Pagina's

14 februari 2016

Ellie Bysterus Heemskerk spreekt voor het Wagnergenootschap te Amsterdam

Een waardige dame zou gaan spreken voor het Wagnergenootschap Amsterdam (nu: Nederland). Daar blijf je niet voor weg. Zij bezit een prachtig gelaat, op de oudere leeftijd, hetgeen je ex æquo kan zeggen van de sopraan Elisabeth Schwarzkopf. Schoonheid laat zich niet verloochenen.
Het is de 26e november 1976 aan de Herengracht 282 alwaar in het Centraal Brouwerij Kantoor (nu: Nederlandse Brouwers en ander adres) de bijeenkomsten maandelijks gehouden werden. De voorzitter Dr. Herman Hoelen begroet de spreekster mej. Ellie Bysterus Heemskerk (familienaam), voormalig 1e violiste en eerste vrouw in Het Concertgebouworkest en beminnaar van Willem Mengelberg.

Ellie in 1940
Merkwaardig dat ik van haar woorden niets onthouden heb die over Richard Wagner handelen. Dat komt omdat ik veelal op het rondschrijven van de aanstaande lezing zelve aantekeningen maakte, welke papieren uit die zeventiger ik niet meer bezit. En dat mijn papieren archief nauwelijks meer is op te slaan ander dan in een beschimmelde box mag ik U verzekeren.

Wel weet ik goed dat zij over niemand minder dan Anton Bruckner sprak van symfonieën als kathedralen. Met haar armen maakte zij een muzikale spitsboog. Deze kenschetsing is gemeengoed maar ik moet toch eens gelezen hebben dat de componist dit woord al bezigde. In zijn VIII kan je gewoon niet aan anders denken.
En ook dat tegen het einde van haar spreekbeurt ik fluisterend aan mijn buurman vroeg hoe oud zij eigenlijk wel is. De vrouw moet een vlijmscherp gehoor hebben gehad, must voor een musicus, en keek met de glimlachend strenge blik van een onderwijzer naar mij. Ik had mij mooi vergaloppeerd in haar gezelschap! Nu neemt ze mij niet kwalijk dat ik haar leeftijd stel op 85.

Na de pauze werd het doek opgesteld voor de vertoning van een film. Deze handelde niets minder dan over Mengelberg. Mocht men twijfelen aan 'n relatie met Wagner dan is men te verzekeren dat de grootste dirigent uit het Nederlandse muziekleven diens werken wel degelijk heeft gedirigeerd waarvan opnamen zijn te beluisteren:

Richard Wagner


De film handelt over het leven van de dirigent met nadruk op zijn laatste jaren. Ellie bezoekt met haar neefje de Chasa Mengelberg. Het gebruik van het  woord naïveteit herinner ik me nog goed. Hoe is het mogelijk voor zo een briljant man! 
Het is niet zo dat hij als zovele anderen bij de Nederlandse Kultuurkamer (NKK) is ingeschreven, zoals ook al de leden van het orkest en we weten ook dat zij met Joodse achtergrond moesten vertrekken. Maar hij werd lid van de Nederlandse Kultuurraad (NKR) waarin zo'n twintig vooraanstaande personen. Dit lijkt vrijwillig maar ze kunnen er op een paar na toch niet onderuit.
Protesteren helpt niet. Echt substantiële werking heeft deze raad niet gehad. Voor anderen geldt dat je soms met moeite kon weigeren lid van de NKK te worden of je werd (collectief) lid gemaakt. Dan zijn er nog geweest die hun  pasje terugstuurden maar dat geldt voor zeer weinigen. Geen lidmaatschap betekent dat je je vak of beroep meer kunt uitoefenen. Slechts enkelen konden zwart doorgaan, zoals een pianist, en wat avondjes op een discreet adres organiseren of een kunstenaar die privé aan vrienden kan verkopen. Anderen moesten dan maar zien rond te komen. Voor een dirigent van een toen al wereldvermaard orkest is elke weerstand uitgesloten.
Deze hachelijke materie is uitvoerig beschreven in het boek Kunstenaars van de Kultuurkamer door Dr. Claartje Wesselink (2014) met betrekking tot schilders en tekenaars. Over de NKR echter op p160 en p167. Maar voor alle andere beroepsgroepen is de geschiedenis niet anders.

