantie daarvan inschatten.

De gehele voorstelling heb ik Frank Martin voor mij gezien. Niet meer dan een hoofd met keurig kapsel, schouders alsmede de armen. Vlak achter hem zat een deftig echtpaar dat soms een paar woorden wisselde. Ik herinner me goed dat de dirigent iets geïrriteerd zich achterom draaide.

Het is een komisch toneelstuk van Molière waarin de toenmalige artsen danig op de hak genomen worden. De clismaspuit speelt een voorname rol. Wat is hierop tegen? De vermoede werkzame stoffen worden snelst in het bloed opgenomen en ontzien derhalve de maag. Er vinden scènes plaats die de lachlust van  het publiek opwekken.

Monsieur de Pourceaugnac


De (voormalige) Nederlandse Opera geeft deze avond. De voorname heer was André Vessières en de gedupeerde vrouw Erna Spoorenberg. Ook Cora Canne Meyer zong mee, die ik tien jaar later zou zien in de proloog van Ariadne.

Hoevele jaren later, misschien 80er, werd de gehele opera uitgezonden in het zondagavond-programma van de toenmalige Concertradio. De presentator zeide geen informatie ter beschikking te hebben, wat vreemd is voor zo een deskundige, en ik kon hem ook niet helpen. Ik heb weliswaar de gehele opera beluisterd. Misschien is het dezelfde opera-expert die nu werkzaam is bij de huidige Concertzender.

De nu bestaande De Nationale Opera bestaat meer dan vijftig jaar. In het Muziektheater was een grote rij foto's en afbeeldingen van de producties te zien, vanaf 1964. Iets jammer dat deze er net buiten viel...


07 mei 2016

Heitmann in Het Concertgebouw Amsterdam


Toch heb ik het met 'n muziek-maak-programma maar gebracht tot opus 3. Ik wilde bij Irene Hagemans een goede beurt maken maar het liep mooi mis: zij als waardige alumna van het Conservatorium Fontis te Tilburg wist me te vertellen dat mijn doodernstige conceptie maar een fletse afspiegeling zij van Mozart. Dan liet ik het er maar bij zitten en mijn droom carrière te maken te beëindigen.
Doch hoe vele componisten zal je de kost moeten geven die tegenslagen niet bloedserieus in hun leven hebben meegemaakt?

05 mei 2016

Joodse bron op 4 mei 2016 in Muziekgebouw aan 't IJ

Voornoemd Muziekgebouw ontwaar ik lopend over de grote brug langs de oever van het IJ. Ik had al meermaals vanuit de trein gelet op dit gebouw maar zag het steeds op afstand. Aan deze onzekerheid  komt nu een eind.



Eerst nog is de lange weg over de stijgende brug te nemen, dan een recht stuk, om linksaf te slaan een stijgende toegangsweg op naar de ingang. Eigenlijk zweven we minutenlang in de lucht richting hemelse sferen. Wie heeft zoiets bedacht? Maar eenmaal binnen moet je een grote diepte afdalen naar parterreniveau, voor mij niet zonder pijnlijke benen. Er is een lift die ik na afloop zal nemen. Het was stil, niemand zag mijn krachtsinspanning. Ik kijk rustig rond en verbaas me over een gigantisch onbeschilderd betonblok dat kennelijk het IJ inzakt, omgeven door een stalen frame met glasplaten. Modern met weinig hout.


Er is ruim een half uurtje tijd wat rond te kijken.


Mijn voorafje
Vooraf was ik uitgestapt op de Nieuwmarkt en wilde een corona opsteken. Doch vergat ik in mijn costuum de aansteker mee te brengen. Van een reservedoosje lucifers, geconserveerd in een plastic pakje waar wiet in gezeten heeft, was het schuurvlak glad geworden of de kop van de lucifers te hard. Ik moest haar weggooien. Kuierend op de Zeedijk zag ik bij de ingang van een café een ras Amsterdammer wien ik een vuurtje vroeg. Ik dankte hem en wenste 'n goede avond. Vervolgens keek ik met heimwee naar die gelegenheden welke ik tientallen jaren op mijn kroegentocht heb bezocht maar waaraan ik toch na vijftig jaar uitgaan min of meer een punt achter heb gezet. Immers het is niet meer dan staan en hijsen, verder ken je niemand als je incidenteel inwandelt. Eten en drank heb ik thuis genoeg. Vlak bij het stationsplein was het erg druk. Ik keek naar links en zag al drommen mensen op het rak bij de Dam. De weg was afgesloten en twee gele bewakers hielden het verkeer tegen. Doch kon nog net een arrestantenwagen doorrijden, ook daar houden ze rekening mee.
Helaas kon ik de stationshal met een sigaar niet inlopen want ik heb geen vuur om die wederom op te steken. Ik besloot rechtsaf de spoorrails onderdoor te lopen hetgeen volgens een verkeersbord niet was toegestaan. Een Engelse tourist, bepakt en bezakt, liep voor mij. Deze grote verkeerswegen oversteken is niet zonder risico. Maar dan toch is de oever bereikt en zag ik voor het eerst de nieuwe overkapping van het busstation aan het IJ.


Adembenemend die ondergaande zon boven de spiegelgladde wateroppervlakte. Drie lange  cruiseschepen, eendeks. Condensstrepen van vliegtuigen die elkaar grappigerwijs kruisen.

Alhoewel de deuren van de concertzaal nog allang gesloten zijn zal hier wel veel hout te zien zijn echter zonder artisticiteit. Zij gelijkt eerder op een Vorstenlandense droogschuur voor bundels al gefermenteerde tabaksbladeren.




