Wat was Götz George niet een geliefd acteur in Duitsland! Dan vooral in Tatort als commissaris Shimanski waarin ik hem vanaf 1981 heb kunnen zien spelen. Maar ook horen: hij kon brullen als een leeuw en een lawine vulgair Duits uitbraken als een straatzwerver, het zal wel in het script gestaan hebben dat op zijn lijf geschreven is!
George is al op 19e juni overleden.
Ik herinner me dat hij tijdens een zeil- of zwemtocht aan zijn arm verwond geraakte en niet meer op de buis terug kwam.
Ook heb ik wat herinnering aan zijn filmrol van Fritz Haarmann, die een homosexuele lustmoordenaar was. Dat deze vlees van zijn slachtoffers verkocht is een hardnekkig gerucht geweest dat ik zelf als kind gehoord heb. Ook had je 'n fabrieksdirecteur die mensenvlees in worst verwerkte. Dit heeft het product worst geschaad, al is het maar dat in onze tijd clandestien paardenvlees erin gestopt wordt. Zo ook met Haarmann, in een film werd zijn executie door ultrarechtse krachten aangemoedigd, als zijnde een wende met het tolerante justitiële beleid van voorheen. Hier te lande werd de moordenaarsbende te Oss slechts veroordeeld tot gevangenisstraf. Kan zijn dat ook dit een vooroorlogse politieke zet is geweest politiek te bedrijven met strafrecht?
In een Tatort schreeuwde hij een in Duitsland opererende negeragent van de FBI aan. Deze verkoopt hem een linkse directe en onze commissaris valt stijl achterover. Onmiddellijk is de film beëindigd.
Die Zeit 26-6-2016
Interview in Die Zeit 15-5-2011
27 juni 2016
30 mei 2016
De Pianoclub Amsterdam met puur piano
Geen concertzaalmanieren, geen opsmuk maar solisten en bezoekers die prachtige muziek van nabij willen horen. Een zaal van Van Kerkwijk aan De Braak te Amstelveen met de rijen vleugels opgesteld aan de zijkant. Alles glimt en de prijskaartjes zijn opgeplakt. Even de toetsen indrukken mag natuurlijk niet.
Ik had een uitnodiging gekregen van de charmante Kim en wilde die nadat ik huize De Tamboer heb overgeslagen beslist niet afslaan. Maar dan moet je wel een eind lopen, geen bezwaar, aangezien ik dagelijks wandel doch dit is me wel een stukje verder dan Buitenveldert alleen! Ik heb diverse websites van OV geraadpleegd maar ik kon er niet uitkomen welke bus laat staan of er wel een bus langsreed. Nu weet ik het nog niet (bedoeld: geen bal).
Het is vrijdag de 27e mei. Na zessen ga ik van huis en loop door het Gijsbrecht van Aemstelpark, de Van der Boechorststraat tot aan het eind en rechtsaf de De Cuserstraat. Ik ben aangekomen op de Amstelveenseweg en dat wordt een eindeloos stuk.
Bij het gebouw AEmstelle aangekomen maak ik een paar foto's als herinnering aan de tien jaar openingen die ik aldaar heb mogen bijwonen. Toen het museum Cobra geopend werd was AEmstelle niet meer nodig. Een fijne sfeer met mensen die je zowat van gezicht kent, diverse gemeenteambtenaren en vrijwilligers, die allen zie je niet meer, op een functionaris na met een witte kop die mij nog meermaals in de 51 gegroet heeft.
De Pianoclub is niet echt 'n rechtspersoon maar een groep enthousiaste pianisten die elkaar gevonden heeft om samen te musiceren. Er schijnen zowel professionals als niet-professionals mee te doen doch op deze avond waren slechts de eerste. Je mag ze beslist geen amateurs noemen, daarvoor waarschuw ik alvast! De Tamboer was eenmalig laatst; bij Van Kerkwijk zijn ze meer geweest.
Nog even de Amsterdamseweg met een bocht naar links en ik zie de gevel van de pianozaak opdoemen. Op afstand zie ik al mensen naar binnen gaan, ik heb 55 minuten gelopen kan kan dus binnen nog een kwartiertje uitblazen. Ik ben niet bezweet maar mijn pullover voelt wel onnodig warm aan.
Wat een apparaten en masse, ik zag ook keyboards waarvan ik een folder wil vragen. Hugo is een soort ad hoc voorzitter die ik vraag vooraan te mogen zitten om de toetsen te kunnen zien. Dit deze lange jaren geleden de leerlingen van het conservatorium ook links vooraan zittend in de Kleine Zaal.
De zaal loopt vol, op afspraak alleen.
Mevrouw Van Kerkwijk houdt een inleiding en attendeert ons op de vrije gave voor een goed doel in Afrika t.b.v. een door droogte geteisterd gebied.
Dan houdt Hugo een inleiding.
De eerste solist treedt naar voren, Irene, een 65+ (geen foto). Ze wil van kruk wisselen maar de krijgt de handel niet omlaag. Je moet blijven zitten wil de zitting gaan dalen doch is Irene erg slank. Twee geven de helpende hand en eindelijk zit ze goed. Ik vond het erg voor Irene om zowel de eerste te zijn alsdan nog een stoel installeren ook. Dit stoort psychisch maar ook fysisch want zo een handel te doen bewegen doet bepaald pijn. Irene speelt het Adagio uit de sonate opus 7 (1797) van Van Beethoven. Ze is langzaam en misschien traag, hier en daar wat aarzelend, misschien dat zij het lezen der bladmuziek niet zo direct in spelen omzet. Ik geloof dat het een walsvorm is en indien juist is er door een danspaar bepaald niet over de gladde vloer mee te zweven. Toch is het mooiste adagio uit de geschiedenis toch dat uit de Pathétique, Sonate in c mineur, opus 13, waarover Hans Westgeest in zijn boek de stelling met bewijs heeft gegeven dat deze eerste vier noten na transpositie naar Es en notitie met dubbele notenwaarden het Nimrodthema voor ons laat opdienen.
Dan komt Ruth, van afkomst Indonesisch, met twee walsen van Chopin, opus 18 (1833) en opus 64 nr. 2 (1847). Zij speelt ze vlot zonder bladmuziek en de wals zal op haar lijf geschreven geworden zijn! Met haar ranke vingers zijn de zwarte toetsen feilloos te toucheren.
Roosmarijn, 65+ heeft de naam van een beroemde Franse abbé uit de 18e eeuw. Er komen twee werken van Moesorgsky, Een Traan (1880) en Meditatie (1880). Beide werken laten aan de naam zien rustige muziek te zijn, wat easy-listening, en worden door de solist iets stroef gespeeld, alsof ze voorzichtig wil zijn en geen risico mag nemen. Dan lijkt dit soms aarzeling. In het laatste is de linkerhand manifest maar is er door de componist maar weinig melodie.
Eindelijk onze Kim die mij heeft uitgenodigd. Zij had mij al hartelijk verwelkomd en moet iets gezegd hebben iets nerveus te zijn? Wie niet, zou ik geantwoord hebben. Af en toe zag ik haar ernstig denken en eenmaal de vingers oefenen.
Kim is de eerste die eindelijk eens wat zegt waarover ze gaat spelen. Dat vind ik geweldig, dit personaliseert de vertolker alsof op de Koningin Elisabethwedstrijd er zo uitvoerig informatie verstrekt wordt. Kim speelt eerst Scriabin Etude opus 8 nr. 12 (1894). Diens pianomuziek ken ik veel minder dan zijn symfonieën. Of het de 1e, 2e of 3e is moet ik in mijn aantekeningen opzoeken maar niet lang geleden heb ik een van deze drie in het nachtprogramma kort achter elkaar gehoord. Hierin is er iets dat mij steeds stoort, noem het een vierregelig liedje met een schone melodie dat abrupt afbreekt. Waarom nu, hij is goed op weg maar 'n Mozart als 'n Beethoven zouden doorgecomponeerd hebben. Toeval is het ook weer niet want twee- of driemaal gebeurt hetzelfde in het muziekwerk. Kim kan haar talent tonen met forse en luide tonen als ook weids gespreide armen met rechts zowat octaven. Vervolgens Rachmaninoff's Prelude opus 32 nr. 5 (1910) waarbij de speler tot verademing komt. Dit is in diens pianoconcerten nooit het geval, verzeker ik u!
Dan wordt de eerste helft afgesloten met een optreden van Hugo
die wordt gesecondeerd door Kim als bladomslaander.
Wat we te horen krijgen grenst aan het ongelovige. Het is Alban Berg's Sonate opus 1 (1908), en het cijfer een betekent zijn eerste werk als studie op het conservatorium bij Schönberg. Hugo geeft in de toelichting dat de sonate een plichtwerk is maar dat de volgende delen niet vervaardigd zijn aangezien Berg aangaf uitgeput te zijn.
Aangezien Hugo een professionele indruk maakt vroeg ik zijn vrouw naar hem. Ze antwoordde dat hij eerder vergevorderd is. Maar dat kan niet waar zijn, na zo een compositie met voortdurend tien vingers spelend. Dan was Berg ook geen amateur! Hij zal nog meer meer composities maken. Wat een krachtsinspanning zo'n blad vol zwarte noten in muziek om te zetten. Kim kon ook goed meelezen, zag ik aan haar gezicht. Ik zou Hugo eerder een onofficieel professional willen noemen.
Het muziekwerk is veelal atonaal maar toch romantisch naar verluidt. Echter is de sonatevorm moeilijk te herkennen op een moment na, als het blad wordt teruggedraaid. Hugo bevestigde dit mij.
Na de pauze ging het allemaal rustiger toe zonder al teveel ophef.
Elske speelde Grieg's Albumblätter opus 28 (1864/1878). Het Duitse woord moet worden verstaan als pagina's maar als je het wilt kun je ook aan boombladeren denken aangezien de natuur immers voorop staat. Het viel me op dat ze veel afdempt waardoor aan de prachtige klank van de vleugel afbreuk werd gedaan. Of de natuur moet alle rust verbeelden. Ze speelde op gewone toon, ik bedoel niet hard en niet zacht. Met haar duidelijk gekromde vingertjes wist ze alle toetsen te bereiken. Er is niet veel show in deze compositie. In het tweede deel is de toon voller geworden en voel ik me meer thuis. Het derde gelijkt een wals waar ze even haperde. In het laatste deel komen vele klanken in de lage registers maar helaas met wederom veel demping.
Coby heeft afgezegd. Ze had een stukje Liszt willen brengen.
Een welkome afwisseling: een quatre-mains!
De twee zusjes Labèque heb ik in het Concertgebouw gezien, eerst twee piano's maar als toegift kropen ze beiden met hun smalle corpora gezellig op één kruk. Twee heren Jax en Paul heb ik niet eerder gezien maar ik herinner van de radio me nog goed het duo André de Raaff en Jacques Schutte (zij het ieder op twee piano's maar altijd samen). Mijn moeder uitte kritiek dat ze altijd hetzelfde ten gehore brachten...
Mooi niet hier. Het was een zes jaar gelezen uitgebracht werk van de in de oorlog omgekomen Dick Kattenburg. Het stuk heet Flirtations (1939). Het lijkt een 4/4 maat, klinkt modern maar met opzettelijke dissonanten. Een herinnering heb ik nog aan Joodse Bron dat ik in het Muziekgebouw/IJ op de dag van de Dodenherdenking volgde.
Dan speelt Paul alleen een recent werk van de componist des Vaderlands Willem Jeths genaamd Chiaroscuro (1995), hetgeen clair-obscur betekent. Door vrij hard slaan en niet afdempen worden de boventonen opzettelijk hoorbaar gemaakt hetgeen de bedoeling zij. Een stuk vol contrasten en dissonanten.
Ten slotte:
Karlijn met Vijf Preludes (1992) van R. van Oosten. Er komen welluidende lage registers, wijde armen en prachtige harmonieën. Ik geloof foutloos gespeeld maar ik had het gevoel toch een keurige schoolmatige vertolking te horen. De componist kende ik niet, krachtige Karlijn nu wel.
Ik had een uitnodiging gekregen van de charmante Kim en wilde die nadat ik huize De Tamboer heb overgeslagen beslist niet afslaan. Maar dan moet je wel een eind lopen, geen bezwaar, aangezien ik dagelijks wandel doch dit is me wel een stukje verder dan Buitenveldert alleen! Ik heb diverse websites van OV geraadpleegd maar ik kon er niet uitkomen welke bus laat staan of er wel een bus langsreed. Nu weet ik het nog niet (bedoeld: geen bal).
Het is vrijdag de 27e mei. Na zessen ga ik van huis en loop door het Gijsbrecht van Aemstelpark, de Van der Boechorststraat tot aan het eind en rechtsaf de De Cuserstraat. Ik ben aangekomen op de Amstelveenseweg en dat wordt een eindeloos stuk.
