Pagina's

08 oktober 2011

Elektra - Griekse Mythologie en Opera van Richard Strauß en Hugo von Hofmannsthal

Elektra - Griekse mythologie voorgeschiedenis (1)
Door Jos Heitmann

Dus niet de inhoud van de opera Elektra van Richard Strauß nog!

Agamemnon (de machtige vorst, bij Homerus, omdat vele koningen hem tribuut betaalden) (van Mycene) is gehuwd met Klytaimnestra (van Sparta). Beide gebieden op de Peloponnesos.
Vier  kinderen: Elektra (barnsteen) of Laodike, Iphigeneia (moeder van zeldzaam ras), Orestes en Chrysosthemis (gouden orde).
Menelaos, (koning van Sparta) de broeder van Agamemnon, is gehuwd met (de schone) Helena die wordt ontvoerd door Paris (van Troje, in het huidige West-Turkije nu) waardoor de tienjarige Trojaanse oorlog begint als beschreven in de Ilias van Homerus, het beroemdste epos uit de wereldgeschiedenis uit -800.
Klytaimnestra heeft twee redenen haar man Agamennon te haten:
1.      Agamemnon doodde koning Tantalos en dwong diens weduwe hem te huwen, na eerst haar baby gedood te hebben.
2.       Agamemnon offerde op Aulis haar dochter Iphigenia aan Artemis om gunstige wind te krijgen voor zijn schepen.
Tijdens de afwezigheid van Agamemnon gaat Aigistos, de neef van Agamemnon  Klytaimnestra het hof maken met dure geschenken. Hij is in Argos gebleven en weet dat Klytamnestra een slippertje begaan heeft. Ze stemt toe en beiden zweren Agamemnon en zijn concubine Cassandra, een waarzegster, na hun aankomst te doden . Maar hij wordt door de boodschappergod Hermes (met vleugels aan zijn scheenbeen) gewaarschuwd dat Orestes volwassen geworden zich zal wreken! Aigistos wil niet luisteren.
Agamemnon komt thuis, een rijkelijk feestmaal is aangericht. Maar eerst neemt de vermoeide Agamemnon een heerlijk bad door de slavinnetjes gereed gemaakt.
Dan reikt Klytaimnestra haar wettige man die op de rand van het bad zit een baddoek maar werpt snel een zelf geweven net over zijn naakte lichaam zodat hij zich niet meer bewegen kan. Aigistos doodt hem met een zwaard. Klytaimnestra daarop hakt zijn hoofd af met een bijl (Spartaanse gewoonte) als ultieme wraak voor alles haar aangedaan. Zij onteert het lichaam en het hoofd.
Hevige gevechten breken uit in de feestzaal tussen de geurige gerechten, de lijfwacht van Agamemnon met de handlangers van Aigistos. Het is een gegil en geschreeuw, kermende slachtoffers en een zee van bloed.
Het is de 13e januari (onze tijdrekening) en die wordt in Griekenland als later in Rome als feestdag aangehouden.

Wordt vervolgd


Elektra - Griekse mythologie voorgeschiedenis (2)

Door Jos Heitmann

Nu begint het al aardig op de inhoud van de opera te lijken

Orestes (bergbeklimmer) ontsnapte aan de wraak van Aigistos doordat hij verborgen werd. Hij was toen 10 jaar.
Ver weg wordt hij opgevoed aan het hof van koning Strophios die zelf getrouwd is met een zuster van inmiddels vermoorde Agamemnon. Alhier heeft hij een speelkameraad Pylades, zoon van de koning,  wat de geschiedenis zal ingaan als een der vele homofiele relaties in de Griekse literatuur.
Het stoffelijk overschot van Agamemnon is zonder ritueel begraven.

Aigistos regeert 7 jaar in Mykene vol verspilzucht  en zuipen maar toch Klytamnestra is de baas, wat een matriarchale maatschappij doet vermoeden.  Zijn angst voor de mogelijke wraak van Orestes wordt met de dag groter.

Elektra mag geen man hebben, immers een zoon zou ook wraak kunnen plegen want Elektra is mordicus tegen deze Aigistos. Klytamnestra verbiedt Aigistos echter haar dochter Elektra te doden. Het doden van een vrouw is zeer moeilijk in de Griekse denkwereld, laat staan dat van een kind. Zij krijgt als man een domme boer doch die blijft naïef om het zo te zeggen.

Aigistos en Klytamnestra krijgen drie kinderen: Erigone, Aletes en een dochter Helena 2e. Intussen leeft Elektra in smadelijke armoede en wordt bewaakt, dan wordt ze nog verbannen ook naar een ondergrondse cel. Chrysothemis foetert het koningspaar openlijk dag en nacht uit maar ze is wel zo slaafs aan het hof te blijven. Elektra daarentegen blijft fel en spoort in het geheim altijd Orestes aan wraak te zullen nemen.

Orestes gaat naar het orakel in de Apollotempel te Delphi waar de Pythia zetelt. Moedermoord is niet licht onvergefelijk zodat hij om erger te voorkomen wel moet handelen.

Na 18 of 20 jaar van de moorden gaat Orestes (met Pylades) vermomd naar Mykene. Hij verbergt  zich bij het graf van Agamemnon en ontmoet Elektra. Klytamnestra had namelijk een nachtmerrie en bevool Elektra wijn op het graf te sprenkelen ter kalmering. Na kritisch onderzoek herkent Elektra haar broer Orestes aan zijn haarlok, voetafdruk en litteken op zijn voorhoofd.
De nachtmerrie van Klytamnestra was Orestes, dat is wel duidelijk.  Elektra moet zwijgen.