Violist en componist Josef Malkin (1950)
Dat Joods met een hoofdletter geschreven wordt is gebruikelijk alhoewel met minuskel ook wordt gebruikt. Maar bij bron ontgaat het mij, bij de titel betaamt slechts het eerste woord in majuskel. In Amerikaanse titels zijn weer wel alle woorden voorzien van hoofdletter, lelijk maar waar.


Hier is de avond duidelijk ethnisch: de Joodse componisten Prokofjev (1891-1953), Sjostakovitsj (1906-1975) en de hedendaagse uit Georgië afkomstige Josef Malkin. De sopraan zangeres is Channa Malkin (1990) en er zijn nog meer familiaire muzikanten.
Het concert wordt rechtstreeks uitgezonden op NPO Radio 4 klassiek
Het is hier terug te beluisteren.





Het muzikale gezelschap is een ensemble uit het NPhO, ook leden van het KCO verrichten zulks.

De Dodenherdenking
Zoals aangekondigd was de Dodenherdenking op een beeldscherm te volgen. We waren om kwart voor acht met zowat dertig personen. In de inleidende interviews werd een opsomming gegeven van oorlogsdoden WOII: 250.000 Nederlanders in totaal, waarvan 102.000 Joden, 20.000 uit de hongerwinter (nu eens 'n keer niet achtergehouden), 16.000 militairen waarvan in de Oost al 5000 op de Erevelden, alsmede 24.000 Indische Nederlanders al of niet in Japanse gevangenschap. Uiteraard is Rotterdam genoemd geworden maar opmerkelijk dat 'n (controversiële) politionele actie wordt genoemd als ook de burgerlijke doden uit het Haagse Bezuidenhout en Amsterdam-Noord (17-6-1943).


Het beeldscherm werd in zuidelijke richting gezet aangezien de ondergaande zon danig stoort. Toch blijft in het brillenglas een reflectie. Gordijnen zijn er niet en vensterglas met elektronische verduistering is er evenmin want daarvoor is deze gelegenheid te zeldzaam. Opvallend dat tijdens een kranslegging de muziek door de kapel van Luchtmacht heftiger wordt. Een glimlach komt als basis-scholieren uit Amsterdam en Groningen een bloem leggen (met de bloem naar voren).

De uitvoerenden
De leider en violist Vadim Tsibulevsky. Hij is afkomstig uit Azerbeidjan maar studeerde in Moskou. Emigreerde naar Israël en studeerde daar verder. Maar in Europa heeft hij op vele plekken gewerkt tot nu in het NPhO als 1e concertmeester.
Sergei Edelmann, piano. Afkomstig uit Oekraïne, emigreerde naar de VS. Heeft ook onder Maxim Sjostakovitsj gewerkt, de zoon van.
Robert Lis, viool. Geboren in Polen, Zat in vele orkesten en nu als 2e concertmeester bij het NPhO.
Avi Malkin, familie van, en geboren te Azerbeidzjan, altviool. Emigreerde in 1985 naar Israël en is nu werkzaam in het NPhO.
David Bordeleau, afkomstig uit Canada, cellist in het NPhO. Zijn instrument is een klassieker uit 1815 en de strijkstok eveneens. Plv aanvoerder in het NPhO.
Luis Cabrera Martin, contrabas, uit Spanje. Eerste bassist in het NPhO. Is docent aan de Guildhall School te Londen alwaar Nico de Villiers (zie mijn Mulder-Herinneringen 19-11-2013) zal afstuderen.
Leon Bosch, klarinet. Last but not least een Nederlander! Is 1e klarinettist bij het NPhO.

De sopraan Channa Malkin, dochter van. Opera- en concertervaring.

De werken.
Hier kom je toch voor! De formidabele componisten als Sergei Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj!
Prokofjev's Ouverture op Hebreeuwse thema's uit 1919 door zijn medestudenten van het conservatorium te Sint Petersburg hem in handen gegeven. Jiddische sfeer met harmonieën en volksmelodietjes. Ik herkende wat passages maar niet zovele als in het volgende werk. Met ingehouden adem heb ik geluisterd. Opvallend, hoe paradoxaal, is de absolute stilte in de zaal, zelfs ademhaling van je buren hoor je niet.

Sjostakovits's Strijkkwartet nr. 8 uit 1960. Bewust gebruik van Joodse volksmuziek die de meester zeer aansprak door haar innerlijke tegenstrijdigheid. Als basis is een doorwerking van de noten d-es-c-b die van zijn (Duitse) naamsinitialen afkomstig zijn. Als je dit weet hoor je ze herhaaldelijk en overduidelijk. Goed kan ik mij herinneren de krachtige driewerf kwarten, die steeds terugkomen. Ze doen je denken aan een waarschuwing of een signaal en je kan ervan schrikken. Dan onmiddellijk komen de warme melodieën weer naar boven om je te strelen en je gerust te stellen. Ook hier was de zaal volkomen stil. Er gebeurt iets, je wacht af en kijkt.
De avond sluit af met het Pianokwintet uit 1940. Hier kan de pianist waarlijk met beide vuisten op de toetsen slaan en je goed wakker houden. Ik wou dat ik dit mocht! Merkwaardig dat de pianopartij soms rust maar dan weer opkomt. Het eindigt zacht, wat je naar al het heftige voorgaande niet verwacht!