![]() |
| Voorheen museum AEmstelle |
Bij het gebouw AEmstelle aangekomen maak ik een paar foto's als herinnering aan de tien jaar openingen die ik aldaar heb mogen bijwonen. Toen het museum Cobra geopend werd was AEmstelle niet meer nodig. Een fijne sfeer met mensen die je zowat van gezicht kent, diverse gemeenteambtenaren en vrijwilligers, die allen zie je niet meer, op een functionaris na met een witte kop die mij nog meermaals in de 51 gegroet heeft.
De Pianoclub is niet echt 'n rechtspersoon maar een groep enthousiaste pianisten die elkaar gevonden heeft om samen te musiceren. Er schijnen zowel professionals als niet-professionals mee te doen doch op deze avond waren slechts de eerste. Je mag ze beslist geen amateurs noemen, daarvoor waarschuw ik alvast! De Tamboer was eenmalig laatst; bij Van Kerkwijk zijn ze meer geweest.
Nog even de Amsterdamseweg met een bocht naar links en ik zie de gevel van de pianozaak opdoemen. Op afstand zie ik al mensen naar binnen gaan, ik heb 55 minuten gelopen kan kan dus binnen nog een kwartiertje uitblazen. Ik ben niet bezweet maar mijn pullover voelt wel onnodig warm aan.
Wat een apparaten en masse, ik zag ook keyboards waarvan ik een folder wil vragen. Hugo is een soort ad hoc voorzitter die ik vraag vooraan te mogen zitten om de toetsen te kunnen zien. Dit deze lange jaren geleden de leerlingen van het conservatorium ook links vooraan zittend in de Kleine Zaal.
De zaal loopt vol, op afspraak alleen.
![]() |
| Karin van Kerkwijk |
Mevrouw Van Kerkwijk houdt een inleiding en attendeert ons op de vrije gave voor een goed doel in Afrika t.b.v. een door droogte geteisterd gebied.
Dan houdt Hugo een inleiding.
De eerste solist treedt naar voren, Irene, een 65+ (geen foto). Ze wil van kruk wisselen maar de krijgt de handel niet omlaag. Je moet blijven zitten wil de zitting gaan dalen doch is Irene erg slank. Twee geven de helpende hand en eindelijk zit ze goed. Ik vond het erg voor Irene om zowel de eerste te zijn alsdan nog een stoel installeren ook. Dit stoort psychisch maar ook fysisch want zo een handel te doen bewegen doet bepaald pijn. Irene speelt het Adagio uit de sonate opus 7 (1797) van Van Beethoven. Ze is langzaam en misschien traag, hier en daar wat aarzelend, misschien dat zij het lezen der bladmuziek niet zo direct in spelen omzet. Ik geloof dat het een walsvorm is en indien juist is er door een danspaar bepaald niet over de gladde vloer mee te zweven. Toch is het mooiste adagio uit de geschiedenis toch dat uit de Pathétique, Sonate in c mineur, opus 13, waarover Hans Westgeest in zijn boek de stelling met bewijs heeft gegeven dat deze eerste vier noten na transpositie naar Es en notitie met dubbele notenwaarden het Nimrodthema voor ons laat opdienen.
![]() |
| Ruth |
Dan komt Ruth, van afkomst Indonesisch, met twee walsen van Chopin, opus 18 (1833) en opus 64 nr. 2 (1847). Zij speelt ze vlot zonder bladmuziek en de wals zal op haar lijf geschreven geworden zijn! Met haar ranke vingers zijn de zwarte toetsen feilloos te toucheren.
![]() |
| Roosmarijn |
Roosmarijn, 65+ heeft de naam van een beroemde Franse abbé uit de 18e eeuw. Er komen twee werken van Moesorgsky, Een Traan (1880) en Meditatie (1880). Beide werken laten aan de naam zien rustige muziek te zijn, wat easy-listening, en worden door de solist iets stroef gespeeld, alsof ze voorzichtig wil zijn en geen risico mag nemen. Dan lijkt dit soms aarzeling. In het laatste is de linkerhand manifest maar is er door de componist maar weinig melodie.
Eindelijk onze Kim die mij heeft uitgenodigd. Zij had mij al hartelijk verwelkomd en moet iets gezegd hebben iets nerveus te zijn? Wie niet, zou ik geantwoord hebben. Af en toe zag ik haar ernstig denken en eenmaal de vingers oefenen.
![]() |
| Kim |
Kim is de eerste die eindelijk eens wat zegt waarover ze gaat spelen. Dat vind ik geweldig, dit personaliseert de vertolker alsof op de Koningin Elisabethwedstrijd er zo uitvoerig informatie verstrekt wordt. Kim speelt eerst Scriabin Etude opus 8 nr. 12 (1894). Diens pianomuziek ken ik veel minder dan zijn symfonieën. Of het de 1e, 2e of 3e is moet ik in mijn aantekeningen opzoeken maar niet lang geleden heb ik een van deze drie in het nachtprogramma kort achter elkaar gehoord. Hierin is er iets dat mij steeds stoort, noem het een vierregelig liedje met een schone melodie dat abrupt afbreekt. Waarom nu, hij is goed op weg maar 'n Mozart als 'n Beethoven zouden doorgecomponeerd hebben. Toeval is het ook weer niet want twee- of driemaal gebeurt hetzelfde in het muziekwerk. Kim kan haar talent tonen met forse en luide tonen als ook weids gespreide armen met rechts zowat octaven. Vervolgens Rachmaninoff's Prelude opus 32 nr. 5 (1910) waarbij de speler tot verademing komt. Dit is in diens pianoconcerten nooit het geval, verzeker ik u!
Dan wordt de eerste helft afgesloten met een optreden van Hugo
![]() |
| Hugo |
die wordt gesecondeerd door Kim als bladomslaander.
Wat we te horen krijgen grenst aan het ongelovige. Het is Alban Berg's Sonate opus 1 (1908), en het cijfer een betekent zijn eerste werk als studie op het conservatorium bij Schönberg. Hugo geeft in de toelichting dat de sonate een plichtwerk is maar dat de volgende delen niet vervaardigd zijn aangezien Berg aangaf uitgeput te zijn.
Aangezien Hugo een professionele indruk maakt vroeg ik zijn vrouw naar hem. Ze antwoordde dat hij eerder vergevorderd is. Maar dat kan niet waar zijn, na zo een compositie met voortdurend tien vingers spelend. Dan was Berg ook geen amateur! Hij zal nog meer meer composities maken. Wat een krachtsinspanning zo'n blad vol zwarte noten in muziek om te zetten. Kim kon ook goed meelezen, zag ik aan haar gezicht. Ik zou Hugo eerder een onofficieel professional willen noemen.
Het muziekwerk is veelal atonaal maar toch romantisch naar verluidt. Echter is de sonatevorm moeilijk te herkennen op een moment na, als het blad wordt teruggedraaid. Hugo bevestigde dit mij.
Na de pauze ging het allemaal rustiger toe zonder al teveel ophef.
![]() |
| Elske |
Elske speelde Grieg's Albumblätter opus 28 (1864/1878). Het Duitse woord moet worden verstaan als pagina's maar als je het wilt kun je ook aan boombladeren denken aangezien de natuur immers voorop staat. Het viel me op dat ze veel afdempt waardoor aan de prachtige klank van de vleugel afbreuk werd gedaan. Of de natuur moet alle rust verbeelden. Ze speelde op gewone toon, ik bedoel niet hard en niet zacht. Met haar duidelijk gekromde vingertjes wist ze alle toetsen te bereiken. Er is niet veel show in deze compositie. In het tweede deel is de toon voller geworden en voel ik me meer thuis. Het derde gelijkt een wals waar ze even haperde. In het laatste deel komen vele klanken in de lage registers maar helaas met wederom veel demping.
Coby heeft afgezegd. Ze had een stukje Liszt willen brengen.
Een welkome afwisseling: een quatre-mains!
![]() |
| Jax en Paul |
De twee zusjes Labèque heb ik in het Concertgebouw gezien, eerst twee piano's maar als toegift kropen ze beiden met hun smalle corpora gezellig op één kruk. Twee heren Jax en Paul heb ik niet eerder gezien maar ik herinner van de radio me nog goed het duo André de Raaff en Jacques Schutte (zij het ieder op twee piano's maar altijd samen). Mijn moeder uitte kritiek dat ze altijd hetzelfde ten gehore brachten...
Mooi niet hier. Het was een zes jaar gelezen uitgebracht werk van de in de oorlog omgekomen Dick Kattenburg. Het stuk heet Flirtations (1939). Het lijkt een 4/4 maat, klinkt modern maar met opzettelijke dissonanten. Een herinnering heb ik nog aan Joodse Bron dat ik in het Muziekgebouw/IJ op de dag van de Dodenherdenking volgde.
Dan speelt Paul alleen een recent werk van de componist des Vaderlands Willem Jeths genaamd Chiaroscuro (1995), hetgeen clair-obscur betekent. Door vrij hard slaan en niet afdempen worden de boventonen opzettelijk hoorbaar gemaakt hetgeen de bedoeling zij. Een stuk vol contrasten en dissonanten.
Ten slotte:
![]() |
| Karlijn |
Karlijn met Vijf Preludes (1992) van R. van Oosten. Er komen welluidende lage registers, wijde armen en prachtige harmonieën. Ik geloof foutloos gespeeld maar ik had het gevoel toch een keurige schoolmatige vertolking te horen. De componist kende ik niet, krachtige Karlijn nu wel.
21 mei 2016
Tamboer Concertzaal aan de Overtoom zoals zij vroeger was
Het Huis Tamboer bevindt zich aan de Overtoom 247A, zowat op de hoek van de Gerard Brandtstraat. Net aan dit einde zit Het Orgelpark, doch dit terzijde.
Het Huis bevat een parterre met achterzaal die als concertzaal is omgebouwd geworden. De keuken wordt gebruikt als koffiekamer, de gang als praatkamer. De zaal heeft een glasvolle serre die gebruikt wordt voor opslag van extra stoeltjes. Deze zaal aan 'n binnenplaatsje is goed afgesloten voor verkeerslawaai, het Vondelpark verderop is stil en voornoemde de straat bevat niet meer dan parkeerplaatsen.
In de Tamboer kwam ik tien jaren, van 1986 tot en met 1996.
Wijlen Dr. Herman Hoelen, de voorzitter van het Wagnergenootschap Amsterdam (oude naam), heeft tijdens een zijner toespraken gezegd deze locatie een goudmijntje te vinden. Vergeleken met het eerdere Centraal Brouwerij Kantoor is dit absoluut niet waar, want dit is een chique locatie, doch na Hoelens pensionering konden wij daar niet meer verkeren. Kennelijk was de Tamboer hem een na de beste, ha.
Maar is dit ook zo?
Het huis is ingesloten door de omgevende gebouwen.
De gang is lelijk, voor ontvangst een slecht visitekaartje. Een loper, waar zie je zie nog?
De keuken is hopeloos ouderwets, gestort granieten aanrecht.
De koffie is vies, de zak kookt al een half uur voor aanvang (20:00) en kookt door tot in de pauze (~21:15). Er waren wel koekjes of zo.
De toilet is als van 'n huis van een woningbouwvereniging. Had met nu echt geen rooie rug er voor een professioneel gastentoilet te laten maken? Om de lelijke muur te camoufleren hing er jarenlang de pianotechniekplaat van Broekman en Van Poppel vol met 12e wortels. Wachten in rij, de dames mochten naar boven. Eens glipte een oudere voor mij, moest ik nog langer wachten. Grrr. Spoedig daarop overleed die ouwe.
De stoeltjes zijn niet comfortabel, smalle zitting en voelen hard.
Vooraf de vergadering of concert hoorde je klassieke muziek vanuit de huiskamer boven.
De dames in ons gezelschap deden de afwas.
Wel fraai is de vleugel, de akoestiek zo dicht op.
Het echtpaar Tamboer was altijd net en beleefd. De man P. Tamboer is pianoleraar met cultureel onderwijs, met de vrouw heb ik persoonlijk contact gehad, zij was erg aardig.
Zie ook:
Het Huis bevat een parterre met achterzaal die als concertzaal is omgebouwd geworden. De keuken wordt gebruikt als koffiekamer, de gang als praatkamer. De zaal heeft een glasvolle serre die gebruikt wordt voor opslag van extra stoeltjes. Deze zaal aan 'n binnenplaatsje is goed afgesloten voor verkeerslawaai, het Vondelpark verderop is stil en voornoemde de straat bevat niet meer dan parkeerplaatsen.
In de Tamboer kwam ik tien jaren, van 1986 tot en met 1996.