Orestes  gaat vermomd naar het hof en spreekt zelfs een dialect. Klytamnestra herkent Orestes niet. Hij heeft een vals bericht dat Orestes dood is en zegt dat koning Strophios Orestes’ as in een bronzen urn heeft bewaard teneinde die naast Agamemnon te begraven.
Zo een verhaal is een ware sensatie: “Orestes is dood!” Hij mag het paleis in maar o weh, de vroedvrouw van Orestes herkent hem wel. Ze speelt het spelletje mee en bericht buiten het paleis aan Aigistos dat hij eindelijk vrij is, zijn wapens kan opbergen en rustig naar het paleis kan komen.
Dan meldt zich geheel toevallig Pylades aan de poort, vermomd en ook met dialect, dat hij de bronzen urn komt brengen. Dit bevestigt Orestes verhaal schitterend! Aigistos is geheel argeloos en wordt onmiddellijk gedood.
En opeens…, Klytamnestra herkent Orestes, ze gaat vlijen door hem haar borst te tonen maar Orestes onthoofdt  haar met een slag. Het vermoeden is dat de patriarchale maatschappij religieuzerwijs als zodanig wordt hersteld, zo het de priesterkaste in Athene eiste voor  de oude religie dat de man boven de vrouw staat. Dat past goed bij Elektra’s vaderliefde. Orestes verontschuldigt zich bij de hofhouding maar vermeldt toch het afschuwelijke verraad door haar gepleegd. Toont allen het bloederige net waarin de machteloze Agamennon gevangen zat: “Het is de gerechte straf voor echtbrekers”, stelt hij zelfverzekerd.

Orestes doodt Helena 2e.  Pylades overwint aanhangers van Aigistos die kwamen aanhollen ter konings verdediging.

 --------------------------------------------------------------------


Homeros laat de vrouw niet gedood worden, dat kan niet bij hem.
Aischylos was de eerste toneelschrijver die deze mythe nieuw leven inblies. Sophocles en Euripides trachtten de handeling te verbeteren. Kern is de herkenningscène en het listige plan. Maar Hugo von Hofmannsthal vervaardigde ook een met eigen opvatting.

Wordt vervolgd.


Elektra – De Opera (3)
Door Jos Heitmann


Er rust een vloek op het huis der Atriden na de moord op Agamemnon.
Genealogisch Schema:

Pelops>Atreus (huis Atriden of Pelopiden)>Agamemnon x Klytämnestra, huwt na diens dood Aigisth.
Zoon Orest door Elektra weggesluisd naar koning Strophius te Phokus.
(Duitse spelling hanteer ik hier)

Elektra zelf vlucht niet. Haar zuster Chrysothemis evenmin, verlangt naar (moeder-)liefde.
Klytämnestra offert de Goden om verzoening te bewerkstellingen (tevergeefs) en om haar nachtmerries weg te krijgen.
Elektra trekt immer fel van leer tegen de moeder, verzekert in een uitbarsting haar eerst rust te vinden als ze bloedt voor haar misdaad. Onderbreking komt:

Twee mannen verschijnen aan de poort (hier dus tegelijk!) met de mededeling: “Orest is dood!”
Elektra wil nu met Chrysothemis samen beiden doden maar de laatste weigert. Hierop vervloekt Elektra haar zuster, ze graaft de bijl op waarmee jaren geleden Agamennon gedood werd.
Onopvallend fluistert Orest in Elektra’s oor dat Orest echt wel leeft.
Dan herkent Elektra haar broer Orest. De muziek wordt in tegenstelling tot wat al gespeeld is nu lieflijk. Elektra is dolgelukkig, weigert echter een omhelzing. Orest ziet zijn missie voor zich.

Orest gaat het paleis in. Elektra kan hem de opgegraven bijl niet meer geven.

(Even rustig in de muziek.)

Dan vreselijk gegil en geschreeuw van Klytämnestra achter in het paleis (zie je niet).
Haar man Aegisth komt aan, wil bericht dood van Orest zelf uit de mond van de bezoeker horen. Elektra doet geveinsd lief en verlicht de weg met een fakkel.
Dan schreeuwt Aegisth in doodsangst.
(Deze moorden zie je dus niet, het is een bediende die dit verhaalt. Dit is nu de Aristotelische eenheid van plaats, tijd en handeling: het verhaal speelt op een plek en wat daar buiten geschiedt of vroeger is gebeurd moet ‘n boodschapper vertellen. Dit leer je nu even mooi!)
Dienaren kiezen partij voor Orest en verslaan de getrouwen van Aegisth.
De schuld (op het huis) door de dood van Aegisth en Klytämnestra is verzoend.

Elektra is dolgelukkig als in een roes, vreugdedans en Chrysothemis moet meedoen.
(Dit zag ik wel de zangeres louter rondjes draaien in haar lange jurk.)
(Een enorm lange monoloog door de zangeres, iets ongelofelijks, hierin is Strauß meester, hij hield minder van mannenstemmen dan om de geliefde sopraanstem te profileren.)
Dan sterft Elektra (door geestelijke en lichamelijke uitputting).