De film werd vervaardigd in 1984 door Henk van Eegen, een neefje van Ellie, en getiteld:
Tatie - Een oudtante. 
Dit ter gelegenheid van het laatste bezoek van Ellie aan de villa van Mengelberg in Zwitserland. Deze documentaire werd al vertoond op de NOS. 
Bron: IMDb Henk van Eeghen (scroll naar Personal Details.)

Production year1984
Length 35 minutes
Production country Netherlands
Director Henk van Eeghen
Camera Dirk Teenstra
Set Geluid Arno Hagers
Editor Menno Boerema
 
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Tatie zal wederom vertoond worden op het Nederlands Film Festival, te houden te Utrecht van 21/9-2/10 2016.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bron: 
 

10 februari 2016

Elgar's Enigma Variaties in het Concertgebouw



Was op zaterdag 30 januari 2016 een Spiegelzaalinleiding op de Enigma (1899) door Theodore van Houten, op mijn avondbezoek dinsdag 2 februari kwam het muziekwerk schaars ter sprake en werd de tijd wel gevuld met een brassuitvoering van Nimrod. Ik hoorde louter spreken over het thema in deel I en deel IX, terwijl we het toch over variaties hebben. Wat wist de spreekster dan meer?

Spiegelzaal met het sextet brassleden van het orkest

Van Houten ken ik maar al te goed, zelfs herinner ik me nog zijn 7 maart 1976 voor de radio uitgesproken idee inzake de oplossing van het raadsel, een programma i.s.m. Hans Hierck en Huber van Werkhoven. Kranten schreven ook hierover.




We zullen nog 32 jaar verder tot Pasen 23 maart 2008 moeten wachten tot Hans Westgeest met zijn nieuwe theorie verschijnt. Zowel van Houten als Westgeest zijn met name in het Engelse Elgar Society Journal (Westgeest: juli en nov. 2008) bekend.

De theorie Van Houten’s is kort gezegd dat boven de partituur Elgars aantekening but the theme never appears de oplossing inhoudt want ge kunt deze zin ook lezen dat het thema never zij!


Dr. Hans Westgeest graaft dieper in het leven van Elgar. Het zou handelen over de eerste vier noten in de Pathétique van Ludwig van Beethoven, Sonate in c mineur, opus 13, Adagio (2e deel), getransponeerd naar Es en in dubbele notenwaarden. De schrijver geeft een gründliche motivering in zijn boek van november 2007. Tevens bestrijdt hij beargumenteerderwijs de geloofwaardigheid van Van Houtens opvatting.

Leidschendam-Voorburg Corbulo Press 2007. Resumé


Al op de radio vernam ik dat de Australische dirigent Simone Young (1961) werd vervangen door de Schotse Rory Macdonald (1980) die al een goede reputatie bezit met o.a. Wagner’s Ring.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest
De uitvoering is alsof je in een warme oven wordt gestoofd. Deze formidabel harmonische klanken doen je beenderen gonzen en je huid aaien. Hoe kon Elgar dit bereiken! Westgeest schrijft dat de muziekuitgever/vriend August Jaeger de meester heeft aangespoord met de sententie dat Beethoven in zijn diepste depressie de mooiste adagio’s met grandeur heeft geschreven, waarom ook niet Elgar die neerslachtig was? Met succes, het thema was geboren, Elgar speelde dit op de piano en zijn vrouw werd  enthousiast.
Die klanken, als een stroom die niet ophoudt, soms felle momenten, dan weer zoet. Je blijft vastgeketend op je stoel. 

Het Nederlands Philharmonisch Orkest met de blonde Olga Martinova, concertmeester

Het is merkwaardig dat ik op mijn goede zitplaats in de voorzaal toch meermalen de inzet van de strijkers niet synchroon hoor gaan met die van de koperblazers. Het ligt niet aan de afstand tot het podium maar aan de minuscule vertraging door de adem die het instrument moet doen klinken. Ook bij Bruckner’s 8e ontwaarde ik dit.

Een ontdekking voor mij is dat in de finale (XIV) het orgel meespeelt, zij het ad libitum, hetgeen ik nooit heb geweten. Het slotdeel wordt dan majestueus en brengt je in hoogste verrukking.