Wijlen Dr. Herman Hoelen, de voorzitter van het Wagnergenootschap Amsterdam (oude naam), heeft tijdens een zijner toespraken gezegd deze locatie een goudmijntje te vinden. Vergeleken met het eerdere Centraal Brouwerij Kantoor is dit absoluut niet waar, want dit is een chique locatie, doch na Hoelens pensionering konden wij daar niet meer verkeren. Kennelijk was de Tamboer hem een na de beste, ha.
Maar is dit ook zo?
Het huis is ingesloten door de omgevende gebouwen.
De gang is lelijk, voor ontvangst een slecht visitekaartje. Een loper, waar zie je zie nog?
De keuken is hopeloos ouderwets, gestort granieten aanrecht.
De koffie is vies, de zak kookt al een half uur voor aanvang (20:00) en kookt door tot in de pauze (~21:15). Er waren wel koekjes of zo.
De toilet is als van 'n huis van een woningbouwvereniging. Had met nu echt geen rooie rug er voor een professioneel gastentoilet te laten maken? Om de lelijke muur te camoufleren hing er jarenlang de pianotechniekplaat van Broekman en Van Poppel vol met 12e wortels. Wachten in rij, de dames mochten naar boven. Eens glipte een oudere voor mij, moest ik nog langer wachten. Grrr. Spoedig daarop overleed die ouwe.
De stoeltjes zijn niet comfortabel, smalle zitting en voelen hard.
Vooraf de vergadering of concert hoorde je klassieke muziek vanuit de huiskamer boven.
De dames in ons gezelschap deden de afwas.
Wel fraai is de vleugel, de akoestiek zo dicht op.
Het echtpaar Tamboer was altijd net en beleefd. De man P. Tamboer is pianoleraar met cultureel onderwijs, met de vrouw heb ik persoonlijk contact gehad, zij was erg aardig.
Zie ook:
Een waardig Afscheid van de heer G. Van Orden in het Wagnergenootschap op 9 oktober 1979
Ellie Bysterus Heemskerk spreekt voor het Wagnergenootschap te Amsterdam
14 mei 2016
Monsieur de Pourceaugnac en Frank Martin in De Stadsschouwburg te Amsterdam
Het Holland Festival was begonnen. Met mijn studenten ASVA-kaart kreeg ik billijk toegang tot 'n opera. In muziek ben ik altijd geïnteresseerd geweest en heb ik dan ook mijn blik geworpen op het muziekleven te Amsterdam om er bij te zijn. Want niets gaat boven de realiteit dan de vooroorlogse ERRES-buizenradio waaraan ik verknocht was (en die ik als museumobject nog bezit).
In de Stadsschouwburg meldde ik mij een half uur voor het begin en kreeg een plaats op de parterre, ongeveer 3 of 4 rijen midden-vooraan. Ik zat als eenvoudig student tussen de heren in avondkleding (hetgeen nu een zeldzaamheid is) en de dames in luxe toiletten. De critica schrijft dat ook de echtparen Luns, Zijlstra en Scholte aanwezig waren. Eerst nu huiver ik dat ik daar bij was!
Het is de avond van 17 juni 1963. Toen ik de zaal betrad, die hemelse ruimte met warm rood en pluche, kreeg ik een geel kaartje aangereikt dat de vermelde dirigent Paul Sacher verstek moest laten gaan en niemand minder dan Frank Martin zelve komt! Dat was een verrassing maar ik kon nog niet goed de importantie daarvan inschatten.
De gehele voorstelling heb ik Frank Martin voor mij gezien. Niet meer dan een hoofd met keurig kapsel, schouders alsmede de armen. Vlak achter hem zat een deftig echtpaar dat soms een paar woorden wisselde. Ik herinner me goed dat de dirigent iets geïrriteerd zich achterom draaide.
Het is een komisch toneelstuk van Molière waarin de toenmalige artsen danig op de hak genomen worden. De clismaspuit speelt een voorname rol. Wat is hierop tegen? De vermoede werkzame stoffen worden snelst in het bloed opgenomen en ontzien derhalve de maag. Er vinden scènes plaats die de lachlust van het publiek opwekken.
De (voormalige) Nederlandse Opera geeft deze avond. De voorname heer was André Vessières en de gedupeerde vrouw Erna Spoorenberg. Ook Cora Canne Meyer zong mee, die ik tien jaar later zou zien in de proloog van Ariadne.
Hoevele jaren later, misschien 80er, werd de gehele opera uitgezonden in het zondagavond-programma van de toenmalige Concertradio. De presentator zeide geen informatie ter beschikking te hebben, wat vreemd is voor zo een deskundige, en ik kon hem ook niet helpen. Ik heb weliswaar de gehele opera beluisterd. Misschien is het dezelfde opera-expert die nu werkzaam is bij de huidige Concertzender.
De nu bestaande De Nationale Opera bestaat meer dan vijftig jaar. In het Muziektheater was een grote rij foto's en afbeeldingen van de producties te zien, vanaf 1964. Iets jammer dat deze er net buiten viel...
In de Stadsschouwburg meldde ik mij een half uur voor het begin en kreeg een plaats op de parterre, ongeveer 3 of 4 rijen midden-vooraan. Ik zat als eenvoudig student tussen de heren in avondkleding (hetgeen nu een zeldzaamheid is) en de dames in luxe toiletten. De critica schrijft dat ook de echtparen Luns, Zijlstra en Scholte aanwezig waren. Eerst nu huiver ik dat ik daar bij was!
Het is de avond van 17 juni 1963. Toen ik de zaal betrad, die hemelse ruimte met warm rood en pluche, kreeg ik een geel kaartje aangereikt dat de vermelde dirigent Paul Sacher verstek moest laten gaan en niemand minder dan Frank Martin zelve komt! Dat was een verrassing maar ik kon nog niet goed de importantie daarvan inschatten.
De gehele voorstelling heb ik Frank Martin voor mij gezien. Niet meer dan een hoofd met keurig kapsel, schouders alsmede de armen. Vlak achter hem zat een deftig echtpaar dat soms een paar woorden wisselde. Ik herinner me goed dat de dirigent iets geïrriteerd zich achterom draaide.
Het is een komisch toneelstuk van Molière waarin de toenmalige artsen danig op de hak genomen worden. De clismaspuit speelt een voorname rol. Wat is hierop tegen? De vermoede werkzame stoffen worden snelst in het bloed opgenomen en ontzien derhalve de maag. Er vinden scènes plaats die de lachlust van het publiek opwekken.
![]() |
| Monsieur de Pourceaugnac |
De (voormalige) Nederlandse Opera geeft deze avond. De voorname heer was André Vessières en de gedupeerde vrouw Erna Spoorenberg. Ook Cora Canne Meyer zong mee, die ik tien jaar later zou zien in de proloog van Ariadne.
Hoevele jaren later, misschien 80er, werd de gehele opera uitgezonden in het zondagavond-programma van de toenmalige Concertradio. De presentator zeide geen informatie ter beschikking te hebben, wat vreemd is voor zo een deskundige, en ik kon hem ook niet helpen. Ik heb weliswaar de gehele opera beluisterd. Misschien is het dezelfde opera-expert die nu werkzaam is bij de huidige Concertzender.
De nu bestaande De Nationale Opera bestaat meer dan vijftig jaar. In het Muziektheater was een grote rij foto's en afbeeldingen van de producties te zien, vanaf 1964. Iets jammer dat deze er net buiten viel...
07 mei 2016
Heitmann in Het Concertgebouw Amsterdam
Toch heb ik het met 'n muziek-maak-programma maar gebracht tot opus 3. Ik wilde bij Irene Hagemans een goede beurt maken maar het liep mooi mis: zij als waardige alumna van het Conservatorium Fontis te Tilburg wist me te vertellen dat mijn doodernstige conceptie maar een fletse afspiegeling zij van Mozart. Dan liet ik het er maar bij zitten en mijn droom carrière te maken te beëindigen.
Doch hoe vele componisten zal je de kost moeten geven die tegenslagen niet bloedserieus in hun leven hebben meegemaakt?
05 mei 2016
Joodse bron op 4 mei 2016 in Muziekgebouw aan 't IJ
Voornoemd Muziekgebouw ontwaar ik lopend over de grote brug langs de oever van het IJ. Ik had al meermaals vanuit de trein gelet op dit gebouw maar zag het steeds op afstand. Aan deze onzekerheid komt nu een eind.
Eerst nog is de lange weg over de stijgende brug te nemen, dan een recht stuk, om linksaf te slaan een stijgende toegangsweg op naar de ingang. Eigenlijk zweven we minutenlang in de lucht richting hemelse sferen. Wie heeft zoiets bedacht? Maar eenmaal binnen moet je een grote diepte afdalen naar parterreniveau, voor mij niet zonder pijnlijke benen. Er is een lift die ik na afloop zal nemen. Het was stil, niemand zag mijn krachtsinspanning. Ik kijk rustig rond en verbaas me over een gigantisch onbeschilderd betonblok dat kennelijk het IJ inzakt, omgeven door een stalen frame met glasplaten. Modern met weinig hout.
Er is ruim een half uurtje tijd wat rond te kijken.
Mijn voorafje
Vooraf was ik uitgestapt op de Nieuwmarkt en wilde een corona opsteken. Doch vergat ik in mijn costuum de aansteker mee te brengen. Van een reservedoosje lucifers, geconserveerd in een plastic pakje waar wiet in gezeten heeft, was het schuurvlak glad geworden of de kop van de lucifers te hard. Ik moest haar weggooien. Kuierend op de Zeedijk zag ik bij de ingang van een café een ras Amsterdammer wien ik een vuurtje vroeg. Ik dankte hem en wenste 'n goede avond. Vervolgens keek ik met heimwee naar die gelegenheden welke ik tientallen jaren op mijn kroegentocht heb bezocht maar waaraan ik toch na vijftig jaar uitgaan min of meer een punt achter heb gezet. Immers het is niet meer dan staan en hijsen, verder ken je niemand als je incidenteel inwandelt. Eten en drank heb ik thuis genoeg. Vlak bij het stationsplein was het erg druk. Ik keek naar links en zag al drommen mensen op het rak bij de Dam. De weg was afgesloten en twee gele bewakers hielden het verkeer tegen. Doch kon nog net een arrestantenwagen doorrijden, ook daar houden ze rekening mee.
Helaas kon ik de stationshal met een sigaar niet inlopen want ik heb geen vuur om die wederom op te steken. Ik besloot rechtsaf de spoorrails onderdoor te lopen hetgeen volgens een verkeersbord niet was toegestaan. Een Engelse tourist, bepakt en bezakt, liep voor mij. Deze grote verkeerswegen oversteken is niet zonder risico. Maar dan toch is de oever bereikt en zag ik voor het eerst de nieuwe overkapping van het busstation aan het IJ.
Adembenemend die ondergaande zon boven de spiegelgladde wateroppervlakte. Drie lange cruiseschepen, eendeks. Condensstrepen van vliegtuigen die elkaar grappigerwijs kruisen.
Alhoewel de deuren van de concertzaal nog allang gesloten zijn zal hier wel veel hout te zien zijn echter zonder artisticiteit. Zij gelijkt eerder op een Vorstenlandense droogschuur voor bundels al gefermenteerde tabaksbladeren.
Dat Joods met een hoofdletter geschreven wordt is gebruikelijk alhoewel met minuskel ook wordt gebruikt. Maar bij bron ontgaat het mij, bij de titel betaamt slechts het eerste woord in majuskel. In Amerikaanse titels zijn weer wel alle woorden voorzien van hoofdletter, lelijk maar waar.
Hier is de avond duidelijk ethnisch: de Joodse componisten Prokofjev (1891-1953), Sjostakovitsj (1906-1975) en de hedendaagse uit Georgië afkomstige Josef Malkin. De sopraan zangeres is Channa Malkin (1990) en er zijn nog meer familiaire muzikanten.
Het concert wordt rechtstreeks uitgezonden op NPO Radio 4 klassiek.
Het is hier terug te beluisteren.
Het muzikale gezelschap is een ensemble uit het NPhO, ook leden van het KCO verrichten zulks.
De Dodenherdenking
Zoals aangekondigd was de Dodenherdenking op een beeldscherm te volgen. We waren om kwart voor acht met zowat dertig personen. In de inleidende interviews werd een opsomming gegeven van oorlogsdoden WOII: 250.000 Nederlanders in totaal, waarvan 102.000 Joden, 20.000 uit de hongerwinter (nu eens 'n keer niet achtergehouden), 16.000 militairen waarvan in de Oost al 5000 op de Erevelden, alsmede 24.000 Indische Nederlanders al of niet in Japanse gevangenschap. Uiteraard is Rotterdam genoemd geworden maar opmerkelijk dat 'n (controversiële) politionele actie wordt genoemd als ook de burgerlijke doden uit het Haagse Bezuidenhout en Amsterdam-Noord (17-6-1943).