----------------------------------------------------------------------------

Is de tekst door Hugo von Hofmannsthal (die ik zeer bewonder) al de top in de letterkunde, de muziek van Richard Strauß verhoogt hem zeer.
Ziekelijke handeling en ziekelijke karakters d.m.v. het thema:
C G(lager) E (hoger) S---
45 polyfone (meerstemmige) motieven.
Schrille dissonanten (mag je eigenlijk niet zeggen: valse tonen, dus nooit zeggen).
Soms koude kale klanken.
De grens van het atonale (zeg, geen enkele melodie meer) is bereikt.
Het Agamemnonmotief, een klaagschreeuw, is steeds hoorbaar vanuit zijn graf dan als zijn naam ter sprake komt.
De strijkers zijn in drie koren verdeeld (zie begrijp ik nog niet, moet ik nog zien).
40 blaasinstrumenten.
De zangstemmen worden op die manier verhoogd.
Alleen de herkenningscène is lieflijk.

Hugo von Hofmannsthals tekst is van 1903.
In klassieke teksten speelt de heroïek (heldhaftigheid). Bij Hofmannsthal de duistere machten.

Elektra staat centraal maar zij doet niet actief mee aan de liquidatie. Haar emoties klinken alom en overal (die inspireren de daders).

De opera Elektra kwam na Salome. De tekst is voor theater bedoeld, opgevoerd door de beroemde regisseur Max Reinhardt te Berlijn.
Strauß begint 1906 met componeren, diverse omwerkingen. Tussen Strauß en Hofmannsthal bestond een innige samenwerking middels briefcorrespondentie (heb ik in gestudeerd). Indien nodig vroeg de componist om meer regels zodat het toonzetten hem beter beviel.

25 januari 1909 première Hoftheater te Dresden.
Succes was minder dan Salome, echter werd deze opera zijn absolute hoogtepunt.

Ten slotte een anecdote:
Op de Duitse televisie was een literair programma waarin de dochter Hugo von Hofmannsthals werd geïnterviewd. Zij is woonachtig in Amerika en spreekt goed Duits.
Als het programma ten einde loopt vraagt de interviewer of haar kinderen ook Duits spreken. Het antwoord luidt: “Geen woord!” Als ik geschrokken ben zullen het velen met mij zijn. Maar het genie  Hofmannsthals is dan ook eenmalig in de letteren.

Bronnen:
DTV Opernbuch, Lexikon der Alten Welt, Robert von Ranke-Graves en Albin Lesky.

AMSTERDAM
8 oktober 2011

































08 september 2011

St.-Ignatiuscollege Hobbemakade 51 Amsterdam 1956-1962 Eindexamen H. B.S.-B 5-jarige cursus 1962


St.-Ignatiuscollege (Hobbemakade 51 Amsterdam (1956-1962, Eindexamen H. B.S.-B 5-jarige cursus 1962)




Schoolherinneringen 1956-1962 PDF/Adobe Acrobat
Beeldbank St.-Ignatiuscollege


16 IX 1995 100-jarig bestaan.
22 IV 2006 21e lustrum.


De Jezuïeten beoogden jongens op te voeden tot intellectuele mensen met verantwoordelijkheidszin, sociaal gevoel en de vaardigheid zelfstandig en initiatiefrijk op te treden. Het onderwijs was volgens Van den Beld gericht op de elite, als een voorbeeld van onbesproken, katholiek gedrag met beschaafde manieren.

De Jezuïeten hadden een ruime opvatting van wat onderwijs moest inhouden: betrek heel de mens in het onderwijs en let met name op het vormend aspect van het doceren. Hiermee schiepen de paters een bepaalde sfeer. De zogenaamde Ignatiaanse pedagogiek (16e eeuw) is bij de invoering van de tweede fase "herontdekt" en blijkt uiterst modern! Een belangrijk uitgangspunt is: Iedere mens is uniek en door God gewild. Als je dat echt kunt geloven, is het een zeer motiverende opvatting: Elke leerling heeft dan (onverdiend) recht op je liefde ('αγάπη Agape). De nadruk lag op het samen dingen doen. De Paters waren altijd beschikbaar, want ze woonden in het naast de school gelegen patershuis. Die permanente beschikbaarheid kunnen de lekenleraren van nu niet meer waar maken. Tempora mutantur..., maar het "patersklimaat" bestaat nog steeds een beetje. En ook nu nog leveren leraren inspanningen, die met een modern taakbeleid nauwelijks te verenigen zijn.

Mededelingen, Vereniging Vrienden van het Gymnasium (sept. 2003) Nr4 p7



Literatuur:
'n Eeuw Ig - Het Ignatius in de jaren 1895 tot 1995
Samenstelling G. A. Elsenaar & P. J. Verberne Herdenkingsboek t. g.v. de Reünie.

Ben Tervoort (+ 17 VIII 2006) - Jezus, ben jij dat? Het verhaal van een roeping E-book door de Valkhof Pers met veel interne informatie van de Jezuïeten communauteit op het Ig. Ik heb hiervan nog een pdf.

"Meer dan eens is de manier waarop die jonge Jezuïeten met hun uitstraling zo onmiddellijk in aanraking kwamen met de leerlingen (Ig) een van de succesformules van een jezuïetenschool genoemd." (p 99)
Huub Mous - Tussen Golgotha en Gomorra (Blog) Hoe de gevreesde gestrengheid van deftige school verdwijnt voor moderniteit.