De piece de résistance was het vertolken van het werk van Josef Malkin op basis van 35 gedichten door 'n zekere Ida Vos. Ik heb wel van die naam gehoord doch nimmer iets van haar gelezen. De poëzie bestaat uit kleine zinnen van twee tot vier woorden, zonder hoofdletters en met bijna geen leestekens. De zangeres zong alle vijftien uit haar hoofd. Alhoewel de inhoud der gedichten droef, is de melodie bepaald aangenaam om te horen. Geen moment dat ik uit mijn concentratie geraakte. Even dacht ik aan filmmuziek, de stem heeft de leidende toon, het ensemble volgt haar, denk ik zo.
Je kijkt wel heel even op als je woorden hoort als jullie zijn dood / ik leef , het allesvernietigende leven, op weg naar de vernietiging en giftig gas. Als deze woorden nu in een buitenlandse taal zouden gezongen zijn, zoals met alle vocale orkestmuziek in de concertzalen, zouden ze niet zo opvallen als nu.
De zangeres heeft een uiterst charmante gestalte, dat mag je ook zien maar de muziek staat toch voorop, het is immers muziek op basis van tekst. En als je daar aandachtig en intens naar luistert geniet je van haar zuivere en heldere toon met als extra de klaarheid der gezongen woorden. Zo komen muziek en tekst beide met evenveel intensiteit op je over.
De laatste zin luidt in het heelal is opgegaan. Dit deed me eventjes denken aan de zinsneden uit The Tempest alwaar na hun heilzame werk de bosgeesten in de dampige boslucht verdwijnen, welke nog werden gepresenteerd op de 400-Shakespeare herdenking.

Joodse muziek
Sprak Sjostakovitsj al over Joodse muziek, na de titel Joodse bron lees ik ook Joodse componisten, Joods karakter, Joodse elementen en Joodse cultuur. Is dit nu waar?
Ik citeer niemand minder dan de vermaarde musicoloog en componist Marius Flothuis over wie ik een essay schreef onder de titel Marius Flothuis bij de Vrijdenkers van 6-10-2014. Hij sprak in februari 1974 tweemaal de flotcurtusiaanse sententie uit dat religieuze muziek niet bestaat! Hiermede behaagde hij de aanwezige vrijdenkers ten zeerste maar er is meer. De kern van zijn betoog is dat het Joodse menselijkerwijs is toegevoegd aan de noten van de muziek maar dat het eigenlijke Joods in muziek illusoir is! Immers, kan muziek dan ook een kleur hebben, een temperatuur of een massa, natuurkundeige begrippen, als ook de psychologische van emotie, hartstocht, depressie of uitbundigheid?
Dan krijgen we ook nog de schurk Erik Satie die laconiekerwijs een zijner werkstukken de vorm van een peer bedacht...
Ik moet Flothuis geloven dat muziek als creatie op zich (zelf) staat en dat elk adjectief (=toegevoegd) niet klopt. Nu is bij Gustav Mahler en Anton Bruckner een afwisseling van felle (harde tonen) en lieflijke (zachte tonen) optimaal aanwezig. Maar net zo goed kan een liefdesroes door harde tonen en een woedeuitval door zachte tonen worden vertolkt in muzieknoten. Wij zijn volledig afhankelijk van de scheppingsdaad des componists zonder dat we er iets aan kunnen veranderen. Je behoeft niet eens te denken wat de muziek voorstelt, zij is een abstractie, het wordt soms wel eens geduid om wellicht naieve mensen wat idee te geven van muziek (denk aan Peter en de Wolf) maar dan moeten ze er maar vlug weer van afkomen. Ik studeerde ook in Schopenhauer die ook uitspraak heeft gedaan dat muziek boven de letterkunde staat, het is onwoordelijk. Daarom is het toekennen van literaire  eigenschappen bezijden de waarheid. Geen religieuze muziek dus maar muziek die tijdens een religieuze bijeenkomst wordt ten gehore gebracht of uitgevoerd. Het kan ook met de Matthäus waarvan Leo van Doeselaar heeft gezegd dat dit een geestelijke opera is, dus geenszins religieus. Zie mijn essay De Matthäus-Passion o.l.v. Ivor Bolton van 20-3-2016. Dus de "passiemuziek" zelve is geen religie! En Joodse muziek bestaat niet.

Film
Tijdens alle muziek werd een film geprojecteerd vervaardigd door Bob Aardewerk. Het betreffen beelden van Nederland vanaf 1930 tot nu. Ik heb gedeelten of geheel al in de loop der jaren gezien op VPRO-Geschiedenis, die van dezelfde bron Beeld en Geluid gebruik maakt. Maar hier is iets opmerkelijks: de beelden zijn veelal in diagonale stroken gemonteerd met een resterende driehoek rechtsboven, en overlopen in een beeld en weer terug. En rijke afwisseling die nooit verveelt. Dit is nog eens moderne filmtechniek! Ik keek mijn ogen uit en luisterde tevens intens naar de muziek. Deze filmbeelden: van vreedzaam Nederland (de crisistijd komt niet voor) met ontspanning bij het water, straatbeelden met passanten, een Joods huwelijk met heren in deftige kledij, dansen, overgaand in oorlogsdreiging en -voering, bombardement op Rotterdam, een inval op Joodse adressen en wegvoeren van bewoners, tot en met Bevrijding en wederopbouw. Dan zien we de volle stedenbouw en infrastrctuur, trots op Nederland. Ik heb alle bewondering voor deze kunst, zo ik het noemen wil.

Applaus
Verzocht werd na elk muziekstuk het applaus te bewaren tot het laatst. Dat kwam van ongeveer driekwart van de 500 zitplaatsen. Dit applaus was enthousiast ook en verdiend. De uivoerenden moesten terugkomen en kregen fraaie bloemstukken aangereikt. Ik heb genoten!