Het beeldscherm werd in zuidelijke richting gezet aangezien de ondergaande zon danig stoort. Toch blijft in het brillenglas een reflectie. Gordijnen zijn er niet en vensterglas met elektronische verduistering is er evenmin want daarvoor is deze gelegenheid te zeldzaam. Opvallend dat tijdens een kranslegging de muziek door de kapel van Luchtmacht heftiger wordt. Een glimlach komt als basis-scholieren uit Amsterdam en Groningen een bloem leggen (met de bloem naar voren).
De uitvoerenden
De leider en violist Vadim Tsibulevsky. Hij is afkomstig uit Azerbeidjan maar studeerde in Moskou. Emigreerde naar Israël en studeerde daar verder. Maar in Europa heeft hij op vele plekken gewerkt tot nu in het NPhO als 1e concertmeester.
Sergei Edelmann, piano. Afkomstig uit Oekraïne, emigreerde naar de VS. Heeft ook onder Maxim Sjostakovitsj gewerkt, de zoon van.
Robert Lis, viool. Geboren in Polen, Zat in vele orkesten en nu als 2e concertmeester bij het NPhO.
Avi Malkin, familie van, en geboren te Azerbeidzjan, altviool. Emigreerde in 1985 naar Israël en is nu werkzaam in het NPhO.
David Bordeleau, afkomstig uit Canada, cellist in het NPhO. Zijn instrument is een klassieker uit 1815 en de strijkstok eveneens. Plv aanvoerder in het NPhO.
Luis Cabrera Martin, contrabas, uit Spanje. Eerste bassist in het NPhO. Is docent aan de Guildhall School te Londen alwaar Nico de Villiers (zie mijn Mulder-Herinneringen 19-11-2013) zal afstuderen.
Leon Bosch, klarinet. Last but not least een Nederlander! Is 1e klarinettist bij het NPhO.
De sopraan Channa Malkin, dochter van. Opera- en concertervaring.
De werken.
Hier kom je toch voor! De formidabele componisten als Sergei Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj!
Prokofjev's Ouverture op Hebreeuwse thema's uit 1919 door zijn medestudenten van het conservatorium te Sint Petersburg hem in handen gegeven. Jiddische sfeer met harmonieën en volksmelodietjes. Ik herkende wat passages maar niet zovele als in het volgende werk. Met ingehouden adem heb ik geluisterd. Opvallend, hoe paradoxaal, is de absolute stilte in de zaal, zelfs ademhaling van je buren hoor je niet.
Sjostakovits's Strijkkwartet nr. 8 uit 1960. Bewust gebruik van Joodse volksmuziek die de meester zeer aansprak door haar innerlijke tegenstrijdigheid. Als basis is een doorwerking van de noten d-es-c-b die van zijn (Duitse) naamsinitialen afkomstig zijn. Als je dit weet hoor je ze herhaaldelijk en overduidelijk. Goed kan ik mij herinneren de krachtige driewerf kwarten, die steeds terugkomen. Ze doen je denken aan een waarschuwing of een signaal en je kan ervan schrikken. Dan onmiddellijk komen de warme melodieën weer naar boven om je te strelen en je gerust te stellen. Ook hier was de zaal volkomen stil. Er gebeurt iets, je wacht af en kijkt.
De avond sluit af met het Pianokwintet uit 1940. Hier kan de pianist waarlijk met beide vuisten op de toetsen slaan en je goed wakker houden. Ik wou dat ik dit mocht! Merkwaardig dat de pianopartij soms rust maar dan weer opkomt. Het eindigt zacht, wat je naar al het heftige voorgaande niet verwacht!
De piece de résistance was het vertolken van het werk van Josef Malkin op basis van 35 gedichten door 'n zekere Ida Vos. Ik heb wel van die naam gehoord doch nimmer iets van haar gelezen. De poëzie bestaat uit kleine zinnen van twee tot vier woorden, zonder hoofdletters en met bijna geen leestekens. De zangeres zong alle vijftien uit haar hoofd. Alhoewel de inhoud der gedichten droef, is de melodie bepaald aangenaam om te horen. Geen moment dat ik uit mijn concentratie geraakte. Even dacht ik aan filmmuziek, de stem heeft de leidende toon, het ensemble volgt haar, denk ik zo.
Je kijkt wel heel even op als je woorden hoort als jullie zijn dood / ik leef , het allesvernietigende leven, op weg naar de vernietiging en giftig gas. Als deze woorden nu in een buitenlandse taal zouden gezongen zijn, zoals met alle vocale orkestmuziek in de concertzalen, zouden ze niet zo opvallen als nu.
De zangeres heeft een uiterst charmante gestalte, dat mag je ook zien maar de muziek staat toch voorop, het is immers muziek op basis van tekst. En als je daar aandachtig en intens naar luistert geniet je van haar zuivere en heldere toon met als extra de klaarheid der gezongen woorden. Zo komen muziek en tekst beide met evenveel intensiteit op je over.
De laatste zin luidt in het heelal is opgegaan. Dit deed me eventjes denken aan de zinsneden uit The Tempest alwaar na hun heilzame werk de bosgeesten in de dampige boslucht verdwijnen, welke nog werden gepresenteerd op de 400-Shakespeare herdenking.
Joodse muziek
Sprak Sjostakovitsj al over Joodse muziek, na de titel Joodse bron lees ik ook Joodse componisten, Joods karakter, Joodse elementen en Joodse cultuur. Is dit nu waar?
Ik citeer niemand minder dan de vermaarde musicoloog en componist Marius Flothuis over wie ik een essay schreef onder de titel Marius Flothuis bij de Vrijdenkers van 6-10-2014. Hij sprak in februari 1974 tweemaal de flotcurtusiaanse sententie uit dat religieuze muziek niet bestaat! Hiermede behaagde hij de aanwezige vrijdenkers ten zeerste maar er is meer. De kern van zijn betoog is dat het Joodse menselijkerwijs is toegevoegd aan de noten van de muziek maar dat het eigenlijke Joods in muziek illusoir is! Immers, kan muziek dan ook een kleur hebben, een temperatuur of een massa, natuurkundeige begrippen, als ook de psychologische van emotie, hartstocht, depressie of uitbundigheid?
Dan krijgen we ook nog de schurk Erik Satie die laconiekerwijs een zijner werkstukken de vorm van een peer bedacht...
Ik moet Flothuis geloven dat muziek als creatie op zich (zelf) staat en dat elk adjectief (=toegevoegd) niet klopt. Nu is bij Gustav Mahler en Anton Bruckner een afwisseling van felle (harde tonen) en lieflijke (zachte tonen) optimaal aanwezig. Maar net zo goed kan een liefdesroes door harde tonen en een woedeuitval door zachte tonen worden vertolkt in muzieknoten. Wij zijn volledig afhankelijk van de scheppingsdaad des componists zonder dat we er iets aan kunnen veranderen. Je behoeft niet eens te denken wat de muziek voorstelt, zij is een abstractie, het wordt soms wel eens geduid om wellicht naieve mensen wat idee te geven van muziek (denk aan Peter en de Wolf) maar dan moeten ze er maar vlug weer van afkomen. Ik studeerde ook in Schopenhauer die ook uitspraak heeft gedaan dat muziek boven de letterkunde staat, het is onwoordelijk. Daarom is het toekennen van literaire eigenschappen bezijden de waarheid. Geen religieuze muziek dus maar muziek die tijdens een religieuze bijeenkomst wordt ten gehore gebracht of uitgevoerd. Het kan ook met de Matthäus waarvan Leo van Doeselaar heeft gezegd dat dit een geestelijke opera is, dus geenszins religieus. Zie mijn essay De Matthäus-Passion o.l.v. Ivor Bolton van 20-3-2016. Dus de "passiemuziek" zelve is geen religie! En Joodse muziek bestaat niet.
Film
Tijdens alle muziek werd een film geprojecteerd vervaardigd door Bob Aardewerk. Het betreffen beelden van Nederland vanaf 1930 tot nu. Ik heb gedeelten of geheel al in de loop der jaren gezien op VPRO-Geschiedenis, die van dezelfde bron Beeld en Geluid gebruik maakt. Maar hier is iets opmerkelijks: de beelden zijn veelal in diagonale stroken gemonteerd met een resterende driehoek rechtsboven, en overlopen in een beeld en weer terug. En rijke afwisseling die nooit verveelt. Dit is nog eens moderne filmtechniek! Ik keek mijn ogen uit en luisterde tevens intens naar de muziek. Deze filmbeelden: van vreedzaam Nederland (de crisistijd komt niet voor) met ontspanning bij het water, straatbeelden met passanten, een Joods huwelijk met heren in deftige kledij, dansen, overgaand in oorlogsdreiging en -voering, bombardement op Rotterdam, een inval op Joodse adressen en wegvoeren van bewoners, tot en met Bevrijding en wederopbouw. Dan zien we de volle stedenbouw en infrastrctuur, trots op Nederland. Ik heb alle bewondering voor deze kunst, zo ik het noemen wil.
Applaus
Verzocht werd na elk muziekstuk het applaus te bewaren tot het laatst. Dat kwam van ongeveer driekwart van de 500 zitplaatsen. Dit applaus was enthousiast ook en verdiend. De uivoerenden moesten terugkomen en kregen fraaie bloemstukken aangereikt. Ik heb genoten!
Eerst nog is de lange weg over de stijgende brug te nemen, dan een recht stuk, om linksaf te slaan een stijgende toegangsweg op naar de ingang. Eigenlijk zweven we minutenlang in de lucht richting hemelse sferen. Wie heeft zoiets bedacht? Maar eenmaal binnen moet je een grote diepte afdalen naar parterreniveau, voor mij niet zonder pijnlijke benen. Er is een lift die ik na afloop zal nemen. Het was stil, niemand zag mijn krachtsinspanning. Ik kijk rustig rond en verbaas me over een gigantisch onbeschilderd betonblok dat kennelijk het IJ inzakt, omgeven door een stalen frame met glasplaten. Modern met weinig hout.
Er is ruim een half uurtje tijd wat rond te kijken.
Mijn voorafje
Vooraf was ik uitgestapt op de Nieuwmarkt en wilde een corona opsteken. Doch vergat ik in mijn costuum de aansteker mee te brengen. Van een reservedoosje lucifers, geconserveerd in een plastic pakje waar wiet in gezeten heeft, was het schuurvlak glad geworden of de kop van de lucifers te hard. Ik moest haar weggooien. Kuierend op de Zeedijk zag ik bij de ingang van een café een ras Amsterdammer wien ik een vuurtje vroeg. Ik dankte hem en wenste 'n goede avond. Vervolgens keek ik met heimwee naar die gelegenheden welke ik tientallen jaren op mijn kroegentocht heb bezocht maar waaraan ik toch na vijftig jaar uitgaan min of meer een punt achter heb gezet. Immers het is niet meer dan staan en hijsen, verder ken je niemand als je incidenteel inwandelt. Eten en drank heb ik thuis genoeg. Vlak bij het stationsplein was het erg druk. Ik keek naar links en zag al drommen mensen op het rak bij de Dam. De weg was afgesloten en twee gele bewakers hielden het verkeer tegen. Doch kon nog net een arrestantenwagen doorrijden, ook daar houden ze rekening mee.
Helaas kon ik de stationshal met een sigaar niet inlopen want ik heb geen vuur om die wederom op te steken. Ik besloot rechtsaf de spoorrails onderdoor te lopen hetgeen volgens een verkeersbord niet was toegestaan. Een Engelse tourist, bepakt en bezakt, liep voor mij. Deze grote verkeerswegen oversteken is niet zonder risico. Maar dan toch is de oever bereikt en zag ik voor het eerst de nieuwe overkapping van het busstation aan het IJ.
Adembenemend die ondergaande zon boven de spiegelgladde wateroppervlakte. Drie lange cruiseschepen, eendeks. Condensstrepen van vliegtuigen die elkaar grappigerwijs kruisen.
Alhoewel de deuren van de concertzaal nog allang gesloten zijn zal hier wel veel hout te zien zijn echter zonder artisticiteit. Zij gelijkt eerder op een Vorstenlandense droogschuur voor bundels al gefermenteerde tabaksbladeren.
![]() |
| Violist en componist Josef Malkin (1950) |
Hier is de avond duidelijk ethnisch: de Joodse componisten Prokofjev (1891-1953), Sjostakovitsj (1906-1975) en de hedendaagse uit Georgië afkomstige Josef Malkin. De sopraan zangeres is Channa Malkin (1990) en er zijn nog meer familiaire muzikanten.