Loci scholarum
  • 1645 Krijtberg Singel 448
  • 18-9-1895 R.K.Gymnasium aan Herengracht 448 en 446
  • 9-9-1909 H.B.S. toegevoegd, naamsverandering St.-Ignatiuscollege
  • 12-9-1911 St.-Ignatiuscollege Hobbemakade 51
  • Na mei 1940 enige tijd uitwijken wegens vordering gebouw door de Duitse bezetter.
  • 1946 Gebouw Fabriek toegevoegd t.b.v. H.B.S.
  • 1955 H. B.S.-C toegevoegd (alleen de eerste twee jaar)
  • 1963 Mammoetwet
  • 1964-1965 Banstraat
  • 1967 Nieuwbouw aan de Pieter de Hooghstraat
  • 1969 H.B.S. afgeschaft t.b.v. HAVO en Athenaeum
  • 1970-'71 Eerste meisjes
  • Ig-gebouwen worden te groot
  • 1970 Splitsing: HAVO en Athenaeum naar Purmerend, Gymnasium naar Anthonie van Dijckstraat, later 90er Jan van Eijkstraat, daar nu 2011 verbouw, school is tijdelijk De Klencke, Buitenveldert
  • 1995 Purmerend door fusie geen Ig meer. 
  • 29 X 2011 Open Dag en Reünie

Literatuur:
De naar de regels van Thorbecke erkende H.B.S. is vijftig jaar tegengehouden door confessionele zuilen als Gereformeerden en Katholieken, eerst 1895 moest men zich aanpassen zij het dat dit moderne onderwijs ingebed werd in een confessioneel kader. Zie de boeken van C. A. Mandemakers - Gymnasiaal en Middelbaar Onderwijs 1880 en 1968, diss.1996.






mailto: jaheit59@xs4all.nl 
Jos Heitmann
T 020-6443351 | M 06-44341109


23 juni 2011

Zoekmeisjes uit de Dromen

Solide beschutting van het graf - Een koele bries - Rust



Zoekmeisjes:

Ada Herpst
Ada Vermeer-Janse
Akkie Boer
Alice van Leeuwen
Amalia Domina
Andrea Wolwer (+5-10-2012)
Angelica Remmers (*1953)
Anita de Jong (*14 X 1951)
Anita Oudshoorn
Anita Vlaming
Ank de Clercq (*27 VIII 1948)
Ank Ledeboer
Anke Mulder
Anke Versloot-Cornelis
Anna Ietswaart
Anna Minis (*1944)
Annebelle Bousquet
Anneke de Graaff
Anneke van Egmond
Anneke Snijder
Annelies Meijboom
Annemarie Vink-Maasdam
Annemieke Hendriks
Annemieke Snels
Annemieke Snels
Annet Veenstra
Annette Tomboulidis
Ans Boeken
Ans Schram
Ans van Vulpen
Astrid Bloemkolk
Astrid-Luise Horstmanshoff
Astrid Klaasen
Ati van de Kolk
Barbara Oud (*18 IV 1941)
Bauke Rijtsma
Bea Bak (*4 VIII 1941)
Belika Douma
Bernadette de Wit
Betty Goudsmit (*1946)
Bonny Alberts
Brenda Hoffman
Brigitta Horstmanshof
Brigitte van Loggem
Carola van Beuren
Caroline Gottfried
Catherina Hofman
Christa van Gelderen
Christine Baumann
Claudia Geurtz
Conny Boekhout
Conny Rijs
Coosje (Koosje) Stoffels (Overleden?)
Corina Vogel
Corinne Godard
Corinne Visser
Deborah Guedj
Deborah Martijn
Desirée Bouw
Diana Vandenberg (*1 IV 1923, +3 X 1997)
Diet Verhaar (*8 XII 1941)
Djoeke (Diewke) Ottenvanger
Dunya Willeman
Eila Ahanto
Elisabeth Bierens de Haan-Keuls
Elise Friedmann
Ellie van Dam
Elly van Eck
Else Groeneveld (*1946)
Els Spin
Els van Veen
Els(e) van Beek
Elsje van Nieuwenhuizen
Emmy Klugt-(van) Beek/Turk (*1939)
Erica Schruer
Erna de Kleijn
Ernestine Ellis

Esther Tielemans
Eugenie van Roessel
Eva van Diepen
Evelien Dans
Franciene Albach
Francine Hakart
Fransje Borsje (*11 VII 1942)
Froukje Kraaij
Gabriele Sädler
Gerrie Verheijen-Ambrosius
Gerrie Willemsen
Greet (Margherita) Sargentini
Halima Mohammed Joessef
Hanneke van Gent
Hanneke Suidman
Hanneke Zellenrath
Hanny Faber
Hanny van Lierop
Hedy Honigmann (wed. Frans van der Staak)
Hendriekje Bosma
Henny Bresser
Henny Musters
Hetty Lemmens
Hetty Zijlstra-Meijer
Hilda (Eland)
Hilly Veenstra-Schaper
Ieke Spiekman
Ilda Simonian
Ilona Gréf
Inez Köhler
Ingeborg Zondag (*27 IV 1937)
Ingrid Schippers
Irene Hagemans (*5 VIII 1949)
Irene Elisabeth Snijder (*23-4-1959)
Irene van Exel
Irene Wüst
Jacqueline Frankòsc
Janny Plomp (*12 VI 1929)
Janny Vos
Jelica Maltarić
Jennifer Logan (*13 IV 1956)
Jet Alphenaar
Jetty Smeets
Jill van der Aa
Jitske Mulder
Joke den Adel
Joke Mizée 
Jops Jacobs (*20 XII 1947)
Josanne Jansen op de Haar
José(e) Brandenburg
José(e) de Groot (*18 I 1944)
José(e) Pelgrom
Josée Rietel (*1949)
José(e) Sterk "Mjee" (*21 VIII 1942)
Josien van de Berg
Josje Calff
Judith van der Bend
Karin Bos
Karin Daalderop
Karin Dun
Käthe Larsen
Kathinka Dittrich van Wehringh
Kisten Langmuur
Ko Bloemberg (*1931)
Koosje Koster
Lenie Oosthof
Leni (Helene) Dondorp (*1935)
Leny C. Nieuwenbroek
Leonie van der Veer
Letty Hulst (*15 VII 1940)
Lia Korrel
Lia Robbers (*20-8-1944)
Lideke Heering
Liesbeth Loots (*23 I 1945)
Liesbeth Quak (*1 IV 1943)
Liesbeth van den Brandhof (+10-5-2012)
Lilian van der Schoor
Lilian Vieira
Linda Bloch
Loes Schwirtz
Loes Vagevuur
Louise Frech (*1947)
Lucy (van Puffelen)
Lucy Verbart
Maartje de Jong
Margaret Fischer
Margreet van Delden
Margreet de Kloe
Margriet Kuiper
Maria Groenendijk
Maria Schakenraad
Marian van Loenen
Marian van Sermondt
Marian Sinnige
Marie-Louise Jongsma (*1 VI 1944)
Marie Louise (Marlou) Smeets
Mariëtte de Vrieze (*1947)
Marijke Th. M. H. Boes
Marijke de Groot
Marijke Michels
Marijke Vanganett
Marion van Ham
Marina de Vries
Marit van der Meulen
Marita Mathijsen-Verkooijen
Marja Schimmel
Marjan Velthoen
Marjolijn de Rooij
Marlies Baaijen
Marlies Ott