Dramatis personæ















 Auctor














Eerder artikel uit 2008:
Enigma Variations van Elgar  
26 november 2013 
Jos Heitmann
 AMSTERDAM












22 januari 2016

Lord Weidenfeld was zeker geen Zionist

Lord George Weidenfeld is op 20-1-2016 gestorven in de leeftijd van 96. Ik zag hem in een interview op de BBC tv op maandag 12 oktober 2015 waarin de lord na veel nogal stroef gevraag verklaart dat Joden in Europa veilig zijn. En dat desondanks hij adviseur van Chaim Weizmann (+1952) is geweest, toch blijk geeft geen zionistische mentaliteit toegedaan te zijn. Aha, derhalve was 'n vraag dus in die richting gesteld geworden, eigenlijk dan wel slim.

Deutschlandfunk 20-1-2016

20 januari 2016

Herr A. Voßkuhle (BVG) wordt uitgevraagd

Herr A. Voßkuhle, 52, president BVG te Karlsruhe, werd uitvoerig geïnterviewd over de crisis in Europa. Werkelijk schitterende informatie.

Deutschlandfunk 20-1-2016 (audio)
Samenvatting (Duits)

De Duitse grondwet voorziet in een geloofsvrijheid en pluriformiteit. Niet lang geleden werd de grensopening gezien als wederrechtelijk maar in vijf jaar is een begrip ontstaan dat je niet recht stricterwijs kan toepassen. Dan nog is het Avondland niet in gevaar. Klacht van CSU is ongehoord.

Duitsland heeft Europa wel rechten afgestaan doch er voordeel voor teruggekregen. In elk geval is 'n staatsvolk met (gesloten) grens 19e eeuws gedachtengoed.

Polen heeft een grens overtreden met de beperking van het grondwettelijk hof.

Voßkuhle is 6 jaar president van het BVG, had president van Duitsland kunnen worden.

19 januari 2016

Bruckner's VIII - Nederlands Philharmonisch Orkest zaterdag 16 januari 2016

De dirigent Marc Albrecht kan gezien zijn vloeiende bewegingen met hoofdtrillingen al muziek op zich zijn. Ik heb de maistro al meermaals gezien, hier in het Concertgebouw als ook in het Muziektheater. Vanavond was mijn verwachting het hoogst gespannen: Bruckner heb ik nog niet eerder in het echt meegemaakt. Hoe vele jaren niet op de radio, soms diep in de nacht maar deze weergaven met de laatste zeker en de eerste soms lenen zich niet tot een vol geluid in de huiskamer; ik woon hier  immers niet in een penthouse. Dat betekent bij de adagio's de knop wat opendraaien en bij de massieve geluidsgedeelten, 'n orchestrale stampede genoemd,  weer temperen. Nu mag alles gebeuren zoals het moet en kan ik stil blijven zitten, nou ja, 'n hand en soms 'n arm gaan ongedwongen wel eens omhoog... Dan schrik ik van mijzelf en beheers me allersnelst.

Gebracht wordt de versie van 1890, hetwelk de 2. Fassung is; eigenlijk 1887-1890. Het zijn deze melodieën die ik minutenlang kan meeneuriën wat in het concertgebouw zeker niet mag, ik was vorig jaar wel in de meezing-Matthäus en hoor van 'n meezing-Messiah maar een meezing-Buckner bestaat niet. Uitgesloten is ook maar iets te kunnen volgen in de 1. Fassung want wat bekend lijkt wordt meteen weer onderbroken door onbekende tonen. Zeldzaam dat deze wordt uitgevoerd en ik vraag er evenmin om.

Het podium voor het orkest was vergroot naar voren. Misschien waren de voorste rijen van het podium voor bezoekers ook ingekort.

En dan de eerste klanken. Ik had niets tekstueel voorbereid noch in YouTube beluisterd, ik ga uitsluitend af op mijn herinnering. Die stamt al uit 1970er toen ik Haitinks album kocht en er jaren naar geluisterd heb. Ik vond het hier en daar saai maar dat kan komen omdat de microfoon zo veraf was. Hoe spijtig dat alle lp's gingen bollen, wat niet aan mij ligt want de alba van Mozart, Beethoven en Mahler bezit ik nog! Luister wat er komt. Merkwaardig dat in het eerste deel zachte passages voorkomen en zelfs eindigt met een paar paukenslaagjes die desalniettemin overal gehoord worden.