Het concert wordt rechtstreeks uitgezonden op NPO Radio 4 klassiek.
Het is hier terug te beluisteren.
Het muzikale gezelschap is een ensemble uit het NPhO, ook leden van het KCO verrichten zulks.
De Dodenherdenking
Zoals aangekondigd was de Dodenherdenking op een beeldscherm te volgen. We waren om kwart voor acht met zowat dertig personen. In de inleidende interviews werd een opsomming gegeven van oorlogsdoden WOII: 250.000 Nederlanders in totaal, waarvan 102.000 Joden, 20.000 uit de hongerwinter (nu eens 'n keer niet achtergehouden), 16.000 militairen waarvan in de Oost al 5000 op de Erevelden, alsmede 24.000 Indische Nederlanders al of niet in Japanse gevangenschap. Uiteraard is Rotterdam genoemd geworden maar opmerkelijk dat 'n (controversiële) politionele actie wordt genoemd als ook de burgerlijke doden uit het Haagse Bezuidenhout en Amsterdam-Noord (17-6-1943).
Het beeldscherm werd in zuidelijke richting gezet aangezien de ondergaande zon danig stoort. Toch blijft in het brillenglas een reflectie. Gordijnen zijn er niet en vensterglas met elektronische verduistering is er evenmin want daarvoor is deze gelegenheid te zeldzaam. Opvallend dat tijdens een kranslegging de muziek door de kapel van Luchtmacht heftiger wordt. Een glimlach komt als basis-scholieren uit Amsterdam en Groningen een bloem leggen (met de bloem naar voren).
De uitvoerenden
De leider en violist Vadim Tsibulevsky. Hij is afkomstig uit Azerbeidjan maar studeerde in Moskou. Emigreerde naar Israël en studeerde daar verder. Maar in Europa heeft hij op vele plekken gewerkt tot nu in het NPhO als 1e concertmeester.
Sergei Edelmann, piano. Afkomstig uit Oekraïne, emigreerde naar de VS. Heeft ook onder Maxim Sjostakovitsj gewerkt, de zoon van.
Robert Lis, viool. Geboren in Polen, Zat in vele orkesten en nu als 2e concertmeester bij het NPhO.
Avi Malkin, familie van, en geboren te Azerbeidzjan, altviool. Emigreerde in 1985 naar Israël en is nu werkzaam in het NPhO.
David Bordeleau, afkomstig uit Canada, cellist in het NPhO. Zijn instrument is een klassieker uit 1815 en de strijkstok eveneens. Plv aanvoerder in het NPhO.
Luis Cabrera Martin, contrabas, uit Spanje. Eerste bassist in het NPhO. Is docent aan de Guildhall School te Londen alwaar Nico de Villiers (zie mijn Mulder-Herinneringen 19-11-2013) zal afstuderen.
Leon Bosch, klarinet. Last but not least een Nederlander! Is 1e klarinettist bij het NPhO.
De sopraan Channa Malkin, dochter van. Opera- en concertervaring.
De werken.
Hier kom je toch voor! De formidabele componisten als Sergei Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj!
Prokofjev's Ouverture op Hebreeuwse thema's uit 1919 door zijn medestudenten van het conservatorium te Sint Petersburg hem in handen gegeven. Jiddische sfeer met harmonieën en volksmelodietjes. Ik herkende wat passages maar niet zovele als in het volgende werk. Met ingehouden adem heb ik geluisterd. Opvallend, hoe paradoxaal, is de absolute stilte in de zaal, zelfs ademhaling van je buren hoor je niet.
Sjostakovits's Strijkkwartet nr. 8 uit 1960. Bewust gebruik van Joodse volksmuziek die de meester zeer aansprak door haar innerlijke tegenstrijdigheid. Als basis is een doorwerking van de noten d-es-c-b die van zijn (Duitse) naamsinitialen afkomstig zijn. Als je dit weet hoor je ze herhaaldelijk en overduidelijk. Goed kan ik mij herinneren de krachtige driewerf kwarten, die steeds terugkomen. Ze doen je denken aan een waarschuwing of een signaal en je kan ervan schrikken. Dan onmiddellijk komen de warme melodieën weer naar boven om je te strelen en je gerust te stellen. Ook hier was de zaal volkomen stil. Er gebeurt iets, je wacht af en kijkt.
De avond sluit af met het Pianokwintet uit 1940. Hier kan de pianist waarlijk met beide vuisten op de toetsen slaan en je goed wakker houden. Ik wou dat ik dit mocht! Merkwaardig dat de pianopartij soms rust maar dan weer opkomt. Het eindigt zacht, wat je naar al het heftige voorgaande niet verwacht!
De piece de résistance was het vertolken van het werk van Josef Malkin op basis van 35 gedichten door 'n zekere Ida Vos. Ik heb wel van die naam gehoord doch nimmer iets van haar gelezen. De poëzie bestaat uit kleine zinnen van twee tot vier woorden, zonder hoofdletters en met bijna geen leestekens. De zangeres zong alle vijftien uit haar hoofd. Alhoewel de inhoud der gedichten droef, is de melodie bepaald aangenaam om te horen. Geen moment dat ik uit mijn concentratie geraakte. Even dacht ik aan filmmuziek, de stem heeft de leidende toon, het ensemble volgt haar, denk ik zo.
Je kijkt wel heel even op als je woorden hoort als jullie zijn dood / ik leef , het allesvernietigende leven, op weg naar de vernietiging en giftig gas. Als deze woorden nu in een buitenlandse taal zouden gezongen zijn, zoals met alle vocale orkestmuziek in de concertzalen, zouden ze niet zo opvallen als nu.
De zangeres heeft een uiterst charmante gestalte, dat mag je ook zien maar de muziek staat toch voorop, het is immers muziek op basis van tekst. En als je daar aandachtig en intens naar luistert geniet je van haar zuivere en heldere toon met als extra de klaarheid der gezongen woorden. Zo komen muziek en tekst beide met evenveel intensiteit op je over.
De laatste zin luidt in het heelal is opgegaan. Dit deed me eventjes denken aan de zinsneden uit The Tempest alwaar na hun heilzame werk de bosgeesten in de dampige boslucht verdwijnen, welke nog werden gepresenteerd op de 400-Shakespeare herdenking.
Joodse muziek
Sprak Sjostakovitsj al over Joodse muziek, na de titel Joodse bron lees ik ook Joodse componisten, Joods karakter, Joodse elementen en Joodse cultuur. Is dit nu waar?
Ik citeer niemand minder dan de vermaarde musicoloog en componist Marius Flothuis over wie ik een essay schreef onder de titel Marius Flothuis bij de Vrijdenkers van 6-10-2014. Hij sprak in februari 1974 tweemaal de flotcurtusiaanse sententie uit dat religieuze muziek niet bestaat! Hiermede behaagde hij de aanwezige vrijdenkers ten zeerste maar er is meer. De kern van zijn betoog is dat het Joodse menselijkerwijs is toegevoegd aan de noten van de muziek maar dat het eigenlijke Joods in muziek illusoir is! Immers, kan muziek dan ook een kleur hebben, een temperatuur of een massa, natuurkundeige begrippen, als ook de psychologische van emotie, hartstocht, depressie of uitbundigheid?
Dan krijgen we ook nog de schurk Erik Satie die laconiekerwijs een zijner werkstukken de vorm van een peer bedacht...
Ik moet Flothuis geloven dat muziek als creatie op zich (zelf) staat en dat elk adjectief (=toegevoegd) niet klopt. Nu is bij Gustav Mahler en Anton Bruckner een afwisseling van felle (harde tonen) en lieflijke (zachte tonen) optimaal aanwezig. Maar net zo goed kan een liefdesroes door harde tonen en een woedeuitval door zachte tonen worden vertolkt in muzieknoten. Wij zijn volledig afhankelijk van de scheppingsdaad des componists zonder dat we er iets aan kunnen veranderen. Je behoeft niet eens te denken wat de muziek voorstelt, zij is een abstractie, het wordt soms wel eens geduid om wellicht naieve mensen wat idee te geven van muziek (denk aan Peter en de Wolf) maar dan moeten ze er maar vlug weer van afkomen. Ik studeerde ook in Schopenhauer die ook uitspraak heeft gedaan dat muziek boven de letterkunde staat, het is onwoordelijk. Daarom is het toekennen van literaire eigenschappen bezijden de waarheid. Geen religieuze muziek dus maar muziek die tijdens een religieuze bijeenkomst wordt ten gehore gebracht of uitgevoerd. Het kan ook met de Matthäus waarvan Leo van Doeselaar heeft gezegd dat dit een geestelijke opera is, dus geenszins religieus. Zie mijn essay De Matthäus-Passion o.l.v. Ivor Bolton van 20-3-2016. Dus de "passiemuziek" zelve is geen religie! En Joodse muziek bestaat niet.
Film
Tijdens alle muziek werd een film geprojecteerd vervaardigd door Bob Aardewerk. Het betreffen beelden van Nederland vanaf 1930 tot nu. Ik heb gedeelten of geheel al in de loop der jaren gezien op VPRO-Geschiedenis, die van dezelfde bron Beeld en Geluid gebruik maakt. Maar hier is iets opmerkelijks: de beelden zijn veelal in diagonale stroken gemonteerd met een resterende driehoek rechtsboven, en overlopen in een beeld en weer terug. En rijke afwisseling die nooit verveelt. Dit is nog eens moderne filmtechniek! Ik keek mijn ogen uit en luisterde tevens intens naar de muziek. Deze filmbeelden: van vreedzaam Nederland (de crisistijd komt niet voor) met ontspanning bij het water, straatbeelden met passanten, een Joods huwelijk met heren in deftige kledij, dansen, overgaand in oorlogsdreiging en -voering, bombardement op Rotterdam, een inval op Joodse adressen en wegvoeren van bewoners, tot en met Bevrijding en wederopbouw. Dan zien we de volle stedenbouw en infrastrctuur, trots op Nederland. Ik heb alle bewondering voor deze kunst, zo ik het noemen wil.
Applaus
Verzocht werd na elk muziekstuk het applaus te bewaren tot het laatst. Dat kwam van ongeveer driekwart van de 500 zitplaatsen. Dit applaus was enthousiast ook en verdiend. De uivoerenden moesten terugkomen en kregen fraaie bloemstukken aangereikt. Ik heb genoten!
![]() |
| Channa Malkin nu met brilmontuur |
![]() |
| Ook Josef Malkin kwam op en deelde in de ovatie |
23 april 2016
William Shakespeare 400 Jaar geleden overleden
Hoe iemand toch zo knap kan zijn!
Hoe iemand zo veel bewoordingen kan vinden!
Hoe iemand zo veel kan schrijven!
Shakespeare is heden 400 jaar dood maar hij leeft! In het vroegere Deutsche Reich was de Engelsman niet populair, men vond alles van overzee maar barbaars. Overigens was Engels daar nooit een leervak op school, tòt 1955, i.p.v. Hebreeuws*, de Duitsers hadden schrijvers genoeg voor genieting en studie. Nog altijd bezit ik zijn verzameld werk van de Abby Library uit 1974, gedrukt in Roemenië. Ik kocht het boek eind 70er in de voormalige boekwinkel Pfaff aan het Rokin hoek Spui voor maar 5 gulden en bezit het nog. Toen jaren geleden op elke zondagavond 'n integraal werk van Shakespeare op de BBC3 radio als hoorspel werd gegeven heb ik veelal een gedeelte van de tekst gevolgd. Het ging snel maar even weglopen en je bent de draad kwijt! De uitvoeringen waren in 'n modern jasje.
In de club eind 90er van Jan Bakker, F.I.E.S.T.A. genaamd, voor English reading and play, sprak ik een keurige Engelsman die goed Nederlands kende. Hij zei mij gewerkt te hebben met Laurence Kerr Olivier, (Baron Olivier) die is overleden in 1989. Kennen wij ook geen voortreffelijke acteurs als 'n Albert van Dalsum en 'n Ko van Dijk? Als gast werd o.a. een jonge Londenaar geïnviteerd die alle sonnetten uitwendig kende. Noem maar een nummer en hij begon. Ik vroeg hem CXLVII dat ik van een geliefde heb ontvangen. Hij kon het maar haperde eventjes. Voor alle zekerheid had hij het tekstboekje in zijn hand; wat zou dit nu niet mooi kunnen met een tablet! Prachtig zo iemand mee te maken die het werk van Shakespeare koestert!
Mijn Engels leraar verklaarde Shakespeare voor de beste schrijver uit de wereldgeschiedenis. Wij werden tot stilte gedwongen. Zijn uitspraak werd echter door ons met hilariteit ontvangen. In mijn boek schrijft Sybil Thorndike dat er geen schrijver is die raakt de diepten en hoogten van karakters. Bij een ieder dezer kunnen we wat van onszelf terugvinden. Het mooie en nare hier is het mooie en nare van de hele wereld!