Marlies van Kasteel
Marlou Smeets
Martha Reeser
Martha J. Steenaart
Mary Boom-Sorbach
Menca van Dam (*14 VIII 1932)
Mercedes Herben
Mia van Oorschot
Mieke Beumer
Mieke Zeeuw (*1956)
Mies Campfens
Milly Lisser
Minke (Menke) van Hoek (*1945 +31-5-1985)
Minda C Beetsma (*1940)
Miriam [Mirjam] van Aller
Monica Loo
Monique Camarga
Monique Cornelissen (*15 V 1961/2)
Myra Polak
Nana Jongerden
Natasja Rietdijk
Nathalie van Veenendaal (*14/22 IX 1969)
Nellie de Both
Nellie van den Berg
Nina Broekhuizen
Nini Bindenga
Norma van Manen
Patricia Bolderhey
Paula Haarhuis
Paula Morris
Paula Smit
Petra Dupuits
Petra Herweijer
Pieke Hooghoff
Rachel de Meijer

Raquel de Fatima de Albuquerque Correira (*1945)
Regina Bosman
Riet Eleveld
Rina Taekema (*1946)
Rita (de Looijer)
Rita Capricorne
Rita Pouwer
Roos Zwetsloot
Rosa Ghafoerkhan
Rosemarie Still
Roswitha (Hrotsvitha) Steinfatt (Overleden?)
Sanny Sanner
Sarie (Sara) Schrijvers-Luybe (*1945)
Saskia Wijngaarden
Sietske Wilschut
Simone Wiegel
Sophie Boerner
Susanna Heydarian
Susanne Gruys (Alta) (*1922)
Susanne van Wonderen-Boersma
Suzette van Balen-Blanken
Thelma Neleman
Tessa Risch (*2-3-1991)
Thea Schaap
Tinie Köhne
Titia Ex
Tonja Kivits
Trees van Vlijmen
Trudy Kouws
Trudy Rutten
Truus Rigter
Véronique Breijs
Welmoed Wiersma
Wiesje Foppen
Willeke van de Berg
Wil van de Brug
Yvonne van de Hogenhoff
Zwaantje Warmelink



Slechts querulant gepraat verstoort


Tel: +31206443351
Beloning: €10 (even zien en ruiken), €75 (avond-romance) of  €150 (honeymoon)

Reageer hieronder!

03 mei 2011

H.D.M.L. Schruer allang weg van de Vereniging voor Latijnse Liturgie en nu ook voorgoed weg van de Roomskatholieke Kerk

Erica (H.D.L.M.) Schruer, jurist te Rotterdam, werd begin dezer eeuw verwijderd als voorzitter van de Vereniging voor Latijnse liturgie, een lekenvereniging met veel clerici lid zodat de club bestens geaccepteerd is door de RKK. De redenen zijn duister maar ons gevoel zegt dat zij als vrouw te knap is om met gestudeerde geestelijken om te gaan. En die hebben een status die ze niet (willen) prijsgeven aan een wijf.

Na haar moest Nelly Stienstra, gepromoveerd neerlandica, de benen nemen, omdat zij de aartsbisschop gecorrigeerd heeft, werd opgevat als beledigd, wegens een zijner diplomatieke smoesjes, doch dit terzijde.

Het verscheiden van Schruer van de VvLL ging niet zonder slag of stoot, ze verweerde zich fel maar moest het onderspit delven. Zelfs een kort geding zou niet geholpen hebben, de clerici bleven nu eenmaal tegen.

Verbitterd en verbolgen voerde Schruer een kleine tien jaar een weblog Observatrix tegen slapjanussen en weekdieren in de RKK, let wel, niet tegen de Kerk doch alleen tegen uitwassen in en personen van de Kerk die er een potje van maken. Schreurs toon is ongenadig fel, ze trekt van leer en gebruikt alle woorden in de Van Dale. Een vervaarlijk tegenstander van de zich alles kunnende te permitteren baantjesjagers in de Kerk! Praat me even niet van roeping of zoiets, amen.
Speciaal tegen de nieuwe bestuursleden van de VvLL, waar zij voorheen zoveel energie in heeft gestoken. Het kwam tot een crisis met bijzondere ledenvergaderingen waar men wist nadat sommigen zich teruggetrokken hebben de vuile was binnenskamers te houden. Doch Schruer vervolgde hen met bliksemschichtige energie. Totdat in maart of april 2011 het aartsbisdom, waar de hier werkende kerkjurist ongelukkigerwijs ook (twee petten, schreef ze) voorzitter is van de VvLL, Schruer dreigt met een totaalpakket aan juridische maatregelen, civiel, straf en tucht.