Drie harpistes
Al voordat de orkestleden opkomen staan de drie harpen gereed. Bespeeld door drie jongevrouwen drukdoend met stemmen. Het wordt voller met acht basviolen, tuba's en contrabastuba, violen links en rechts. De hoorns vrij veel midden achter, de trompetten en trombones rechts van het midden boven. De houtblazers zijn vanuit de voorzaal niet goed meer te zien.


Concertgebouwzaal vooraf de intrede van het Nederlands Philharmonisch Orkest

Mijn buurman zei dat een orkest als dit niet groter kan. Nou ja, Mahler heeft nog grote trom en klokken, Sjostakovits een kazerne aan slagwerk. Toch was ik het met hem eens dat de bezetting indrukwekkend is, al vanwege de wagnertuba's. Toen ik terzijde opmerkte dat de meester jammer genoeg eine Scheu had voor vrouwen zweeg hij. Dit deed mij even herinneren dat mej. Mariëtte de Vrieze moest kermen toen ik met haar een film zag over het sobere privéleven van Bruckner. Het was ook door mij ongepast nu met zoiets aan te komen doch vooraf het concert sprak ik al over hachelijk onderwerp (zie Annex). Hij sprak over een kathedraal, een altijd gebezigde term die ik het eerst hoorde uit de mond van mej. E. Bystérus Heemskerk op het voormalige Wagnergenootschap (te) Amsterdam op 26-11-1976. Er is gewoon geen beter woord.

In het tweede deel hoorde ik het fluwelen geluid der harpen pas goed. Deze spelen verder ook een rol maar echt hierop gelet heb ik niet en het is vanuit de voorzaal ook niet zo goed te zien anders dat het apparaat bij bespeling voorwaarts beweegt.

Als het adagio zal beginnen fluistert hij dat dit echt religieus is. Het heet ook an den liebenden Gott. Doorgaans zacht met meerdere felle momenten die getuigen van een emotioneel proces.

De finale is allicht luid en hard, afgewisseld met rustige muziek als opmaat voor het volgende. Bruckner is hard en zacht. De bezoeker weet dat hij nu waar voor zijn geld krijgt alhoewel hij daar op het moment zelve nog niet aan denkt.

Wel denk ik aan de contrabastuba. Dit goudkleurige apparaat dat loodzwaar moet zijn aangezien de bespeler vooraf de volgende partij het terzijde moet draaien, geeft de wonderlijk harmonieuze ondertoon welke mij altijd opvalt in Bachs Matthäus, welke tonen op zich al zo mooi zijn. Wel iets overheersend voor die bezoekers op het rechter podium.

De paukenist had een niet aflatende rol.

En dan de stilte, Marc Albrecht buigt naar zijn orkest en dwingt een kleine stilte af. Dit is bij de Matthäus norm doch hier niet minder, deze muziek is religieus! Spontaan is dat de bezoekers al beginnen te applaudisseren maar onderbreken verwonderd. Als dan de dirigent zich omdraait barst de dankbetuiging ten volle los. Ik ga nog niet direct weg.

Olga Martinova, concertmeester NPhO 16-1-2016. Foto ©Cor Bakker

Marc Albrecht, dirigent NPhO, 16-1-2016. Foto ©Cor Bakker



Annex
Dat het Concertgebouw ook kan werken als ontmoetingsplaats bewijze de volgende voorbeelden:

Allereerst de hierboven vermelde Brucknerbewonderaar niet zonder feitenkennis.

Een gepensioneerde vrouw die drie kinderdagverblijven heeft opgericht. Ik was al vroeg aanwezig en wachtte de opening af in de hal. Zij kwam naast mij zitten en we raakten in gesprek. Niet zonder nieuwsgierigheid maakte ik de opmerking dat voornoemd beroep heus niet meer mogelijk is uitgeoefend te worden door mannen. Onmiddellijk vermeldde ze de naam van die formidabele misbruikpedo en sprak over hem. Ik uitte mijn verbazing dat in Den Bosch die zwempedo jarenlang zo een vrij spel gehad heeft kunnen hebben, zij wist ook dat 'n man alleen opgesloten met kids niet meer kan. Vervolgens sprak ik in het kort over een recent ontdekt misbruikgeval op mijn school hetgeen niemand geweten heeft en derhalve Deetman ook niet. Maar dat verhaal werd toch even te lang voor een wachtkamer. Zij woont in Zeist en haar zuster aan de Van Leijenberghlaan.