Channa Malkin nu met brilmontuur


Ook Josef Malkin kwam op en deelde in de ovatie



































23 april 2016

William Shakespeare 400 Jaar geleden overleden

Hoe iemand toch zo knap kan zijn! 
Hoe iemand zo veel bewoordingen kan vinden! 
Hoe iemand zo veel kan schrijven!


Shakespeare is heden 400 jaar dood maar hij leeft! In het vroegere Deutsche Reich was de Engelsman niet populair, men vond alles van overzee maar barbaars. Overigens was Engels daar nooit een leervak op school, tòt 1955, i.p.v. Hebreeuws*, de Duitsers hadden schrijvers genoeg voor genieting en studie. Nog altijd bezit ik zijn verzameld werk van de Abby Library uit 1974, gedrukt in Roemenië. Ik kocht het boek eind 70er in de voormalige boekwinkel Pfaff aan het Rokin hoek Spui voor maar 5 gulden en bezit het nog. Toen jaren geleden op elke zondagavond 'n integraal werk van Shakespeare op de BBC3 radio als hoorspel werd gegeven heb ik veelal een gedeelte van de tekst gevolgd. Het ging snel maar even weglopen en je bent de draad kwijt! De uitvoeringen waren in 'n modern jasje.

In de club eind 90er van Jan Bakker, F.I.E.S.T.A. genaamd, voor English reading and play, sprak ik een keurige Engelsman die goed Nederlands kende. Hij zei mij gewerkt te hebben met Laurence Kerr Olivier, (Baron Olivier) die is overleden in 1989. Kennen wij ook geen voortreffelijke acteurs als 'n Albert van Dalsum en 'n Ko van Dijk? Als gast werd o.a. een jonge Londenaar geïnviteerd die alle sonnetten uitwendig kende. Noem maar een nummer en hij begon. Ik vroeg hem CXLVII dat ik van een geliefde heb ontvangen. Hij kon het maar haperde eventjes. Voor alle zekerheid had hij het tekstboekje in zijn hand; wat zou dit nu niet mooi kunnen met een tablet! Prachtig zo iemand mee te maken die het werk van Shakespeare koestert!

Mijn Engels leraar verklaarde Shakespeare voor de beste schrijver uit de wereldgeschiedenis. Wij werden tot stilte gedwongen. Zijn uitspraak werd echter door ons met hilariteit ontvangen. In mijn boek schrijft Sybil Thorndike dat er geen schrijver is die raakt de diepten en hoogten van karakters. Bij een ieder dezer kunnen we wat van onszelf terugvinden. Het mooie en nare hier is het mooie en nare van de hele wereld!

Het is geboden de sonnetten in de originele tekst te bestuderen. Een der vele vertalingen kunnen alleen maar tot meer begrip dienen aangezien Shakespeare danig crypto kan zijn.

Ten slotte een andere herinnering, betreffende de Wende van 1989:
Inmidden de stroom aan reportages kwam op 1 december even de 53-jarige Wolf Biermann te Leipzig voor de camera. Deze verklaarde dat de autoriteiten het ten gehore brengen van Sonnet LXVI hem hadden verboden. Het handelt immers over de vreselijke dingen in de wereld maar de DRR is propagandistisch een heilsstaat. Dus dit mag niet.
De DRR had beter het verzameld werk kunnen verbieden!

Niets is zo gevaarlijk als een schrijver of diens werk verbieden. Als het woord de mond te snoeren. Een politieke autoriteit kan zich voor de geschiedenis ridiculiseren!


*) Met Hebreeuws, Grieks en Latijn hadden de gymnasiasten toegang tot het Oude en Nieuwe Testament. De Lutherse vertaling was voor het volk.

ZIE: Shakespeare Sonnet Grafiek









18 april 2016

La Petite Messe Solennelle van Rossini in Het Concertgebouw

Dat is me toch geweest in Het Zondagochtend Concert in Het Concertgebouw op (dus) zondag 17 april 2016.

Mijn toegangskaartje had ik al gekocht op 28 februari 2015, zodat ik ruim een jaar geduld moest betrachten. Doe ik dan ook want ik ben een gedisciplineerd mens al weet ik dit zelf. Echter is de aanwezigheid in deze schier heilige ruimte al een belevenis op zich. Je gevoelt je opgenomen te zijn in een andere wereld. Toch zullen gewone mensen de trap afdalen, eerst de leden van het Groot Omroepkoor, vervolgens de vier solisten met de Argentijnse dirigent.

Verbazingwekkend elke keer weer te lezen hoe internationaal het muziekleven is geworden! Je bent als musicus een homo viator geworden, je vliegt in tuigen en je huist in hotels. Ik, als verwoed, zowat gediplomeerd huisslak, zie het ook aan de tweets van Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein die weliswaar nu wegens de geboorte van haar kind (moet ze maar niet huwen) gekluisterd aan huis normalerwijze de hele wereld over stuift. Ze hebben ook nooit rust. Maar wie kan er dan zonder muziek? Wij niet. Zij doen het toch maar (voor ons). Wat ben ik blij zelf op loopafstand van de muziektempel te wonen en heen/terug promenerend 'n corona te roken! Zeg nou zelf: Is dit geen goed leven?

Leonardo García Alarcón (dirigent) is geboren in 1976 te La Plata maar door het Franse muziekleven opgeslokt.
Mariangela Sicilia (sopraan), geboren te Cosenza, Italië.
Diane Haller (mezzo), geboren te Rijeka, Kroatië.
Philippe Talbot (tenor), geboren te Nantes.
Nikolay Borchev (bariton, hier ook bas vermeld), geboren in Wit Rusland, plaats nergens vermeld.