Het is Schruer die ijzingwekkenderwijs durft te schrijven dat je van de zalige Johannes-Paulus II nooit ook maar één veroordeling van vermeend sexueel misbruik in de RKK had hoeven verwachten.

Schreur capituleert en kiest voor amoveren van de duizenden compromitterende artikelen in haar weblog. Ze blijft katholiek, dat wel, maar extra ecclesiam zo ze verklaart, doch was de gehele babyboomgeneratie dit ook niet? We leren dus dat de inquisitoriale macht van de Kerk niet kan worden weerstaan door de Lynceus-intelligentie van een enkelvoudige vrouwelijke advocaat! Was dit ook niet bij Jeanne d'Arc?

Zie ook: Een doordachte kritiek in Catholica door E. van Goor, 30 april 2011.

16 februari 2011

Het Woord "Kabouter" in het Frans


Aan een vroeger kennisje van Café De Zwart:

Een van mijn verzamelingen Franse woorden m.b.t. 'geesteswezens' begon ik in
2/1981 na lezing van een aflevering van de voormalige Les Nouvelles
Littéraires met het woord diablotin,m (uit: diable = kwelduiveltje) en noteerde
daarbij lutin,m (= kabouter) wel daarom, omdat ik kort tevoor un gai luron,m
(uit: een refrein) = een vrolijke Frans, alsmede lutrin,m (uit: lectrinum,L van
legere,L =lezen, kerkkoor) was tegengekomen en het woord lutin weliswaar
geenszins etymologische doch wel enigermate fonologische overeenkomst
vertoonde om het goed te kunnen onderscheiden inzake verdere studie in de
Franse vocabulaire. Lutin is het belangrijkste Franse woord voor ons kabouter
en zijn afkomst is uit een lijst van demonen uit de VII (eeuw) waarop vermeld
Neptunus (de Romeinse zeegod, naar Grieks voorbeeld Poséidon), dat in de XIIe
vervormde tot netun onder invloed van nuiton (= nacht), vervolgens tot luiton
o.i.v. lutter (= strijden) tot het XVe lutin.

Het tweede Franse woord voor ons kabouter is gnome,m (= berggeest,
aardmannetje) dat volgens de mij beschikbare bronnen zowel in het Joodse
geloof (ssst: vol de krankzinnigste fantasieën) als in het alchemistische
Latijn een rol speelt; zijn afkomst is gnosis,G (= kennen, vandaar
connaître,F), daar aardmannetjes verondersteld worden de bewakers te zijn van
de schatten der aarde. Chthonien,adj G van aarde, waarin Demeter, Pluto en
Persephone heersten, bij Richard Wagner de Nibelungen. In de Skandinavische
mythologie speelden deze eveneens een grote rol en is in vertellingen verwerkt
geworden dat ogenschijnlijke koperertsaders na delving en smelting tot
algehele verbijstering geen koper opbrachten, doch, wat later genoemd werd
Kobalt,D (van: Kobold,D = kabouter!), Quars of Wolfram, woorden van
aardmannetjes die boosaardiger-wijze het kopererts gestolen zouden hebben en
vervangen door een toentertijd minder kostbaar metaal...
Ik noemde zelve op vrijdagavond 28 X 1994 het woord farfadet,m (uit: fée,f  F),
wat echt wel kabouter is, zodat ik je vraag niettemin goed beantwoord heb! Fée
zelve komt van fatum,L, wel bekend en ik leerde dit Franse woord eerst op 12 V
1980. Zijn afleiding zit in fadette,f, feetje; en dit in de titel van het
sprookje la petite fadette (1849). Carabosse,f is een boze fee.

Inderdaad is nain,m (= dwerg) en het woord nabot hiervan afgeleid. Drôle,(m)
(=grappig) is eigenlijk afgeleid van kabouter, maar betekent nu meer dreumes.
Een meer algemeen woord is esprit (follet) voor kabouter. Feu follet voor een
spontaan ontbrandend grondgas boven een moeras of kerkhof, altijd aangezien
als een geestje of dwaallichtje of zoals op de Mookerhei de geesten van de ooit
gesneuvelde soldaten.

Le petit Poucet en le marchand de Sable zijn overbekend.

Alhoewel Elfe,m (uit: Scandinavisch) in het Frans bestaat, lijkt sylphe,m mij
méér voor te komen; dit woord komt weliswaar uit sylphus,L = geest, maar is
toch uit de Germaanse mythologie. Verwerkt in La Sylphide, de gracieuze
luchtgeest en naam van een ballet (1832). Het schijnt dat elfjes geslachtsloos
zijn, alhoewel tekenaars ze voorstellen als meisjes. De elfenkoning is echter
weer een man en net zo boosaardig en jaloers als de diverse soorten nymphen.
(d.a. Erlkönig van Goethe, maar het woord is door Herder foutief uit het Deens
vertaald).
Ik noemde ook met name Puck, welbekend uit de Midzomernachtsdroom (1595) en
bij latere anderen. Hij is echt kabouter! Dus een tweede naam noemde ik óók
goed, waarvan acte! De beroemdste is echter wel Ariel (uit: Bijbeltext),
verwerkt in La Tempête (1611) van Shakespeare.