Het is geboden de sonnetten in de originele tekst te bestuderen. Een der vele vertalingen kunnen alleen maar tot meer begrip dienen aangezien Shakespeare danig crypto kan zijn.
Ten slotte een andere herinnering, betreffende de Wende van 1989:
Inmidden de stroom aan reportages kwam op 1 december even de 53-jarige Wolf Biermann te Leipzig voor de camera. Deze verklaarde dat de autoriteiten het ten gehore brengen van Sonnet LXVI hem hadden verboden. Het handelt immers over de vreselijke dingen in de wereld maar de DRR is propagandistisch een heilsstaat. Dus dit mag niet.
De DRR had beter het verzameld werk kunnen verbieden!
Niets is zo gevaarlijk als een schrijver of diens werk verbieden. Als het woord de mond te snoeren. Een politieke autoriteit kan zich voor de geschiedenis ridiculiseren!
*) Met Hebreeuws, Grieks en Latijn hadden de gymnasiasten toegang tot het Oude en Nieuwe Testament. De Lutherse vertaling was voor het volk.
ZIE: Shakespeare Sonnet Grafiek
Hoe iemand zo veel bewoordingen kan vinden!
Hoe iemand zo veel kan schrijven!
Shakespeare is heden 400 jaar dood maar hij leeft! In het vroegere Deutsche Reich was de Engelsman niet populair, men vond alles van overzee maar barbaars. Overigens was Engels daar nooit een leervak op school, tòt 1955, i.p.v. Hebreeuws*, de Duitsers hadden schrijvers genoeg voor genieting en studie. Nog altijd bezit ik zijn verzameld werk van de Abby Library uit 1974, gedrukt in Roemenië. Ik kocht het boek eind 70er in de voormalige boekwinkel Pfaff aan het Rokin hoek Spui voor maar 5 gulden en bezit het nog. Toen jaren geleden op elke zondagavond 'n integraal werk van Shakespeare op de BBC3 radio als hoorspel werd gegeven heb ik veelal een gedeelte van de tekst gevolgd. Het ging snel maar even weglopen en je bent de draad kwijt! De uitvoeringen waren in 'n modern jasje.
In de club eind 90er van Jan Bakker, F.I.E.S.T.A. genaamd, voor English reading and play, sprak ik een keurige Engelsman die goed Nederlands kende. Hij zei mij gewerkt te hebben met Laurence Kerr Olivier, (Baron Olivier) die is overleden in 1989. Kennen wij ook geen voortreffelijke acteurs als 'n Albert van Dalsum en 'n Ko van Dijk? Als gast werd o.a. een jonge Londenaar geïnviteerd die alle sonnetten uitwendig kende. Noem maar een nummer en hij begon. Ik vroeg hem CXLVII dat ik van een geliefde heb ontvangen. Hij kon het maar haperde eventjes. Voor alle zekerheid had hij het tekstboekje in zijn hand; wat zou dit nu niet mooi kunnen met een tablet! Prachtig zo iemand mee te maken die het werk van Shakespeare koestert!
Mijn Engels leraar verklaarde Shakespeare voor de beste schrijver uit de wereldgeschiedenis. Wij werden tot stilte gedwongen. Zijn uitspraak werd echter door ons met hilariteit ontvangen. In mijn boek schrijft Sybil Thorndike dat er geen schrijver is die raakt de diepten en hoogten van karakters. Bij een ieder dezer kunnen we wat van onszelf terugvinden. Het mooie en nare hier is het mooie en nare van de hele wereld!
Het is geboden de sonnetten in de originele tekst te bestuderen. Een der vele vertalingen kunnen alleen maar tot meer begrip dienen aangezien Shakespeare danig crypto kan zijn.
Ten slotte een andere herinnering, betreffende de Wende van 1989:
Inmidden de stroom aan reportages kwam op 1 december even de 53-jarige Wolf Biermann te Leipzig voor de camera. Deze verklaarde dat de autoriteiten het ten gehore brengen van Sonnet LXVI hem hadden verboden. Het handelt immers over de vreselijke dingen in de wereld maar de DRR is propagandistisch een heilsstaat. Dus dit mag niet.
De DRR had beter het verzameld werk kunnen verbieden!
Niets is zo gevaarlijk als een schrijver of diens werk verbieden. Als het woord de mond te snoeren. Een politieke autoriteit kan zich voor de geschiedenis ridiculiseren!
*) Met Hebreeuws, Grieks en Latijn hadden de gymnasiasten toegang tot het Oude en Nieuwe Testament. De Lutherse vertaling was voor het volk.
ZIE: Shakespeare Sonnet Grafiek
18 april 2016
La Petite Messe Solennelle van Rossini in Het Concertgebouw
Dat is me toch geweest in Het Zondagochtend Concert in Het Concertgebouw op (dus) zondag 17 april 2016.
Mijn toegangskaartje had ik al gekocht op 28 februari 2015, zodat ik ruim een jaar geduld moest betrachten. Doe ik dan ook want ik ben een gedisciplineerd mens al weet ik dit zelf. Echter is de aanwezigheid in deze schier heilige ruimte al een belevenis op zich. Je gevoelt je opgenomen te zijn in een andere wereld. Toch zullen gewone mensen de trap afdalen, eerst de leden van het Groot Omroepkoor, vervolgens de vier solisten met de Argentijnse dirigent.
Verbazingwekkend elke keer weer te lezen hoe internationaal het muziekleven is geworden! Je bent als musicus een homo viator geworden, je vliegt in tuigen en je huist in hotels. Ik, als verwoed, zowat gediplomeerd huisslak, zie het ook aan de tweets van Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein die weliswaar nu wegens de geboorte van haar kind (moet ze maar niet huwen) gekluisterd aan huis normalerwijze de hele wereld over stuift. Ze hebben ook nooit rust. Maar wie kan er dan zonder muziek? Wij niet. Zij doen het toch maar (voor ons). Wat ben ik blij zelf op loopafstand van de muziektempel te wonen en heen/terug promenerend 'n corona te roken! Zeg nou zelf: Is dit geen goed leven?
Leonardo García Alarcón (dirigent) is geboren in 1976 te La Plata maar door het Franse muziekleven opgeslokt.
Mariangela Sicilia (sopraan), geboren te Cosenza, Italië.
Diane Haller (mezzo), geboren te Rijeka, Kroatië.
Philippe Talbot (tenor), geboren te Nantes.
Nikolay Borchev (bariton, hier ook bas vermeld), geboren in Wit Rusland, plaats nergens vermeld.
Het podium is nog leeg. Een oudere man moest door een geüniformeerde jonge vrouw van Noord via de orkestvloer naar Zuid verhuizen en eerdat hij zijn plaats gevonden had kreeg ik menig gevoel van spijt hem zo te zien kwakkelen. De trapafdalende bezoekers hinderde hij danig. En dan moest ook nog een hele rij mensen voor hem opstaan. Moge de heilige mis zijn ziel genezende kracht geven.
Zijn petite messe ken ik al heel lang. Welke mis is niet heilig? Eigenlijk een pleonasme. Bij Rossini ook, ik was eerder bij zijn Wilhelm Tell. Doch valt het op de messe zelden in haar geheel te horen, het is in welk radioprogramma dan ook slechts 'n gedeelte, uiteraard wegens de beschikbare tijd. Het meest voor de hand liggend is het Kyrie, het laatst wel de harmoniumsolo.
Op het gratis tekstformulier staat het verzoek niet te bladeren en hoesten, Dat kreng van 'n Annette Veenstra heeft dus succes gehad met haar smaadschrift!
Het binnenschrijden van het koor doet applaus opgaan. Bij solisten en dirigent nog luider. Uiteraard worden de zangeressen goed gescreend. Dit mag toch, ze zijn immers goddelijk. Het is vrij lang wachten totdat de zaal muisstil is.
Al snel valt het op dat de dirigent niet slechts armen en handen gebruikt maar een geheime code heeft met vingerbewegingen. Tegen het eind zal hij zelfs met een vinger het koor en bloc laten opstaan. Een grotere discipline is niet denkbaar! Ondanks de sticte aandacht die wij publiek hebben is deze act voelbaar aan 'n licht zuchtend opkijken door ons allen.
De twee vleugels met harmonium beginnen. Opvallend hun bruine gelaatskleur, het zijn een Pleyel uit 1874 en een Blüthner uit 1880. Ik kan me niet indenken dat deze apparaten hier jaarlijks in de kelder staan, want in TivoliVredenburg afgelopen vrijdag 15/4 waren ze ook. Het Orgelpark heeft zelfs een Erard-vleugel uit 1899 waarnaar ik nog aandachtig gekeken heb. Ik weet dat het geluid van deze eerder omfloerst is en voor een concertzaal eigenlijk ongeschikt. Iemand zei me dat die vleugels wel gehuurd zullen worden. Een geluid al vanaf het begin niet-hard. De ruimte in de zaal is hoorbaar, er is geen weerkaatsing van geluid. Ook in de forte blijft het geluid van de twee vleugels opmerkelijk zacht. Met de twee Steinways als bij de zusjes Katia en Marielle Labèque heb je heel wat meer volume gekregen, zeker als ze in de toegift Ravels tovertuin speelden dat bedrieglijk zacht begint en explosief eindigt. Het is in deze messe-uitvoering misschien beleid de originele sound te verkrijgen zoals ten tijde van Rossini in de Franse salon. En die is altijd op kamervolume. Doch waren daar ook altijd twee piano-fortes? De orkestversie van Rossini heb ik nooit gehoord. De prelude werd door Leo van Doeselaar alleen gespeeld. De dirigent gaat zitten. Een harmonium is uitzonderlijk in een muziekzaal. Het laatst dat ik dit apparaat van nabij zag is op de lagere school (!).
De klank is eerder
ondersteunend, wat de piano kan doen met toetsenroffel. Maar er is een harmoniumsolo net als in de Glagolitische mis van Leos Janáček, hier echter met groot orgel en razend snelle noten. Het begin van een harmoniumklank is niet echt mooi, eerder wat kattengeluid. Allengs worden de klanken eetbaarder. Daarenboven is de wisseling van geluidssterkte (met de pedaal) iets heel geks om te horen. Leo van Doeselaar kon met het kistorgel in de Matthäus wel zachte klanken voortbrengen die altijd mooi waren. Ook zo een apparaat in de messe hier? Het doet dan de authenticiteit geen goed, het gehoorvermogen echter wel.
Het koor is schitterend. Het zangvolume is meestentijds zacht, of noem het intiem. Zo opvallend dat partijen te onderscheiden zijn! Forte en piano alles even beheerst. In het Agnus Dei bleven de leden voor die mini-tussenkoortjes met het Dona nobis pacem (dit gelijkt wel op een oud-Griekse rei!) tussen de altsolo wel even zitten.
Rossini heeft voor de mis de tijd genomen. Veel woorden en zinnen worden herhaald waarvan ik mijns inziens niet genoeg van krijg. Heel af en toe geeft een stroom van klanken 'n operettegevoel alsof de danseressen over de Bühne zweven. In de zachte klanken heb je de echte ingetogen (een verouderd roomskatholiek woordje!) religiositeit. Soms schrik ik daarvan. De mannelijke zangsolisten hebben wel eens het stemvolume als in de opera. Maar dat is dan ook Rossini's Italiaanse karakter. Triomfkoor vind ik overigens niet kerkelijk. Ook in voornoemde Matthäus zijn de drie grote koren altijd ingehouden of ingetogen; zo hoort het. In onze messe is daarom het Agnus Dei een ware afsluiting van een gebeurtenis als acte van het geloof of voor wie anders wil des componists geloof.
De pianisten waren Leo van Doeselaar en Wyneke Jordans die wel meer met elkaar optrekken. Toch nog een paar Nederlanders maar wel de beste. Dirk Luijmes bespeelde het harmonium; die beoefenaars bestaan dus nog! Hij schreef een toelichting op het werk.
Ik bezit een zelfgemaakte audio van de messe, gemaakt op zondag 11-12:30.
Mijn toegangskaartje had ik al gekocht op 28 februari 2015, zodat ik ruim een jaar geduld moest betrachten. Doe ik dan ook want ik ben een gedisciplineerd mens al weet ik dit zelf. Echter is de aanwezigheid in deze schier heilige ruimte al een belevenis op zich. Je gevoelt je opgenomen te zijn in een andere wereld. Toch zullen gewone mensen de trap afdalen, eerst de leden van het Groot Omroepkoor, vervolgens de vier solisten met de Argentijnse dirigent.