Het podium is nog leeg. Een oudere man moest door een geüniformeerde jonge vrouw van Noord via de orkestvloer naar Zuid verhuizen en eerdat hij zijn plaats gevonden had kreeg ik menig gevoel van spijt hem zo te zien kwakkelen. De trapafdalende bezoekers hinderde hij danig. En dan moest ook nog een hele rij mensen voor hem opstaan. Moge de heilige mis zijn ziel genezende kracht geven.

Zijn petite messe ken ik al heel lang. Welke mis is niet heilig? Eigenlijk een pleonasme. Bij Rossini ook, ik was eerder bij zijn Wilhelm Tell. Doch valt het op de messe zelden in haar geheel te horen, het is in welk radioprogramma dan ook slechts 'n gedeelte, uiteraard wegens de beschikbare tijd. Het meest voor de hand liggend is het Kyrie, het laatst wel de harmoniumsolo.

Op het gratis tekstformulier staat het verzoek niet te bladeren en hoesten, Dat kreng van 'n Annette Veenstra heeft dus succes gehad met haar smaadschrift!

Het binnenschrijden van het koor doet applaus opgaan. Bij solisten en dirigent nog luider. Uiteraard worden de zangeressen goed gescreend. Dit mag toch, ze zijn immers goddelijk. Het is vrij lang wachten totdat de zaal muisstil is.

Al snel valt het op dat de dirigent niet slechts armen en handen gebruikt maar een geheime code heeft met vingerbewegingen. Tegen het eind zal hij zelfs met een vinger het koor en bloc laten opstaan. Een grotere discipline is niet denkbaar! Ondanks de sticte aandacht die wij publiek hebben is deze act voelbaar aan 'n licht zuchtend opkijken door ons allen.

De twee vleugels met harmonium beginnen. Opvallend hun bruine gelaatskleur, het zijn een Pleyel uit 1874 en een Blüthner uit 1880. Ik kan me niet indenken dat deze apparaten hier jaarlijks in de kelder staan, want in TivoliVredenburg afgelopen vrijdag 15/4 waren ze ook. Het Orgelpark heeft zelfs een Erard-vleugel uit 1899 waarnaar ik nog aandachtig gekeken heb. Ik weet dat het geluid van deze eerder omfloerst is en voor een concertzaal eigenlijk ongeschikt. Iemand zei me dat die vleugels wel gehuurd zullen worden. Een geluid al vanaf het begin niet-hard. De ruimte in de zaal is hoorbaar, er is geen weerkaatsing van geluid. Ook in de forte blijft het geluid van de twee vleugels opmerkelijk zacht. Met de twee Steinways als bij de zusjes Katia en Marielle Labèque heb je heel wat meer volume gekregen, zeker als ze in de toegift Ravels tovertuin speelden dat bedrieglijk zacht begint en explosief eindigt. Het is in deze messe-uitvoering misschien beleid de originele sound te verkrijgen zoals ten tijde van Rossini in de Franse salon. En die is altijd op kamervolume. Doch waren daar ook altijd twee piano-fortes? De orkestversie van Rossini heb ik nooit gehoord. De prelude werd door Leo van Doeselaar alleen gespeeld. De dirigent gaat zitten. Een harmonium is uitzonderlijk in een muziekzaal. Het laatst dat ik dit apparaat van nabij zag is op de lagere school (!). 
De klank is eerder  ondersteunend, wat de piano kan doen met toetsenroffel. Maar er is een harmoniumsolo net als in de Glagolitische mis van Leos Janáček, hier echter met groot orgel en razend snelle noten. Het begin van een harmoniumklank is niet echt mooi, eerder wat kattengeluid. Allengs worden de klanken eetbaarder. Daarenboven is de wisseling van geluidssterkte (met de pedaal) iets heel geks om te horen. Leo van Doeselaar kon met het kistorgel in de Matthäus wel zachte klanken voortbrengen die altijd mooi waren. Ook zo een apparaat in de messe hier? Het doet dan de authenticiteit geen goed, het gehoorvermogen echter wel.

Het koor is schitterend. Het zangvolume is meestentijds zacht, of noem het intiem. Zo opvallend dat partijen te onderscheiden zijn! Forte en piano alles even beheerst. In het Agnus Dei bleven de leden voor die mini-tussenkoortjes met het Dona nobis pacem (dit gelijkt wel op een oud-Griekse rei!) tussen de altsolo wel even zitten.

Rossini heeft voor de mis de tijd genomen. Veel woorden en zinnen worden herhaald waarvan ik mijns inziens niet genoeg van krijg. Heel af en toe geeft een stroom van klanken 'n operettegevoel alsof de danseressen over de Bühne zweven. In de zachte klanken heb je de echte ingetogen (een verouderd roomskatholiek woordje!) religiositeit. Soms schrik ik daarvan. De mannelijke zangsolisten hebben wel eens het stemvolume als in de opera. Maar dat is dan ook Rossini's Italiaanse karakter. Triomfkoor vind ik overigens niet kerkelijk. Ook in voornoemde Matthäus zijn de drie grote koren altijd ingehouden of ingetogen; zo hoort het. In onze messe is daarom het Agnus Dei een ware afsluiting van een gebeurtenis als acte van het geloof of voor wie anders wil des componists geloof.

De pianisten waren Leo van Doeselaar en Wyneke Jordans die wel meer met elkaar optrekken. Toch nog een paar Nederlanders maar wel de beste. Dirk Luijmes bespeelde het harmonium; die beoefenaars bestaan dus nog! Hij schreef een toelichting op het werk.