De laatste woorden, door mij ooit gelezen & gevonden zijn meer voor geesten.
Stryge,f (uit: L,G) is een vamp, zuigend op wijven en honden, Lamie,f (uit: het
G) een bloedzuigende kindergeest, spectre,m en apparition,f algemene benamingen.
Bij De Maupassant las ik La *Hurla (I & II) over een vampier, die
gewoonlijkerwijze in de spiegel onzichtbaar is.

Gecreëerd worden geesten door tovenaars, homuncule,m genaamd, onzichtbaar 
maar voelbaar aanwezig. Golem,m is een creatuur volgens bronnen uit de Joodse
geloofswereld en ik heb daarvan ooit een oude z/w film gezien, hoe dit
schepsel niet meer in bedwang gehouden kan worden. Het verhaal van
Frankenstein is wellicht daarop gebaseerd; Goethe (Zauberlehrling), A.T.A.
Hoffmann en Annette von Droste-Hülshoff (1844) verwerkten dit thema eveneens.

Ooit ontmoette ik ook Patèque,m een phoenicische berggod.

 Ten slotte die "La Chouf(f)e", die ik net als jou op een zwoele avond leerde
kennen van het etiket. Eenmaal thuisgekomen zocht ik dit woord indertijd
tevergeefs en vermoed daarom dat het een fantasienaam voor een merk betreft.
Het werkwoord chouf(f)er (uit: chouffa, Arabisch voor "Kijk!") heeft betekenissen
van spieden, speuren, waken en is geboren in de Franse militaire scène te Algerije
Derhalve kan ik stellen dat het de reclame geenszins te doen is om de op het
etiket afgebeelde kabouter doch eerder om de manier waarop hij de potentiële
koper aankijkt!


Amsterdam, 30 oktober 1994

15 februari 2011

Henk Zonneveldt - Wat een aimabel, lief en gastvrij mens!

De vroegste herinnering was een zin mijner moeder dat "Sonja verloofd is."
Beider huwelijk in de Nieuwe Kerk mocht ik, zo jong als ik was, bijwonen;
beide rijen stoelen langs het in het middenschip knielende bruidspaar waren
vol bezet. Ik groette een mij bekende vrouw aan de overkant, wellicht tante
Door, de komende gelukkige schoonmoeder van Henk. Wellicht na dit evenement
gingen velen naar een etablissement aan het Rembrandtsplein, wellicht De
Kroon en schaarden zich om een lange, gedekte conferentietafel. Een leef-
tijdsgenoot Max met hoge stem smeekte om een gerecht met als naam "gebakken ijs"
en we wisten niet wat we hoorden, want deze antonymische tautologie is immers
een contradictio in terminis, maar al spoedig werd diens wens realiteit en
kreeg hij een coupe ijs voorgezet waarvan de toplaag was voorzien met een ...
gebakken melkvel! Bah! Aangezien anderen brandend nieuwsgierig geworden
eveneens "gebakken ijs" wensten, ging menig vel, na ontdekking ervan prompt
de asbak in, want ijs smaakt eigenlijk toch beter dan vel!

Was oom Gerrit, de broer van tante Door, mijn intellectuele oom, aan wie ik
veel geestelijke vorming te danken heb, Henk was mijn technische "oom".
Alhoewel echter mijn (aangetrouwde) neef in genealogische zin, was hij met
zijn 14 jaar oudere leeftijd toch mij geestelijk "überlegen" en waardeerde ik
zijn beminnelijke autoriteit zonder aarzelen; mocht hem desalniettemin
tutoyeren! Dit nu, heb ik als "recht" wel bedongen. . . Wat hebben wij niet
veel gesproken over rijwieltechniek, auto- en scheepsmotoren, kalefateren,
houtverbindingen en zag ik in zijn werkschuur aan de tuin van de woning te
Duivendrecht menig karwei in statu nascendi. Ik leerde al vroeg over lijmen,
harsen en vloeibaar tin, waarmee men fraaie vlokken kon plonsen, hetgeen ik
eerst later las, door de aloude alchemisten "arbre de Diane" werd genoemd 
(Maar eenzelfde effect verkrijge men ook met kaarsvet en warm lood in
water!). Leergierig als ik schier legendarisch ben geweest (en nog ben!),
stelde ik altijd maar vragen en nog meer en nooit was het hem teveel om bij
zulks beantwoording een anecdotisch of anderszins spannend verhaal te
vertellen, al of niet met ernstig gelaat, waarbij hij misschien wel eens een
pietsje Latijn voegde. Dit merkte ik heus wel aan het veranderen der
gelaatstrekken van de meeluisterende Sonja... Wie het nu nog niet weet,
verklaar ik, ontzettend veel naar Duivendrecht te zijn gefietst om maar de
"technische oom" te kunnen spreken, hem te vragen en zijn plannen te mogen
aanschouwen, want deze had hij beslist in overvloed! En die waren beslist
reëel! Altijd zo'n rit langs de Weespertrekvaart over de vreselijke
kasseitjes was een kleine Elfstedentocht op zich, maar ik had 't er dubbel en
dwars voor over! Zou ik eens, één keer dan maar, ervaren hebben dat ik "wéér
kwam"? Misschien was men enigszins beduusd mij wéér op de voorruit te horen
en zien kloppen en met de deur in huis vallen en als er niet zo snel iets
spannends ging gebeuren, mij prompt de encyclopedie te zien grijpen, waarin
de jongen zich verdiepte en zich van de omgeving afsloot. Men liet mij dan
ook rustig alleen.