In de Spiegelzaal zag ik Elsje een paar consumpties halen, ik herkende haar meteen. Dan ontwaardde ik Cor en kon op afstand zijn zachte stem horen. Beiden zijn Mahlerbewonderaars. Toen mijn wijn opgedronken was wandelde ik naar hen toe en werd meteen gezoend door Elsje. Ik maakte kennis met een ander kunstenaarsechtpaar van wie ik de man misschien ken van of voorheen Aemstelle of voorheen het VU-Exposorium.

Een spastische jongeman die woont in een aanleunwoning van Menno Simons met begeleidster. Ook ik werd indertijd door een theoretisch natuurkundige in Menno gevraagd om hem te vergezellen voor zelfs een serie concerten. Maar ik wilde geen verplichting aangaan en excuseerde mij.

Twee jonge vrouwen naast mij. De lange had een mannelijke uitstraling en lange benen. Het is dankzij de vacante plaats dat zij haar stengels kon zwenken en ik ook maar wij raakten elkaar niet.





















09 januari 2016

Ellie Lust en haar Vuurvogel

In deze week was mevrouw Lust, doorgaans woordvoerder van politie Amstelland, nu als privépersoon op de klassieke zender radio4 om haar muzikale voorkeur ten gehore te laten brengen. Met forse stem beweert zij dat De Vuurvogel van Igor Stravinsky haar ten zeerste behaagt vanwege de kracht die daaruit spreekt. "Er wordt alles mee gezegd", verklaarde ze zelfverzekerderwijs.


Dat moet ik wat toegeven, het is me een kabaal van jewelste en hard geluid lijkt immers kracht, nietwaar? Bij deze componist is een cacafonie gewoonte, dan nog in de niet meer onderscheidenlijke partijen door elkaar heen, eigenlijk zonder warme romantische harmonie. Een uitzondering is Apollon musagète dat als strijkorkest een welluidende klank voortbrengt zij het toch met overal dissonanten.

Ik heb de Rus dus nooit gemogen maar leerde hem niettemin al jong kennen en wel op de z.g. Jeugdconcerten in het Concertgebouw op woensdagmiddagen, gehouden voor middelbare scholieren te Amsterdam. Het bracht je in contact met de concertpraktijk met als principe dat de cost de baet voorafgaat. En met succes, ik kom nog geregeld in deze wereldvermaarde muziektempel. Het was in de jaren 1956-1958 dat ik daar frequenteerde en mijn ogen uitkeek hoe het in een symfonieorkest te werk gaat. Dat wil zeggen dat ik eerst een plaats had achter een pilaar (nu opgeheven) zodat een gedeelte van het podium aan mijn ogen werd onttrokken of je moest scheef gaan zitten maar het volgende jaar bevond ik mij op het podium. Hier zag je allen in hun werk, met als verbazingwekkendst dat een musicus afwisselend twee instrumenten bespeelde.  "Hoe kan dat?", vroeg ik een scholier die antwoordde met: "Dat is compositie."

Welnu, de Vuurvogel maakte best indruk op mij en sprak daarover ten huize van mijn klasgenoot Frank Huis in het Veld, zoon van een onderwijzersechtpaar. Een muzikaal gezin met piano, in de vrij chique Niersstraat, waar Frank alle stadia van muziekstudie heeft doorlopen. De moeder bevestigde dat deze compositie mooi is en de anderen zullen dit beaamd hebben. Maar ik dan?

Ik was als jong mens vervuld en verzot op Bach, luisterde goed, kon zowat alle noten meezingen of -neuriën.  Bach was mijn leven. In de passietijd beluisterde ik zowat met mijn oor aan de luidspreker  van de ERRES-radio (die bezit ik nog!) de Matthäus, om vervolgens de buitenlandse middengolfzenders af te struinen voor nog meer. Ik kreeg er nooit genoeg van. Mijn moeder duldde dit alles, alhoewel in mijn studeerkamer toch wel hoorbaar elders in huis. En dan in het Concertgebouw zo een Phoenix voor het eerst aan te horen, ik was eigenlijk sprakeloos.