Leo van Doeselaar tweede van links




Ik bezit een zelfgemaakte audio van de messe, gemaakt op zondag 11-12:30.








07 april 2016

Die Zeit draait uitslag referendum Oekraïne krom

"Er is onecht gebruik gemaakt van een  raadgevend referendum (niet bindend)", stelt Die Zeit. Als start driehonderdduizend handtekeningen verkrijgen op een bevolking van 17 miljoen zijn niet zo moeilijk (het werden er 470.000).
Geciteerd worden Arjan van Dixhoorn en Bart Nijman met Geert Wilders op de achtergrond. Ze zijn gewoon tegen de EU en rechtspopulist.
Daarom spreekt Die Zeit van misbruik van de referendumwet.
Ook het opkomstpercentage van 30% wordt gezien als ontoereikend de opvatting der bevolking weer te geven, bij de stemming over de Europese grondwet was een vijfde de opkomst. Nu spreekt Die Zeit over een mislukking van de Eurosceptici. Ja, dit is nu gezeik, welk percentage is dan wel goed?
Hier wordt kromgedraaid.

Die Zeit 7-4-2016

20 maart 2016

De Matthäus-Passion o.l.v. Ivor Bolton

De Matthäus-Passion met het Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. dirigent Ivor Bolton (Brits) is de mooiste die ik ooit gehoord heb. Het Groot Omroepkoor en het Nationaal Jongenskoor.
Zij werd uitgevoerd in het Concertgebouw op vrijdag 18 maart 2016.


Er worden dezer tijd maar liefst 172 verschillende uitvoeringen gegeven, waarvan al 47 in Noord-Holland.(NOS-Journaal zaterdag 19 maart 2016, 20 uur.)

Vroegere beluisteringen
Het Jongenskoor van de Vredesscholen (St.-Franciscus en St.-Cornelis) trad in de 50er en later op in het Concertgebouw en de R.K. kerk te Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). De leiding had Piet van  Egmond. Ik schreef over deze dirigent en musicus in mijn Schoolherinneringen (1956-1961) (hyperlink) en Beeldbank (Adobe/PDF document).
Het KCOV-Excelsior in de 60er in het Concertgebouw onder leiding van Meindert Boekel.
Zowat elk jaar op de radio de integrale uitzending op Palmzondag.
Tot en met 1 april 2015 de meezing-Passion (hyperlink) met het Nederlands Kamerorkest en het Toonkunstkoor o.l.v. Boudewijn Jansen. Ik schreef hiervan een belevenis.



De koor- en orkestopstelling
solisten 'koor' 1:

Carolyn Sampson sopraan (aria's, maagd 1, Pilatus' vrouw)

James Laing alt, vervangt David Daniels (aria’s)

James Gilchrist tenor (aria’s, Evangelist)

Christopher Maltman bas (aria’s, Christus)

Joep van Geffen bas (Pilatus)*

Ludovic Provost bas (Judas)*

Lars Terray bas (hogepriester 1 )*



Linker orkest
Kersten McCall, Joséphine Olech fluit

Thera de Klerk, Vincent van den Ende blokfluit

Alexei Ogrintchouk, Mirjam Pastor Burgos hobo, oboe da caccia

Liviu Prunaru viool

Friederike Heumann viola da gamba 
  • Veel heb ik op deze Duitse gamba-vrouw gelet, zij was duidelijk zichtbaar. Een instrumentale solist.Wel een andere wijze van spelen dan op cello en als ze niet een partij had legde ze de gamba met de hals op haar rechterbeen. Tijdens het verlaten van de zaal liep ik vlak naast haar. Doch alsdan een foto nemen is zo paparazzo.

Tatjana Vassiljeva cello

Pierre-Emmanuel de Maistre contrabas

Leo van Doeselaar orgel     
  • Nu eens niet in Het Orgelpark.

Michael Freimuth chitarrone, ook teorbe genaamd




solisten ’koor' 2:

Lydia Teuscher sopraan (aria's, maagd 2)

Lawrence Zazzo alt (aria's, valse getuige 1)

Jeremy Ovenden tenor (aria's, met van James Chilchrist over te nemen recitatief #19 ("O Schmerz!") plus aria #20 ("Ich will...")

Thomas Oliemans bas (aria's, Petrus)
  • Nog een Nederlandse naam!

Alan Belk tenor (valse getuige 2)*

Luuk Tuinder (hogepriester 2)*    



Rechter orkest
Emily Beynon, Julie Moulin fluit

Nicoline Alt, Vincent van Wijk hobo, oboe d'amore

Tjeerd Top viool

Bernard Robertson orgel, klavecimbel

* lid van het Groot Omroepkoor



De orgels
Centraal staat opgesteld het kistorgel met Leo van Doeselaar met rechts van hem de barok-luit.
Beiden spelen de continuo en zijn zoals de naam zegt constant bezig. Deze organist heeft naar hij op Palmzondag zegt zelf dit groter type orgel uitgekozen vanwege zijn vier registers met een prestantregister waarmede hij subtiele klanken kan maken. Hij speelt van de partituur en kan aldus de weliswaar achter hem staande solisten op de voet volgen.



Orgel orkest I

Maar rechts is eveneens een kleiner type orgel waarvan de bespeler vrijwel de gehele tijd werkzaam is terwijl het toch voor orkest 2 bedoeld is. In deel II verwisselt hij deze zelfs een paar maal voor het klavecimbel waarbij de echte bachklank als in de profane concerten ontstaat.