Henk's moeder, woonachtig aan de Burgemeester van Damstraat, heb ik gekend en
weet nog dat zij bekend maakte technisch Engels te studeren. "Waarom nou
zoiets?", vroeg Sonja verrast op luide toon, bedoelende dat een vrouw als zij
een dergelijke kennis toch niet benodigde. Het was de techniek die de aderen
vleide en invloeide! Henk's vader heb ik ook nog gekend, zij het maar enkele
malen gezien te hebben en kreeg eens van de man een zwarte oriëntaalse
olifant, die nog altijd mijn boekenplank siert, alsmede een doos door met
(imitatie?) ivoor belegde dominostenen. In beider woning zag ik ook een uit
houten gewrichten samengestelde slang, wel zoiets curieuzigs, dat ik die
griezel niet vergeten ben. Evenmin dat men aldaar rijstebrei met suiker at,
wat ik niet durfde te eten. Henk heeft zijn ouders altijd geëerbiedigd, zoals
het Bijbelwoord voorschrijft.
Ook is Henk veel bij ons in Zuid geweest, te fiets of te bromfiets, deze
laatste modellen voorzien van een eivormige benzienetank. De rijwielen zette
men in de gang en ik vroeg mij eens af, zo jong als ik was, welke fiets nu
eigenlijk van Sonja en welke wel van Henk zou zijn? "Weet je dat dan niet?",
kreeg ik als vriendelijk antwoord, "Een herenfiets bezit toch een stang in
het midden?" Ik heb het op dat moment dan ook mooi geleerd! En is dit niet
heerlijk leren?

In de jaren om 1964 emigreerden Henk en zijn gezin naar Rinteln aan het
Teutoburgerwoud om aldaar in een knopenfabriek, waar men een "einwandfrei
Produkt" maakte, zijn perfecte vakkennis tot bloei te brengen. Met mijn tante
Door reisde ik in juli 1964 naar het pittoresque Bückeburg en werden we door
Sonja afgehaald. Een heerlijke tijd mocht ik doorbrengen in die voor mij
onbekende heuvelachtige omgeving en hadden wij een onvergetelijk fijne avond
om ons vieren + poes (Huub was al slapen) met de automaat te laten
fotograferen, iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Deze foto zit in mijn
herinneringsalbum en bij het aanschouwen ervan, moet je echt in de lach
schieten, want wij hadden op dat moment vreselijk moeite de lach te moeten
inhouden! En dit is te onderkennen.

Varen moest en zou gebeuren, want Henk had er altijd over gesproken. Sonja
moet er zich in berust hebben, want "Het zit in zijn bloed", vertelde men
nieuwsgierig rond en dat hij noodzakelijkerwijs lang van huis was, had hij
ervoor over. Sonja voer eens een lijn mee en kwam ook behouden thuis. Eens
was een schip geladen met Nobel's uitvinding. Tante Door vroeg zich bezorgd,
als zij altijd was, af of zoiets geen gevaar kon opleveren? Nee, wisten wij
al, als er geen ontsteking is, is er ook geen gevaar.

Wanneer precies, is mij ontschoten, maar ik werd door Henk uitgenodigd een
unieke machine voor de vervaardiging van knopen te aanschouwen in
Aalten/Gelderland, alwaar Henk al geruime tijd werkzaam was. Zeer vroeg van
huis vertrokken, arriveerde ik met de ouderwetse streekbus helaas toch over
tijd, aangezien op het hoofdstation Arnhem een seinhuisje was doorgebrand en
de passagiers van heinde en verre uit de gestrande treinen per bus moesten
worden vervoerd. Toen een in der haast opgeklopte luxueuze reisbus eindelijk
arriveerde, maakten wij een nog in mijn geheugen gegrifte schitterende
rondrit door Oosterbeeks omgeving, om bij aankomst van 'n station een
starende popelende massa mensen als bij donderslag op ons af te zien
afstormen! De lezer begrijpe, dat de bezichtiging van de desbetreffende
machine, ware deze nog niet gedemonteerd geworden voor export naar Zweden,
veel minder onderwerp van gesprek is geweest dan mijn hachelijke avontuur met
het spoor! De desbetreffende lijnen werden weliswaar door mij nog gekend van
vroeger, toen meermaals gereisd hebbende via Winterswijk naar familie in
Borken/Westfalen.

In Waalwijk ben ik slechts een paar maal geweest en aangezien de omgeving en
het stadje niet zoveel voorstelden, als Duivendrecht in mijn jeugd, Rinteln
en Aalten later, bleef ik voornamelijk thuis en onderhield mij met eenieder
die ik maar kon spreken. Daarvoor zorgde Sonja: haar charmante buurvrouw, die
net als Sonja en ik op 'n levensverzekering-maatschappij, i.c. Centraal Beheer
had gewerkt, voor een hele avond gezellig babbelen en plezierige herinnering.

Maar het laatst was ik aldaar saam mijn moeder gekomen om de uitvaart van
tante Door bij te wonen en zag ik Henk oprecht snikken van verdriet. Dit zie
je niet veel bij een man! Daarna heb ik Henk niet meer gesproken of gezien.
Maar ik weet dat Henk altijd vol met ideeën zat, een grenzeloze activiteit
ontplooide en vermoed dat hij nog wel eens aan mijn vele vragen heeft
gedacht.

Amsterdam, 4 januari 1997
J.A. Heitmann