Verbazingwekkend elke keer weer te lezen hoe internationaal het muziekleven is geworden! Je bent als musicus een homo viator geworden, je vliegt in tuigen en je huist in hotels. Ik, als verwoed, zowat gediplomeerd huisslak, zie het ook aan de tweets van Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein die weliswaar nu wegens de geboorte van haar kind (moet ze maar niet huwen) gekluisterd aan huis normalerwijze de hele wereld over stuift. Ze hebben ook nooit rust. Maar wie kan er dan zonder muziek? Wij niet. Zij doen het toch maar (voor ons). Wat ben ik blij zelf op loopafstand van de muziektempel te wonen en heen/terug promenerend 'n corona te roken! Zeg nou zelf: Is dit geen goed leven?
Leonardo García Alarcón (dirigent) is geboren in 1976 te La Plata maar door het Franse muziekleven opgeslokt.
Mariangela Sicilia (sopraan), geboren te Cosenza, Italië.
Diane Haller (mezzo), geboren te Rijeka, Kroatië.
Philippe Talbot (tenor), geboren te Nantes.
Nikolay Borchev (bariton, hier ook bas vermeld), geboren in Wit Rusland, plaats nergens vermeld.
Het podium is nog leeg. Een oudere man moest door een geüniformeerde jonge vrouw van Noord via de orkestvloer naar Zuid verhuizen en eerdat hij zijn plaats gevonden had kreeg ik menig gevoel van spijt hem zo te zien kwakkelen. De trapafdalende bezoekers hinderde hij danig. En dan moest ook nog een hele rij mensen voor hem opstaan. Moge de heilige mis zijn ziel genezende kracht geven.
Zijn petite messe ken ik al heel lang. Welke mis is niet heilig? Eigenlijk een pleonasme. Bij Rossini ook, ik was eerder bij zijn Wilhelm Tell. Doch valt het op de messe zelden in haar geheel te horen, het is in welk radioprogramma dan ook slechts 'n gedeelte, uiteraard wegens de beschikbare tijd. Het meest voor de hand liggend is het Kyrie, het laatst wel de harmoniumsolo.
Op het gratis tekstformulier staat het verzoek niet te bladeren en hoesten, Dat kreng van 'n Annette Veenstra heeft dus succes gehad met haar smaadschrift!
Het binnenschrijden van het koor doet applaus opgaan. Bij solisten en dirigent nog luider. Uiteraard worden de zangeressen goed gescreend. Dit mag toch, ze zijn immers goddelijk. Het is vrij lang wachten totdat de zaal muisstil is.
Al snel valt het op dat de dirigent niet slechts armen en handen gebruikt maar een geheime code heeft met vingerbewegingen. Tegen het eind zal hij zelfs met een vinger het koor en bloc laten opstaan. Een grotere discipline is niet denkbaar! Ondanks de sticte aandacht die wij publiek hebben is deze act voelbaar aan 'n licht zuchtend opkijken door ons allen.
De twee vleugels met harmonium beginnen. Opvallend hun bruine gelaatskleur, het zijn een Pleyel uit 1874 en een Blüthner uit 1880. Ik kan me niet indenken dat deze apparaten hier jaarlijks in de kelder staan, want in TivoliVredenburg afgelopen vrijdag 15/4 waren ze ook. Het Orgelpark heeft zelfs een Erard-vleugel uit 1899 waarnaar ik nog aandachtig gekeken heb. Ik weet dat het geluid van deze eerder omfloerst is en voor een concertzaal eigenlijk ongeschikt. Iemand zei me dat die vleugels wel gehuurd zullen worden. Een geluid al vanaf het begin niet-hard. De ruimte in de zaal is hoorbaar, er is geen weerkaatsing van geluid. Ook in de forte blijft het geluid van de twee vleugels opmerkelijk zacht. Met de twee Steinways als bij de zusjes Katia en Marielle Labèque heb je heel wat meer volume gekregen, zeker als ze in de toegift Ravels tovertuin speelden dat bedrieglijk zacht begint en explosief eindigt. Het is in deze messe-uitvoering misschien beleid de originele sound te verkrijgen zoals ten tijde van Rossini in de Franse salon. En die is altijd op kamervolume. Doch waren daar ook altijd twee piano-fortes? De orkestversie van Rossini heb ik nooit gehoord. De prelude werd door Leo van Doeselaar alleen gespeeld. De dirigent gaat zitten. Een harmonium is uitzonderlijk in een muziekzaal. Het laatst dat ik dit apparaat van nabij zag is op de lagere school (!).
De klank is eerder
ondersteunend, wat de piano kan doen met toetsenroffel. Maar er is een harmoniumsolo net als in de Glagolitische mis van Leos Janáček, hier echter met groot orgel en razend snelle noten. Het begin van een harmoniumklank is niet echt mooi, eerder wat kattengeluid. Allengs worden de klanken eetbaarder. Daarenboven is de wisseling van geluidssterkte (met de pedaal) iets heel geks om te horen. Leo van Doeselaar kon met het kistorgel in de Matthäus wel zachte klanken voortbrengen die altijd mooi waren. Ook zo een apparaat in de messe hier? Het doet dan de authenticiteit geen goed, het gehoorvermogen echter wel.Het koor is schitterend. Het zangvolume is meestentijds zacht, of noem het intiem. Zo opvallend dat partijen te onderscheiden zijn! Forte en piano alles even beheerst. In het Agnus Dei bleven de leden voor die mini-tussenkoortjes met het Dona nobis pacem (dit gelijkt wel op een oud-Griekse rei!) tussen de altsolo wel even zitten.
Rossini heeft voor de mis de tijd genomen. Veel woorden en zinnen worden herhaald waarvan ik mijns inziens niet genoeg van krijg. Heel af en toe geeft een stroom van klanken 'n operettegevoel alsof de danseressen over de Bühne zweven. In de zachte klanken heb je de echte ingetogen (een verouderd roomskatholiek woordje!) religiositeit. Soms schrik ik daarvan. De mannelijke zangsolisten hebben wel eens het stemvolume als in de opera. Maar dat is dan ook Rossini's Italiaanse karakter. Triomfkoor vind ik overigens niet kerkelijk. Ook in voornoemde Matthäus zijn de drie grote koren altijd ingehouden of ingetogen; zo hoort het. In onze messe is daarom het Agnus Dei een ware afsluiting van een gebeurtenis als acte van het geloof of voor wie anders wil des componists geloof.
De pianisten waren Leo van Doeselaar en Wyneke Jordans die wel meer met elkaar optrekken. Toch nog een paar Nederlanders maar wel de beste. Dirk Luijmes bespeelde het harmonium; die beoefenaars bestaan dus nog! Hij schreef een toelichting op het werk.
![]() |
| Leo van Doeselaar tweede van links |
Ik bezit een zelfgemaakte audio van de messe, gemaakt op zondag 11-12:30.
07 april 2016
Die Zeit draait uitslag referendum Oekraïne krom
"Er is onecht gebruik gemaakt van een raadgevend referendum (niet bindend)", stelt Die Zeit. Als start driehonderdduizend handtekeningen verkrijgen op een bevolking van 17 miljoen zijn niet zo moeilijk (het werden er 470.000).
Geciteerd worden Arjan van Dixhoorn en Bart Nijman met Geert Wilders op de achtergrond. Ze zijn gewoon tegen de EU en rechtspopulist.
Daarom spreekt Die Zeit van misbruik van de referendumwet.
Ook het opkomstpercentage van 30% wordt gezien als ontoereikend de opvatting der bevolking weer te geven, bij de stemming over de Europese grondwet was een vijfde de opkomst. Nu spreekt Die Zeit over een mislukking van de Eurosceptici. Ja, dit is nu gezeik, welk percentage is dan wel goed?
Hier wordt kromgedraaid.
Die Zeit 7-4-2016
Geciteerd worden Arjan van Dixhoorn en Bart Nijman met Geert Wilders op de achtergrond. Ze zijn gewoon tegen de EU en rechtspopulist.
Daarom spreekt Die Zeit van misbruik van de referendumwet.
Ook het opkomstpercentage van 30% wordt gezien als ontoereikend de opvatting der bevolking weer te geven, bij de stemming over de Europese grondwet was een vijfde de opkomst. Nu spreekt Die Zeit over een mislukking van de Eurosceptici. Ja, dit is nu gezeik, welk percentage is dan wel goed?
Hier wordt kromgedraaid.
Die Zeit 7-4-2016
Labels:
Geert Wilders,
Oekraïne,
Raadgevend Referendum,
Zeit
Amsterdam, Netherlands
1082 Amsterdam-Buitenveldert, Netherlands
20 maart 2016
De Matthäus-Passion o.l.v. Ivor Bolton
De Matthäus-Passion met het Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. dirigent Ivor Bolton (Brits) is de mooiste die ik ooit gehoord heb. Het Groot Omroepkoor en het Nationaal Jongenskoor.
Zij werd uitgevoerd in het Concertgebouw op vrijdag 18 maart 2016.
Er worden dezer tijd maar liefst 172 verschillende uitvoeringen gegeven, waarvan al 47 in Noord-Holland.(NOS-Journaal zaterdag 19 maart 2016, 20 uur.)
Vroegere beluisteringen
Het Jongenskoor van de Vredesscholen (St.-Franciscus en St.-Cornelis) trad in de 50er en later op in het Concertgebouw en de R.K. kerk te Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). De leiding had Piet van Egmond. Ik schreef over deze dirigent en musicus in mijn Schoolherinneringen (1956-1961) (hyperlink) en Beeldbank (Adobe/PDF document).
Het KCOV-Excelsior in de 60er in het Concertgebouw onder leiding van Meindert Boekel.
Zowat elk jaar op de radio de integrale uitzending op Palmzondag.
Tot en met 1 april 2015 de meezing-Passion (hyperlink) met het Nederlands Kamerorkest en het Toonkunstkoor o.l.v. Boudewijn Jansen. Ik schreef hiervan een belevenis.
De orgels
Centraal staat opgesteld het kistorgel met Leo van Doeselaar met rechts van hem de barok-luit.
Beiden spelen de continuo en zijn zoals de naam zegt constant bezig. Deze organist heeft naar hij op Palmzondag zegt zelf dit groter type orgel uitgekozen vanwege zijn vier registers met een prestantregister waarmede hij subtiele klanken kan maken. Hij speelt van de partituur en kan aldus de weliswaar achter hem staande solisten op de voet volgen.
Maar rechts is eveneens een kleiner type orgel waarvan de bespeler vrijwel de gehele tijd werkzaam is terwijl het toch voor orkest 2 bedoeld is. In deel II verwisselt hij deze zelfs een paar maal voor het klavecimbel waarbij de echte bachklank als in de profane concerten ontstaat.
Binnentreden
Als het Jongenskoor de trap afdaalt komt er geen eind aan de stoet. Het zijn meer dan dertig jongens en meisjes. Een fijnproever zou aan jongens alleen de voorkeur geven, ik vind de gehele ploeg al geweldig om te zien en ze kregen applaus.
Men kan hier nog wat van de lang hals van het antieke tokkelinstrument bespeuren.
Dan komen de solisten en dirigent. De dames en heren zitten midachter en zingen staande vanaf deze plaats.
Ivor Bolton is gekleed in donker(-blauw?) kostuum.
De muziek begint
Als ik de eerste maten hoor krijg ik een traan in mijn ogen. En nog een. Muziekklanken die je zowat zestig jaar als je broekzak kent vleien je de oren in en pakken je. Je bent er geweest en kan niet meer terug. Vervolgens is het onderscheidend aftasten hoe de twee koren zullen zingen en wat het jongenskoor zal voorstellen. Geen uitvoering is dezelfde en het betaamt nu al een standpunt in te nemen hoe te luisteren. Ik gevoelde direct dat de duidelijke klank van de aanwezigheid der kids me na de wegvallende stemmetjes in de uitvoering van verleden jaar mij groot plezier deed. De volwassen stemmen waren gewoon prachtig en zullen het gehele oratorium op enkele felle passages na een beheerst zingen vertonen. Leest U eens in mijn vroegere essays (hyperlinks boven) hoe het gegaan is.
Deel I
In het eerste deel kunnen we de diverse solisten stuk voor stuk leren kennen. Als eerste de evangelist met een altijd heldere en muzikale stem. Zijn Duits nota bene als Brit is vlekkeloos. Er zitten twee countertenoren in die ik tijdens 'n concert nog nooit meegemaakt heb zodat ik met nieuwsgierigheid in volle aandacht luisterde. Deze voor mij uiterst merkwaardige mannenstem, in vroeger eeuwen heel normaal, kan heus wel zuiver op de graad zingen maar steeds lijkt het me dat de zanger adem tekort komt. Het sterkst bemerkte ik dit in het duo voor sopraan en alt waarbij de laatste toch in klankvolume de mindere was, hetgeen een Aafje Heynis (alt) niet was overkomen! Het was in vroeger tijd dat de solisten vooraan gezeten waren.