Orgel orkest II


Binnentreden
Als het Jongenskoor de trap afdaalt komt er geen eind aan de stoet. Het zijn meer dan dertig jongens en meisjes. Een fijnproever zou aan jongens alleen de voorkeur geven, ik vind de gehele ploeg al geweldig om te zien en ze kregen applaus.

Nationaal Jongenskoor presenteert zich


Men kan hier nog wat van de lang hals van het antieke tokkelinstrument bespeuren.
Dan komen de solisten en dirigent. De dames en heren zitten midachter en zingen staande vanaf deze plaats.
Ivor Bolton is gekleed in donker(-blauw?) kostuum.

De muziek begint
Als ik de eerste maten hoor krijg ik een traan in mijn ogen. En nog een. Muziekklanken die je zowat zestig jaar als je broekzak kent vleien je de oren in en pakken je. Je bent er geweest en kan niet meer terug. Vervolgens is het onderscheidend aftasten hoe de twee koren zullen zingen en wat het jongenskoor zal voorstellen. Geen uitvoering is dezelfde en het betaamt nu al een standpunt in te nemen hoe te luisteren. Ik gevoelde direct dat de duidelijke klank van de aanwezigheid der kids me na de wegvallende stemmetjes in de uitvoering van verleden jaar mij groot plezier deed. De volwassen stemmen waren gewoon prachtig en zullen het gehele oratorium op enkele felle passages na een beheerst zingen vertonen. Leest U eens in mijn vroegere essays (hyperlinks boven) hoe het gegaan is.

Deel I
In het eerste deel kunnen we de diverse solisten stuk voor stuk leren kennen. Als eerste de evangelist met een altijd heldere en muzikale stem. Zijn Duits nota bene als Brit is vlekkeloos. Er zitten twee countertenoren in die ik tijdens 'n concert nog nooit meegemaakt heb zodat ik met nieuwsgierigheid in volle aandacht luisterde. Deze voor mij uiterst merkwaardige mannenstem, in vroeger eeuwen heel normaal, kan heus wel zuiver op de graad  zingen maar steeds lijkt het me dat de zanger adem tekort komt. Het sterkst bemerkte ik dit in het duo voor sopraan en alt waarbij de laatste toch in klankvolume de mindere was, hetgeen een Aafje Heynis (alt) niet was overkomen! Het was in vroeger tijd dat de solisten vooraan gezeten waren.
Het afsluitende koor ("O Mensch"), wat mijn absoluterwijs favoriete muziek is heb ik aangehoord zonder adem te halen. Het laatste woord lange (i.b.v. lange duur) werd heel kort gezongen. Het is altijd na het grote genieten een teleurstelling dat het uit is. Maar het moet gewoon.
Dan waarop ik niet gerekend had een formidabel applaus waarin de dirigent volledig meeging. Mijn schoolvriend Nico Zaal die jaarlijks de uitvoering in de Sint Baafs te Aardenburg bijwoont betreurt dit applaudisseren altijd. Maar dit is dan ook een kerk.
Het viel me nu goed op hoe duidelijk de blazers in het orkest I te horen waren. De twee traverso's samen waren op een gegeven moment nog nooit zo helder vertoond.

Deel II
Als de pauze voorbij is, de altoos vriendelijke bezoekers hun plaats weder ingenomen hebben, komt zoals gewoonlijk een lange aanloop naar de juwelen van de aria's. De twee koren moeten zich nu volledig geven al is het maar in de passages waarin op luider toon gezongen moet worden.
Voor mij viel op dat in het koraal ("O Haupt", #63) na de komma zonder pauze gezongen werd. Het is ook een zin die voeger werd onderbroken met adem.Voor mij ontstaat altijd het opkomende verlangen naar het begin van het Am Abend (#74). Hier kan je gewoon niet omheen dat de schoonste klanken ooit worden gegeven, zang samen instrumentale solisten. En het gevoel dat het eind van het oratorium in zicht komt.
Het slotkoor werd gegeven zonder al te fel keelgeluid, het dient immers een klaaglied te zijn. Ook hier vergeet je adem te halen. De zaal is muisstil. Na de laatste toon met de beroemde voorhouding is het een helaas korte stilte. De Matthäus is gedeeltelijk religieus maar voornamelijk een geestelijke opera, zo ik Leo van Doeselaar (met excuus) hoorde zeggen. Een lange pauze zou dus een uiting van geloofsverdieping betekenen of beter een stille dankzegging voor het offer van Jezus Christus. Je moet in een puur protestantse kring zijn om dit mee te maken. Hier niet, hoogstens vijf seconden, i.t.t. Palmzondag wel tien, het applaus met toejuichingen vol "toeschreeuwen" was overweldigend, Ivor Bolton ging eenmaal de trap op en af, bleef verder uitvoering de diverse solisten oproepen. De bouquetten werden als geschenk vergeven. Onder het klappen moest ik ondeugenderwijs toch een paar foto's maken. Zo een langdurige dankzegging maak je niet veel mee, de dirigent was opgetogen, de vooraan gelopen solisten zag je nu eerst goed. En dan is het voorbij.

Solisten - Vanaf mijn Rij 14, Stoel 18

Solisten

Solisten

En dit alles in het prachtige Concertgebouw te Amsterdam:

 
Het Concertgebouw te Amsterdam, vrijdag 18 maart 2016, om 23 uur. ©Jos Heitmann


















  

.