Stravinsky verdween geleidelijk uit mijn belangstellingssfeer i.t.t. Béla Bartók wiens Muziek voor strijkers, slagwerk en celesta (alle drie eigenlijk slag-werk!) mij wel bij bleef maar dat ik zelden op de radio hoor. Totdat ik om mijn 50e Le Sacre aanhoorde om na het slot een hysterisch applaus met gegil en gekijs te vernemen. Ik was verbaasd, wie doet er nu zoiets? Jaren heb ik volgehouden zijn composities te bekijken maar het gelukte mij niet hen te omarmen. Ik gaf het op en blijf nogal fanatiek als ik een blaasorkestje hoor met staccatogetoeter onmiddellijk naar de radio te hollen en mompelend (ik zeg niet wat) een andere zender op te zetten.

Ik had het over Le Sacre du printemps..., alwaar de strijkinstrumenten uniekerwijs letterlijk als slagwerk gebruikt worden. Mevrouw Lust had hier nog meer kracht in kunnen zien.















08 januari 2016

Pierre Boulez's Pli selon pli

Boulez's compositie Pli selon pli staat me nog bij.

Ik hoorde haar op de radio voor het eerst op zondag 22 juni 1980, dat is 35½ jaar geleden, voor sopraan en orkest.

De fraaie naam met welluidende klank deed me gegevens noteren voor later. Dit moment is nu aangebroken. De betekenis is Plooi na plooi, alsof, volgens de toenmalige beschrijving vooraf, nevel na nevel optrekt en een weids landschap zich voor het gezichtsveld van Brugge zich opent. Het werk is gebaseerd op gedichten van Mallarmé.
Echter het dichtwerk afgezien van Baudelaire is nooit zo in mijn belangstellingssfeer geweest in mijn bestudering van Franse boeken zodat deze poëtische nevelen nog hangen.
Als conceptietijd wordt 1957-1962 aangegeven. Boulez was dan in de dertig.

Ten tweeden male beluisterde ik Pli selon pli zevenentwintig jaar later op woensdag 13 juni 2007, ditmaal sopraan en (alleen) percussie.

Doch ken ik Boulez ook van Wagner. In het Wagnergenootschap van Amsterdam (nu: Nederland) kwam de dirigent zeer veel ter sprake wegens zijn dirigentschap van de Ring. Patrice Chéreau die de regie voerde en Harry Kupfer met enscenering. Deze laatste was medio 70er zo vriendelijk zelfs naar Amsterdam te komen voor explicatie van zijn gedachten, tezamen met Hartmut Haenchen die weliswaar niet in Bayreuth werkte doch desalniettemin goede dingen kon zeggen. Deze laatste sprak toen nog uitsluitend Duits. Eerst eind 90er dirigeerde Haenchen zelf de Ring in Amsterdam, waarmee voor het eerst sedert begin XXe eeuw in den lagen landen een integrale uitvoering werd gegeven. De kritische stemmen veler tientallen jaren ten aanzien van de persoon Wagner waren (eindelijk) verstomd.
Om terug te komen op de Boulez-Ring kan ik zeggen dat deze onafgebroken norm is gebleven bij de oudere wagnerianen. Deze zullen zich nadien steeds kritischer gaan opstellen zodat er geen jaar voorbij gaat of het applaus wordt ingewisseld voor een half uur boe-geroep. Als dan de komende jaren een zonderling kunstenaar die ongestraft als kunst de fascistengroet brengt de regie gaat voeren vrees ik dat er van het Festspielhaus niet veel meer zal overblijven dan een berg as.

Over Boulez dus niets dan goeds. In diverse aandacht op de radio werd gezegd dat hij een boude uitspraak deed over het opblazen van de operatheaters in Frankrijk. Dit kwam hem te staan op een kritisch onderzoek naar mogelijk terroristische beraming. Doch is dit goed afgelopen.

De echte vernieuwing gaat nooit zonder moeite en pijn. Een genie kan daarboven staan en blijven.
Boulez is gestorven te Baden-Baden op dinsdag 5 januari 2016.

