Het afsluitende koor ("O Mensch"), wat mijn absoluterwijs favoriete muziek is heb ik aangehoord zonder adem te halen. Het laatste woord lange (i.b.v. lange duur) werd heel kort gezongen. Het is altijd na het grote genieten een teleurstelling dat het uit is. Maar het moet gewoon.
Dan waarop ik niet gerekend had een formidabel applaus waarin de dirigent volledig meeging. Mijn schoolvriend Nico Zaal die jaarlijks de uitvoering in de Sint Baafs te Aardenburg bijwoont betreurt dit applaudisseren altijd. Maar dit is dan ook een kerk.
Het viel me nu goed op hoe duidelijk de blazers in het orkest I te horen waren. De twee traverso's samen waren op een gegeven moment nog nooit zo helder vertoond.
Deel II
Als de pauze voorbij is, de altoos vriendelijke bezoekers hun plaats weder ingenomen hebben, komt zoals gewoonlijk een lange aanloop naar de juwelen van de aria's. De twee koren moeten zich nu volledig geven al is het maar in de passages waarin op luider toon gezongen moet worden.
Voor mij viel op dat in het koraal ("O Haupt", #63) na de komma zonder pauze gezongen werd. Het is ook een zin die voeger werd onderbroken met adem.Voor mij ontstaat altijd het opkomende verlangen naar het begin van het Am Abend (#74). Hier kan je gewoon niet omheen dat de schoonste klanken ooit worden gegeven, zang samen instrumentale solisten. En het gevoel dat het eind van het oratorium in zicht komt.
Het slotkoor werd gegeven zonder al te fel keelgeluid, het dient immers een klaaglied te zijn. Ook hier vergeet je adem te halen. De zaal is muisstil. Na de laatste toon met de beroemde voorhouding is het een helaas korte stilte. De Matthäus is gedeeltelijk religieus maar voornamelijk een geestelijke opera, zo ik Leo van Doeselaar (met excuus) hoorde zeggen. Een lange pauze zou dus een uiting van geloofsverdieping betekenen of beter een stille dankzegging voor het offer van Jezus Christus. Je moet in een puur protestantse kring zijn om dit mee te maken. Hier niet, hoogstens vijf seconden, i.t.t. Palmzondag wel tien, het applaus met toejuichingen vol "toeschreeuwen" was overweldigend, Ivor Bolton ging eenmaal de trap op en af, bleef verder uitvoering de diverse solisten oproepen. De bouquetten werden als geschenk vergeven. Onder het klappen moest ik ondeugenderwijs toch een paar foto's maken. Zo een langdurige dankzegging maak je niet veel mee, de dirigent was opgetogen, de vooraan gelopen solisten zag je nu eerst goed. En dan is het voorbij.
En dit alles in het prachtige Concertgebouw te Amsterdam:
.
Zij werd uitgevoerd in het Concertgebouw op vrijdag 18 maart 2016.
Er worden dezer tijd maar liefst 172 verschillende uitvoeringen gegeven, waarvan al 47 in Noord-Holland.(NOS-Journaal zaterdag 19 maart 2016, 20 uur.)
Vroegere beluisteringen
Het Jongenskoor van de Vredesscholen (St.-Franciscus en St.-Cornelis) trad in de 50er en later op in het Concertgebouw en de R.K. kerk te Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). De leiding had Piet van Egmond. Ik schreef over deze dirigent en musicus in mijn Schoolherinneringen (1956-1961) (hyperlink) en Beeldbank (Adobe/PDF document).
Het KCOV-Excelsior in de 60er in het Concertgebouw onder leiding van Meindert Boekel.
Zowat elk jaar op de radio de integrale uitzending op Palmzondag.
Tot en met 1 april 2015 de meezing-Passion (hyperlink) met het Nederlands Kamerorkest en het Toonkunstkoor o.l.v. Boudewijn Jansen. Ik schreef hiervan een belevenis.
De koor- en orkestopstelling
solisten 'koor' 1:
Carolyn
Sampson sopraan (aria's, maagd 1,
Pilatus' vrouw)
James Laing alt, vervangt David Daniels (aria’s)
James Gilchrist tenor (aria’s, Evangelist)
Christopher Maltman bas
(aria’s, Christus)
Joep van Geffen bas
(Pilatus)*
Ludovic Provost bas (Judas)*
Lars Terray bas (hogepriester
1 )*
Linker orkest
Kersten McCall, Joséphine Olech fluit
Kersten McCall, Joséphine Olech fluit
Thera de Klerk, Vincent van
den Ende blokfluit
Alexei Ogrintchouk, Mirjam Pastor Burgos hobo, oboe da caccia
Liviu Prunaru viool
Friederike Heumann viola da
gamba
- Veel heb ik op deze Duitse gamba-vrouw gelet, zij was duidelijk zichtbaar. Een instrumentale solist.Wel een andere wijze van spelen dan op cello en als ze niet een partij had legde ze de gamba met de hals op haar rechterbeen. Tijdens het verlaten van de zaal liep ik vlak naast haar. Doch alsdan een foto nemen is zo paparazzo.
Tatjana Vassiljeva cello
Pierre-Emmanuel de Maistre
contrabas
Leo van Doeselaar orgel
- Nu eens niet in Het Orgelpark.
Michael
Freimuth chitarrone, ook teorbe genaamd
solisten ’koor' 2:
Lydia Teuscher sopraan
(aria's, maagd 2)
Lawrence
Zazzo alt (aria's, valse
getuige 1)
Jeremy Ovenden tenor (aria's, met van James Chilchrist over te nemen recitatief #19 ("O Schmerz!") plus aria #20 ("Ich will...")
Thomas Oliemans bas
(aria's, Petrus)
- Nog een Nederlandse naam!
Alan
Belk tenor (valse getuige
2)*
Luuk Tuinder (hogepriester
2)*
Rechter orkest
Emily Beynon, Julie Moulin fluit
Emily Beynon, Julie Moulin fluit
Nicoline Alt, Vincent van
Wijk hobo, oboe d'amore
Tjeerd Top viool
Bernard Robertson orgel, klavecimbel
* lid van het Groot
Omroepkoor
De orgels
Centraal staat opgesteld het kistorgel met Leo van Doeselaar met rechts van hem de barok-luit.
Beiden spelen de continuo en zijn zoals de naam zegt constant bezig. Deze organist heeft naar hij op Palmzondag zegt zelf dit groter type orgel uitgekozen vanwege zijn vier registers met een prestantregister waarmede hij subtiele klanken kan maken. Hij speelt van de partituur en kan aldus de weliswaar achter hem staande solisten op de voet volgen.
![]() |
| Orgel orkest I |
Maar rechts is eveneens een kleiner type orgel waarvan de bespeler vrijwel de gehele tijd werkzaam is terwijl het toch voor orkest 2 bedoeld is. In deel II verwisselt hij deze zelfs een paar maal voor het klavecimbel waarbij de echte bachklank als in de profane concerten ontstaat.
![]() |
| Orgel orkest II |
Binnentreden
Als het Jongenskoor de trap afdaalt komt er geen eind aan de stoet. Het zijn meer dan dertig jongens en meisjes. Een fijnproever zou aan jongens alleen de voorkeur geven, ik vind de gehele ploeg al geweldig om te zien en ze kregen applaus.
![]() |
| Nationaal Jongenskoor presenteert zich |
Men kan hier nog wat van de lang hals van het antieke tokkelinstrument bespeuren.
Dan komen de solisten en dirigent. De dames en heren zitten midachter en zingen staande vanaf deze plaats.
Ivor Bolton is gekleed in donker(-blauw?) kostuum.
De muziek begint
Als ik de eerste maten hoor krijg ik een traan in mijn ogen. En nog een. Muziekklanken die je zowat zestig jaar als je broekzak kent vleien je de oren in en pakken je. Je bent er geweest en kan niet meer terug. Vervolgens is het onderscheidend aftasten hoe de twee koren zullen zingen en wat het jongenskoor zal voorstellen. Geen uitvoering is dezelfde en het betaamt nu al een standpunt in te nemen hoe te luisteren. Ik gevoelde direct dat de duidelijke klank van de aanwezigheid der kids me na de wegvallende stemmetjes in de uitvoering van verleden jaar mij groot plezier deed. De volwassen stemmen waren gewoon prachtig en zullen het gehele oratorium op enkele felle passages na een beheerst zingen vertonen. Leest U eens in mijn vroegere essays (hyperlinks boven) hoe het gegaan is.
Deel I
In het eerste deel kunnen we de diverse solisten stuk voor stuk leren kennen. Als eerste de evangelist met een altijd heldere en muzikale stem. Zijn Duits nota bene als Brit is vlekkeloos. Er zitten twee countertenoren in die ik tijdens 'n concert nog nooit meegemaakt heb zodat ik met nieuwsgierigheid in volle aandacht luisterde. Deze voor mij uiterst merkwaardige mannenstem, in vroeger eeuwen heel normaal, kan heus wel zuiver op de graad zingen maar steeds lijkt het me dat de zanger adem tekort komt. Het sterkst bemerkte ik dit in het duo voor sopraan en alt waarbij de laatste toch in klankvolume de mindere was, hetgeen een Aafje Heynis (alt) niet was overkomen! Het was in vroeger tijd dat de solisten vooraan gezeten waren.
Het afsluitende koor ("O Mensch"), wat mijn absoluterwijs favoriete muziek is heb ik aangehoord zonder adem te halen. Het laatste woord lange (i.b.v. lange duur) werd heel kort gezongen. Het is altijd na het grote genieten een teleurstelling dat het uit is. Maar het moet gewoon.
Dan waarop ik niet gerekend had een formidabel applaus waarin de dirigent volledig meeging. Mijn schoolvriend Nico Zaal die jaarlijks de uitvoering in de Sint Baafs te Aardenburg bijwoont betreurt dit applaudisseren altijd. Maar dit is dan ook een kerk.
Het viel me nu goed op hoe duidelijk de blazers in het orkest I te horen waren. De twee traverso's samen waren op een gegeven moment nog nooit zo helder vertoond.
Deel II
Als de pauze voorbij is, de altoos vriendelijke bezoekers hun plaats weder ingenomen hebben, komt zoals gewoonlijk een lange aanloop naar de juwelen van de aria's. De twee koren moeten zich nu volledig geven al is het maar in de passages waarin op luider toon gezongen moet worden.
Voor mij viel op dat in het koraal ("O Haupt", #63) na de komma zonder pauze gezongen werd. Het is ook een zin die voeger werd onderbroken met adem.Voor mij ontstaat altijd het opkomende verlangen naar het begin van het Am Abend (#74). Hier kan je gewoon niet omheen dat de schoonste klanken ooit worden gegeven, zang samen instrumentale solisten. En het gevoel dat het eind van het oratorium in zicht komt.
Het slotkoor werd gegeven zonder al te fel keelgeluid, het dient immers een klaaglied te zijn. Ook hier vergeet je adem te halen. De zaal is muisstil. Na de laatste toon met de beroemde voorhouding is het een helaas korte stilte. De Matthäus is gedeeltelijk religieus maar voornamelijk een geestelijke opera, zo ik Leo van Doeselaar (met excuus) hoorde zeggen. Een lange pauze zou dus een uiting van geloofsverdieping betekenen of beter een stille dankzegging voor het offer van Jezus Christus. Je moet in een puur protestantse kring zijn om dit mee te maken. Hier niet, hoogstens vijf seconden, i.t.t. Palmzondag wel tien, het applaus met toejuichingen vol "toeschreeuwen" was overweldigend, Ivor Bolton ging eenmaal de trap op en af, bleef verder uitvoering de diverse solisten oproepen. De bouquetten werden als geschenk vergeven. Onder het klappen moest ik ondeugenderwijs toch een paar foto's maken. Zo een langdurige dankzegging maak je niet veel mee, de dirigent was opgetogen, de vooraan gelopen solisten zag je nu eerst goed. En dan is het voorbij.
![]() |
| Solisten - Vanaf mijn Rij 14, Stoel 18 |
![]() |
| Solisten |
![]() |
| Solisten |
En dit alles in het prachtige Concertgebouw te Amsterdam:
![]() |
| Het Concertgebouw te Amsterdam, vrijdag 18 maart 2016, om 23 uur. ©Jos Heitmann |
.
Labels:
KCO,
Matthäus-Passion
Amsterdam, Netherlands
1082 Amsterdam-Buitenveldert, Netherlands
Abonneren op:
Posts (Atom)


