13 maart 2016

Met de Parochie RK Amstelland vanuit Buitenveldert naar de Stille Omgang 2016

Alhoewel bovenstaande naam RK Amstelland een juridische titel is, hadden zich voor de Stille Omgang 2016 negen mensen zich opgegeven, van wie een of twee van de gelieerde parochie Titus Brandsma te Amstelveen. De twee pastores J. Adolfs en Phil Kint (van mijn school, het voormalig St.-Ignatiuscollege te Amsterdam).
Adolfs vertelde geboren te zijn op Kattenburg, het oude dan, opeengepakte huizen van 3 of 4-hoog in nauwe straten, dat ik in mijn jeugd wel gezien heb en waar niet ver vanaf mijn grootouders gewoond hebben; met een periode als pastoor buitensteeds altijd in Amsterdam heeft gewoond. Geen Stille Omgang heeft hij ooit gemist!

Phil Kint hield een uitvoerige toespraak waarin hij het Brood van de heilige Eucharistie kortstondig in verband bracht met de allereerste christelijke interpretatie als ook de latere, bedoeld de Scholastiek. Ikzelf weet nog wel meer te zeggen maar dit later eens. In elk geval werd een duizendjarige periode bekeken met evolutie in menselijk denken. Toch kan je nooit zeggen dat de mensen later eerst konden denken derhalve vroeger dommer waren al is het maar dat de intelligentie altijd der mensen aanwezig is geweest als bij 'n Julius Caesar (die oorspronkelijk priester was) en 'n Origenes, om van de immense bisschop Augustinus even te zwijgen. Thomas zal de theologie ijzingwekkend systematiseren en 'n Neolatijnse terminologie opbouwen, waarvan Phil louter de begrippen transsubstantiatie een transfinalisatie noemde. In elk geval heeft het Brood een diepere betekenis dan consumeren alleen.
Voortgaand op het evangelie over de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging (er werd een andere benaming genoemd) betekent dit ogenschijnlijk het voeden van mensen. Van hier uit is de link naar de hedendaagse vluchtelingen alras gemaakt waarbij Phil memoreerde aan de anderhalf miljoen Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dat die na 1918 teruggegaan zijn moet wel, over terugkeer wordt heden ten dage nimmer gesproken. Als dank kreeg Nederland een Belgenmonument te Amersfoort waarvan ik eerder een essay schreef (hyperlink).

Aarzeling had ik of ik wel meegaan zou. Mijn voeten (en meer) zijn hevig pijnlijk van de elf weken intensief schilderwerk in mijn woning. Maar deze zaterdag gingen ze wat beter. Ik verzorgde mijn voeten goed en nam voor de zekerheid een pijnstiller. Echt soepel lopen kan ik nog niet en ik vreesde soms te moeten snellen achter de rappe Noord-Hollanders aan.

Om 23:30 was de bijeenkomst afgelopen en begaven we ons naar de bushalte 62 t.o. het NH Musicahotel. Op de Strawinskylaan namen we tram 5 naar het Spui.

Het plein was ¾ vol en wij voegden ons achteraan. De start die noteerde ik was 00:08. Een nadeel was dat 150 meter achter ons een nieuwe ploeg liep zodat wij zowat de gehele route niet echt middenin de ommegangers verkeerden.

De lamp voor de plaats van De Heilige Steede voorheen

Een mannetje van Het Gezelschap van de Stille Omgang met de teller


Soms scherp etalagelicht deed onze ogen pijn. Veel gapende eettenten. Pas nog in GeenStijl dat je rijk kunt worden met een snackbar. Erger 'n eerste verdieping aan de Nieuwendijk met gelal van jongens en meisjes over straat, hoe oneerbiedig! Na de Hasselaersteeg weer de sensatie van de verlichte St.-Nicolaaskerk in alle openheid. Er waren hier en daar vrijwilligers die koelbloedig de tram deden halt houden, ik zag maar twee politieagenten te fiets.

De wijdse Dam oplopend


Het tempo was vlot maar niet zo snel als eerder wel geweest is van de geroutineerde wandelaars uit de provincie. Mijn Irish Durty Nellys met het Guinness uit de negentiger. Op de Nes was als gevolg van nieuwbouw een flessenhals. Ik zag weer Frascatie waar voor de oorlog de tabaksveilingen gehouden werden en dacht aan mijn sigaar later.

Na de laatste verplichte cirkel wederkeerden wij richting Spui op 00:56.  De tocht heeft dus 48 minuten geduurd. Op weg dan naar de Lutherse kerk verlangend om uit te rusten met een broodje en koffie. Dan de schrik te horen dat de twee bestelde personenvervoerwagens al startklaar stonden. We moesten allen instijgen en waren 01:12 terug aan de Van Boshuizenstraat; precies voor de trappen van de R.K. kerk.

Ik denk dat er geen andere mogelijkheid geweest is dan op een tijdstip van 01u te vertrekken, immers de chauffeurs hebben nog wel meer ritjes. Voor mij was dit echter wel een teleurstelling zij het dat thuis ook mijn eten klaar stond. Zo een kort verblijf in de kerk, wekelijks dienend als aula voor de UvA, is toch fijn om nog wat na te babbelen. Maar nee, de abrupte afbreking deed pijn. Echter is een wandelen naar de halte van de nachtbus en de langer durende rit geen optie. Wel kan zoals ik voorheen al verrichtte de Stille Omgang ook gelopen worden op zondagmorgen, georganiseerd door (mijn schoolvriend) Nico Zaal, voorzitter van de KBO te Amsterdam. Hier is koffie en snack na de looppartij. Ik heb nog een jaar om na te denken maar deze ommegang heb ik vast gehad.


Eerder:

Met de Parochie van De Goede Herder naar de Stille Omgang 2015