17 december 2015

Hänsel und Gretel op de afval- en snoepberg in het Muziektheater te Amsterdam

De muziek van Humperdinck ken ik best,

kan als groot kindje nog best meeneuriën en herinner me nog het lieftallige liedje door 'n dameskoor gehoord te hebben in de uitzending van een gebeurtenis enes echtpaars uit de koninklijke familie. Ook een uitzending op de Duitse Tv, lang geleden, waarin het felle licht in een huisje de oven moest verbeelden. Op de Concertzender 28-12-1999 en 23-12-2001, alle december dus. De BBC op 24-12-2004 maar Nederland weer op 17-3-2007. Uit de MET op 2-1-2010 (net geen december dus) in Engelse transcriptie.
Alhoewel de première in mei 1893 zou hebben moeten plaatsvinden te München o.l.v. Hermann Levie alsmede ook 'n geplande uitvoering te Karlsruhe werd de uitvoering onder Richard Strauß eerstmaals als matiné op 23 december 1893 te Weimar gebracht waarmede het succes verzekerd was! In elk geval lijkt december een geliefde maand voor de kids!


Amstel Lichteffect Muziektheater 15-12-2015

Op dinsdagavond 15 december 2015 liep ik langs de Amstel en werd al begroet door een zonderling lichteffect, ontwaarde ook nog een lichtbeeld van een gedicht van Anna Enquist (geb. 1945) maar veel tijd gunde ik mezelf niet om te lezen, de opera trok mij aan als snoep.



Muziektheater Projectie gedicht van Anne Enquist 15-12-2015

Binnen was het niet zo druk als bij de Dialogues, de zaal bleef zowat leeg tot 7½ minuut
voor aanvang, toen stroomden de bezoekers onder wie ook wel kids binnen. Overziend waren er nog heel wat onbezette stoelen doch moge ik zeggen dat beneden (zaal) vol bezet was maar de achterste plaatsen meer en meer onbezet. Op de twee verdiepingen was bijna alles gevuld, echter de eerste dan wel iets minder.

Op het scherm was de titel van de opera geprojecteerd in artistieke letters.

Hänsel und Gretel Titelprojectie opera doek Muziektheater 15-12-2015 

De opera 
begon met een film, de eerste van de drie, waarin volgens regisseuse Lotte de Beer de wordingsgeschiedenis wordt verhaald van het kneden van poppetjes. Het lijkt wel Genesis! En deze artistieke producten wordt leven ingeblazen.

Lotte de Beer
 
Een voorbeeld van de figuurtjes stond tentoongesteld in de foyer.

Hänsel und Gretel Muziektheater - Geknede poppetjes 15-12-2015

Dan eindelijk het toneel, aanvankelijk pikkedonker, een berg vol afval. Hiertussen nauwelijks zichtbaar treden. De vele voorwerpen zijn genaaid op een dik doek en blijven aldus op hun plaats. Zeven silhouetten van kids van de figuratie ontwaken en lopen de berg af, rechtsonder wat hun vaste stek zal worden om de spelen. Boven hangt een doos die openklapt en de twee hoofdpersonen bevat. Het is wel gewennen niet actrices als normaal te zien maar eerder aliens in ongelofelijk zonderlinge kleding. Ook hebben ze tot over hun neus een geplastificeerd masker als het houten of lederen in het klassieke Griekse drama. Hun kleding aller merkwaardigste kleuren is niet te beschrijven, onwaarschijnlijke voorwerpen en afmetingen. Het is als Dalí alsof gereïncarneerd. Ik zou zeggen, je blijft kijken en je verbaast je dat die kunnen leven!

In deze eerste portie van de opera zongen Hänsel und Gretel wel zachtjes, zodat het Duits moeilijk te volgen was. (De MET vindt Duits zelfs ouderwets!) Ondanks het mooie zicht op de vertaling maak ik daarvan nooit gebruik omdat ik niets van de handeling wilde missen. Zo een kleine oppervlakte van de zijkant van de doos werd desalniettemin volledig benut voor een levendige handeling, bewegingen vol armen, benen en springen.

In de tweede portie de ouders van het stel, met een hele dialoog hoe toch aan eten te komen. De grote doos is 30° gekanteld naar links zodat de vloer van de zijkant duidelijk scheef staat. Hierop moet het echtpaar een soortgelijke bewegelijkheid ten toon spreiden met zelfs humoristische scenes en wat pikantheden die kids niet zo zullen begrijpen.
Als vervolgens de hoofdpersonen het bos ingaan en verdwalen is de eerste acte van een uur voorbij.

Na de pauze is een film wederom. Als deze wel 5 minuten duurt is de opera dus met drie films 15 minuten langer geworden. Zouden we nu een speculaas heksenhuisje verwachten, hier zijn louter omslagen van snoep te zien. Ook hier op doeken genaaid. In het echt de echte maar uitvergrote verpakkingen opgevuld met schuimrubber. Opeens opent zich een luikje waarin de heks het hoofd uitsteekt, later komt deze de berg op om zich op de aangeboden lekkernij van een gebraden kind te verlekkeren en voor te bereiden. Waarom sprookjes zo griezelig moesten zijn is meer voer voor voor cultuurhistorici doch denk ik dat de kids, als ik vroeger ook, zich daarvan weinig zullen aantrekken.

De bevrijding is eigenlijk een derde acte vervat in het tweede. Als de macht van de toverij gebroken is worden de gevangen gehouden kids bevrijd en lopen onder stroboscopisch licht de 21 de kerker uit. Allen in smetteloze witte kleding, in werkelijkheid een maillot van enkel tot hals met daarboven ondergoed van diverse snit.
Ze zingen gedempt het beroemde Humperdinck-lied.

Hänsel und Gretel Muziektheater - De bevrijde kids 15-12-2015

Hänsel und Gretel
De twee waren in werkelijkheid sopranen Kate Lindsay en Lenneke Ruiten. Juist in de duetten waren beide stemmen een genot om de horen, een ouderwetse muzikaliteit die Richard Strauß zal perfectioneren. Ik zei al dat hunne bewegelijkheid ongelooflijk is.

De muziek van Engelbert Humperdinck 1891-1893
is van een prille schoonheid. Hij geeft vaak effect door een tweede zin in een hogere toonaard te zetten en de derde nog hoger, een spanning opbouwend. Ook klinken deze prachtig.
Maar als Wagnerliehebber hoor ik de orkestmuziek als zodanig geïnspireerd door de große Deutsche  Meister. En dat keer op keer. Humperdinck is ook twee jaren in Bayreuth werkzaam geweest.
Het is jong en oud die zich betoverd voelt door deze mooie tonen.

Het Nederlands Philharmonisch orkest
Mij goed bekend, ik ben fan. De harp geheel links is nog net te zien. Deze klanken geven een sprookjesachtige sfeer net als bij Rossini's Tell. De eerste concertmeester, -violist was hier niet Olga Martinova maar Vadim Tsibulevski die ook een solopartij speelt. De hoorns spelen een grote basisrol gelijk bij Rossini. Ik hoor de basklarinet die bij Wagner de onheilspellendheid of een boze droom inleidt. Even kreeg ik de idee dat bij een partij van de fluiten en klarinetten uiterst links en de trompetten en trombones uiterst rechts de gelijktijdigheid iets minder was, maar de afstand tot mijn oren kan parten spelen. Wel heel opmerkelijk is de constante bezigheid van de paukenist. De tuba is 'n klank die je vel doet sidderen.
Het is heerlijk dat Humperdinck een vol orkest heeft gemaakt zoals je bij Richard Wagner gewend bent tot en met Richard Strauß. Nou ja, Messiaen met zijn Urangalîla-symphonie is ook nog vol.


De tekst
oorspronkelijk begin 1890 door Adelheid Wette (geb. Humperdinck) is gewoon mooi. Een taal die schoon is ook al ken je de woorden niet. Maar als ik o.a. hoor ist es ein Traum dan denk ik toch meteen aan Parzifal. Van een huiselijke muzikale soiré groeide dit uit tot een opera. In Duitsland elk jaar, in Nederland om de twintig. Dit te mogen meemaken onder de maistro Marc Albrecht is een geluk.


Maistro Marc Albrecht

Ik mag Marc Albrecht wederzien en -horen op zaterdag 16 januari 2016 met Bruckners 8e, van het sprookje een grote sprong naar de kathedraal.